18-11-08
Preek zondag 9 november
Vorige week zondag heeft Gerrit weer gepreekt, deze keer in Sheba, een mijndorpje vlakbij de bijbelschool. We reden een klein stukje met het bakkie (een soort pick-upje) en de student die er vaker preekte, vertelde ons dat we moesten stoppen, omdat we er waren. We keken wat om ons heen, maar zagen niets dat op een kerk leek. Toen bleek dat het gebouwtje, wij zouden het een krotje noemen, de kerk was. We stapten naar binnen en zagen een paar houten banken en een tafel, bedekt met een kleed. Er waren zo’n tien mensen aan het zingen, maar ze maakten het geluid van 50! Ze hebben zo’n twee uur gezongen (één lied was om welkom te heten, dan loopt iedereen langs elkaar in twee rijen en geeft elkaar een hand of een knuffel) en langzamerhand dropen er meer mensen binnen, tot er zo’n 40 zaten. Toen mocht Gerrit preken (‘eindelijk, nadat ik van de zenuwen een keer naar de wc was gegaan, een gebouwtje buiten de kerk, wat er nog verbazingwekkend schoon uitzag’). Hij zegt daarover: Ik preekte over Kaïn, zijn houding ten opzichte anderen, zichzelf en God, en Gods reactie op hem. Het thema was ‘God says ‘Yes’ to you’. Veel mensen veroordelen zichzelf erger dan nodig. Binnenin ons is een stem die vaak ‘nee’ tegen onszelf zegt, een stem van zelfveroordeling. Kaïn had naast zelfmedelijden ook last van die stem omdat hij zijn vloek erger maakte dan die was (‘ik geef toe, een beetje inlegkunde’). Hij zei wanhopig: iedereen zal mij doden! Het is het niet waard meer om te leven. Maar God zei: ‘nee, zo niet.’ Hij beloofde hem om hem te beschermen. God zegt dus ‘nee’ tegen ons ‘nee’ tegen onszelf. Wij moeten leren om Gods ‘ja’ te verstaan, Zijn gunst (of: bijzonder positieve houding, als je een hedendaags woord zoekt) ten opzichte van ons diep te leren kennen en te voelen in ons hart en psyche. En dat ‘ja’ heeft geklonken en klinkt nog in Jezus.
Gerrit werd vertaald door een tolk. Het voordeel van een tolk is dat je even kunt nadenken over je volgende zin, en in de tijd van vertaling op je papier kunt kijken, en terwijl je preekt de mensen aan kunt kijken. Het nadeel is dat je niet weet of je goed vertaald wordt, en dat je snel een synoniem of uitleg moet kunnen verzinnen. Deze tolk kon niet het woord ‘despair’ vertalen, maar keek zo wanhopig elke keer als Gerrit het zei, dat het toch wel overgekomen moest zijn!
Feestelijke gelegenheden
De maandag daarop hadden we een “ladies farewell evening”, waar uiteraard alleen Jannet bij was. We gingen naar een gameresort. We moesten een heel stuk over zand/gruissteenpaden rijden tot aan de andere kant van de berg en zagen een hoop verschillende bokken (=soorten herten). Na een tijd kwamen we aan bij het gebouw waar we gingen eten. Het zag er ranchachtig uit, en heel gezellig. De gastvrouw had een tafel in drie verschillende stijlen gedekt en legde uit hoe je een tafel moet dekken, hoe je het bestek neer moet leggen en gebruiken, hoe je je moet gedragen in een restaurant, etc. De dames waren erg geïnteresseerd. Tijdens het eten vertelden sommigen dat ze het eten met een mes en vork heel lastig vonden, omdat ze gewend waren om met hun handen te eten. Er werd afscheid genomen van drie studenten en van mij, en ik kreeg een hartverwarmende toespraak en een presentje.
Woensdag hadden we alweer een afscheidsavond, maar dan van alle derdejaars studenten. De plek waar de studenten normaal eten was mooi gedekt en vrouwen vanuit de kerk uit Barberton hadden verschillende soorten lasagne gemaakt. Alle studenten waren mooi aangekleed en er heerste een uitgelaten, soort opgeluchte sfeer. Alle studenten vertelden hoe ze het gehad hadden in de drie jaar en wat ze geleerd hadden. Bijna allemaal noemden ze dat het niet gemakkelijk was geweest, maar dat ze wel doorzettingsvermogen hadden geleerd en afhankelijkheid van God, en dat ze ook gemerkt hadden dat God gebeden verhoort en nabij is in moeilijke tijden. Na het eten werd er muziek aangezet en werd er vooral door de mannen gedanst. Gerrit deed met heel zijn hart mee, wat de goedkeuring van de studenten kon wegdragen! Jannet was druk in de weer met de digitale camera, die gelukkig ook filmpjes kan maken…
Het weekend hebben we rustig op de bijbelschool doorgebracht. Normaal gesproken is het druk met iedereen en is iedereen druk, en hoewel we ook op zaterdag werk doen, is de sfeer toch anders.
Zondag 16 november: een gevangenis- en een normale dienst
Zondag heeft Gerrit met een studentenechtpaar en Elreza de gevangenis bezocht. Er is daar een groep christenen (ongeveer 50 personen) die elke zondag bij elkaar komen, en veel zingen. Het was een vreemde maar ook mooie ervaring. Je zit met z’n vieren van buitenaf tussen mannen die allemaal in oranje ‘kostuums’ gekleed zijn, met daarop ‘correctional service Barberton’ geprint. Het was de eerste keer dat ik (Gerrit) in een gevangenis was, en toen ik dat zei bij mijn introductie, klapten en joelden ze allemaal luid. Je bent wel op je hoede, want je weet niet hoe gevaarlijk ze zijn. Het deel van de gevangenis waar we waren (Medium B), zag er nogal vrij uit. Iedereen liep ‘los’, een paar gevangenen waren aan het poolen, en blijkbaar was het niet verboden om bijv. riemen te dragen. In hoeverre is hier bijv. op wapens gecontroleerd? vraag je je op zo’n moment af. Maar het zag er rustig en bijna gezellig uit, met netjes aangeharkte tuinen. Na afloop kamen alle 50, inclusief een bewaarder (de bewaarder Israëls) langs om ons de hand te drukken op de Afrikaanse wijze. Ik (Jannet) wilde graag weer naar een “normale” kerkdienst en woonde een dienst van de NG-kerk bij. Daar besefte ik, na er een tijd niet geweest te zijn, dat ik me toch erg thuisvoel in de traditionele kerk. De twee zondagen daarvoor was ik in de kerkdiensten waar Gerrit had gepreekt, en ik had de preek al gelezen/gehoord. Het lijkt dan bijna alsof het minder het woord van God is, omdat je de voorbereiding hebt gezien en zelf ook hebt meegedacht. Gelukkig kan ik er hier vast een beetje aan wennen.
Roeping tot bediening van het Woord
Wat betreft mijn (Gerrit) roeping kan ik zeggen dat dit een goede tijd is om hiermee bezig te zijn. Door het preken zelf kom ik tot inzicht wat de minnen en de plussen zijn. Het moeilijkste is om een boodschap, die voor jezelf duidelijk in een tekst ligt, en die je zelf van God gehoord hebt, aan anderen over te dragen, op zo’n manier dat het begrijpelijk is. Je moet echt een weg naar de mensen afleggen. Deze weg wordt makkelijker naarmate je zelf in je eigen leven ervaren hebt waar de tekst over gaat. Ik zou bijv. graag over Galaten 2,20 preken (niet ik, maar Christus leeft in mij), maar ervaar dit nog te weinig in mijn eigen leven. Verder merk ik dat ik geneigd ben nogal vermanend te preken, of waarschuwend. Dat bepaalt ook mijn tekstkeus. Nu al uitkijken dus, dat ik niet te eenzijdig word. Genoemde neiging zal samenhangen met mijn kritische geest, wat weer samenhangt met een zucht naar waarheid. Jannet herkende dit ook. Maar bovenal ervaar ik het als een vreugde om het Woord te mogen delen, en zo iets van mijn hart, en naar ik hoop Gods hart te mogen meedelen. Niettemin blijven twijfels bestaan over het vervolg in Nederland. Ik zie voor mezelf meer een rol weggelegd als (zoals ze dat in Engeland, in de Anglicaanse kerk hebben) ‘pastor of theology’, iemand die in een gemeente theologisch denkwerk verricht en bijvoorbeeld de kerkenraad adviseert, de breedte van de gemeenten dient, schrijft en preekt. Vorige week was hier een afgetreden predikant, die nu een bediening heeft als ‘missionary mobilizer’: iemand die andere mensen mobiliseert om naar buiten te treden met het Evangelie. Precies zoiets zou mij liggen, maar dan op het vlak van gemeente-opbouw. Noem het een ‘maturity mobilizer’: iemand die anderen aanmoedigt om te volharden in geestelijke groei, tot geestelijke volwassenheid. Paulus had beide kanten. Hij was een apostel onder de heidenen, om hen voor het eerst te leiden tot Christus, maar zag het ook als zijn taak om vervolgens de pasbekeerden aan te sporen te wandelen in Christus (Kol 2,6-7). Anything dat bij kan dragen aan dat groeiproces van Gods gemeente zal ik met beide handen aanvatten, maar of dat in de eerste plaats predikant is, daarvan ben ik nog niet zeker. Wie dit leest, bid ‘asseblief’ voor meer licht.
Ontspannende stafavond
Gisteren zijn we met de staf, als afscheid, naar hetzelfde gameresort geweest als we met de dames geweest waren. Nu kwamen we al overdag aan, en hadden we veel meer tijd. Het is de laaste dagen regenachtig geweest en gisteren hingen er ook mistwolken rondom de bergen. Een prachtig gezicht. Je hoort alleen de wind en de vogels, en waar je ook kijkt zie je groene bomen en bergen. Het schijnt het mooiste deel van Zuid-Afrika te zijn, en dat wil ik graag geloven. De gastheer is een buffelboer. Hij neemt buffels die besmet zijn met tuberculose over van het Krugerpark, zet ze in quarantaine in zijn park, en verzorgt ze tot ze beter zijn. We hebben ze van dichtbij kunnen bekijken. Ik (Jannet) vind het geen mooie beesten. Het lijken net grote koeien, maar dan met grote hoorns en ze kijken erg dom. En als ze rennen, dat kunnen ze heel snel, dan lijkt het net alsof ze een beetje uitgerekt zijn, en dat is helemaal geen gezicht. Geef mij maar de elegante giraf! (Gerrit is het er niet mee eens dat een giraf elegant is) We liepen nog naar een kapel waar huwelijken gesloten kunnen worden. Als er één plek is waar je een fastastisch huwelijksfeest kunt houden, is het daar wel! Ook binnen, waar we hebben gegeten, is er een huiselijke, knusse sfeer. We hebben heerlijk gespeeld met de jonge honden en Gerrit kon zijn gevoel kwijt in de piano. Met de staf zongen we al een paar kerstliederen. Ze hebben hier niets van sinterklaas – ook geen kikkers en muizen - , dus alles staat nu al in het teken van kerst.
Evaluerende woorden
Inmiddels loopt de tijd dat we hier blijven alweer op zijn eind. Nog maar een week, waarin veel moet gebeuren, en dan is het afstudeerfeest en gaat iedereen weg. We hebben de staf en de studenten best goed leren kennen, soms hebben we de leuke en mooie kanten gezien, soms de minder mooie kanten. We hebben veel geleerd, vooral op geestelijk en psychologisch vlak, maar we hebben soms ook wel gedacht dat we liever weg wilden gaan. We vonden de manier waarop er leiding werd gegeven en omgegaan werd met studenten en staf niet altijd prettig en moesten dan nadenken of we zouden gaan confronteren of het achteraf vertellen. In ieder geval leren we hier om altijd te bidden! De positieve kanten hebben de negatieve toch altijd wel overheerst.
Een zieke student
Terwijl ik dit aan het tikken was (20:45 uur), werd er bij ons op de deur geklopt en stonden er drie studenten voor de deur die vertelden dat een andere student, uit Angola, erg ziek was, gebraakt had, hoge koorts had en dat we moesten komen kijken en beslissen of hij naar het ziekenhuis moest gaan (dat is in Barberton, 28 km verderop). We liepen met hen mee en kwamen in de kamer van de student aan. Ze slapen altijd met z’n drieën op een kamer en toen was ineens de hele kamer vol. Iedereen luisterde en keek met mij mee terwijl ik een inschatting probeerde te maken. Hij was vooral moe en kreunde, en gaf éénlettergrepige antwoorden. Ik onderzocht zijn buik, die (voor de insiders) geen tekenen van peritonitis vertoonde en besloot dat hij waarschijnlijk een virale gastro-enteritis (maagdarminfectie door een virus) had met koorts en gaf hem ORS (tegen dehydratie) en paracetamol. Gerrit heeft met hem gebeden. Het gevoel dat ik een fout kan maken, iets over het hoofd gezien kan hebben en misschien onterecht hem niet naar het ziekenhuis heb gestuurd, is het moeilijkste van zo’n consult, zeker omdat we zo ver van enige dokter (behalve mijzelf dan) en hulp afzitten. Maar als morgen zijn twee kamergenoten ook braken en diarree hebben, weet ik dat ik het goed had…