woensdag 18 februari 2009

Tweede deel reis en laatste weken

De tuinroute en de Kaap
Vanaf Bloemfontein reden we met een audi verder. De langste rij-dag lag in het verschiet. We konden maar niet beslissen of we via Port Elizabeth naar Stormsrivier zouden rijden, of via George. Uiteindelijk hebben we de keuze voor de eerste optie gemaakt. Ik reed de eerste 3,5 uur, Geerten het tweede, net zo lange, stuk en Marleen reed de laatste loodjes. Uiteindelijk op het strand van PE aangekomen aten we fish en chips met zand. Via een deel van de tuinroute bereikten we Stormsrivier dan uiteindelijk. De tuinroute viel flink tegen. Misschien zou het mooier geweest zijn als we wat meer van de hoofdweg waren afgegaan, maar dan alsnog doet de naam mooiere plaatjes in je hoofd oproepen dan gerechtvaardigd. Stormsrivier ligt in het nationale park Tsitsikamma. Francois en Dorothea Carr hadden twee huisjes voor twee nachten voor ons besproken en betaald. Het waren simpele houten huisjes, een beetje in het bos, maar nog vlakbij de zee. De zee had bijna geen strand, maar flinke rotsen. De golven waren de eerste avond al flink hoog. We aten ’s avonds bij de familie Carr. Naast F en D waren ook hun dochter en de twee oma’s van de familie mee. Moe maar voldaan legden we ons neder voor onze nachtrust.

Kerst
De dag voor kerstfeest brak aan. Ik (Jannet) had me erg verheugd op een kerstfeest aan het strand, in de volle zon, want misschien zou dit de enige keer zijn dat ik dat zou meemaken. Dus was ik best teleurgesteld toen ik zag dat het koud, natterig en winderig was, en dat beloofde niet veel goeds voor kerstdag zelf. Maar toen wist ik nog niet dat het een bijzondere dag zou worden, en was ik dus te vroeg in mijn boosheid over het weer. Toen Marleen terugkwam van het douchen, vertelde ze dat de golven die nacht zoveel schuim hadden opgeworpen, dat de tenten vlakbij de zee midden in de nacht moesten opbreken. We zouden gaan wandelen als het goed weer was, maar dat plan moesten we laten varen, omdat een deel van de wandelroute afgesloten was vanwege de golven. Bovendien wilden we de ontwikkeling van de golven wel eens zien! Die hele dag hebben we op de kust gezeten en gekeken naar meters hoge golven die tegen de rotsen opsloegen, en het schuim dat over het land heensloeg en bleef liggen. We hadden een heerlijke dag. Op eerste kerstdag waren de golven nog hoog, maar niet meer zo erg als de dag ervoor. De kerstdienst was op het terrein zelf, in het restaurant en er waren veel mensen. We keken uit op de branding van de zee. Het werd geleid door een echtpaar wat liederen zong en gedichten voordroeg en verhalen vertelde. We waren er niet echt door opgebouwd. Ik miste onze familie wel vreselijk op dat moment! Later op de dag gingen we naar Plettenberg bay, waar een hotel aan het strand staat. We dronken een koffiemilkshake in de lounge en zwommen daarna. De lifeguards droegen kerstmutsen, maar verder merkte je aan niets dat het kerstfeest was. Het water was warm (vonden wij in elk geval) en de golven lekker. Daar namen we afscheid van Francois en Dorothea, zij gingen terug naar Tsitsikamma, en wij verder op onze reis. Die reis voerde verder naar Knysna, een klein dorpje rondom een haven. Gezellig. We wilden er wat eten, maar overal waren alleen speciale kerstmenu’s. Dus maar weer de koffieshake genomen. Aan het eind van de dag kwamen we aan in Karatara, waar we bleven slapen bij een jong predikantengezin. Vooral Gerrit maakte veel plezier met de kinderen, en de predikant zelf gooide vaak ook olie op het lachvuur. Onze buikspieren werden weer getraind.
Tweede kerstdag gingen we zwemmen in een andere baai, namelijk buffelsbaai. Weer genieten van de golven, maar we merkten ook een sterke stroming. Oppassen dus. We waren allemaal vreselijk verbrand van het golven kijken de dag ervoor, terwijl het flink bewolkt was, en we moesten ons dus flink insmeren. De Afrikaanse zon is een tikkie scherper dan de Nederlandse. Later hadden we nog een gezellige middag en avond bij hetzelfde gezin in Karatara.

Op weg naar Kaapstad
Om 8 stonden we weer op om in Wilderness national park te gaan kanoën en wandelen. Na een tijdje kanoën kwamen we bij een aanlegplaats aan waar we de kano konden achterlaten en begonnen we onze wandeling door het bos naar de waterval. Dat was nog best een flink stuk. Bij de waterval, die in de rotsen lag, kwam het klimgevoel in Geerten naar boven en hij klauterde flink. Dacht zelfs nog dat hij goud had gevonden, maar kon het niet uit het stroompje water krijgen. De terugtocht met de kano was een stukje moeilijker, vanwege de harde wind die was komen opzetten. Gerrit en ik besloten op een gegeven moment om uit te stappen en het laatste eind te lopen, maar Geerten en Marleen waren aan de andere kant van de rivier, en kanooden verder. Via de kust reden we naar Hermanus. Daar bleven we slapen bij familie Sadie, met z’n vieren op één kamer. Eén stel sliep in een tweepersoonsbed, en het andere moest het op een éénpersoonsbed zien te redden. We keken gezellig het eerste deel van de Narniareeks wat op tv was, en maakten ons daarna gereed om te gaan slapen. Gerrit en ik hadden het voorrecht het eerst ons huwelijk te testen ;-), en we hebben heerlijk geslapen.
Zondag 28 december gingen we eerst naar de kerk in een NG-gemeente, wat net als de andere NG-gemeentes die we hebben gezien, een beetje levenloos was. Daarna maakten we een dienst mee in de kleurlingenkerk. Kleurlingen zijn halfbloedjes, tussen zwart en wit of Indisch en wit of Indisch en zwart of een andere combinatie. Ze praten hun eigen Afrikaans. Deze dienst was meer levendig. Inmiddels was het al middag. We zijn naar de oude haven van het stadje geweest, en wilden nog wat walvissen spotten, maar die waren allemaal al weggezwommen. Alleen een eenzaam spuitertje kwam soms uit het verre water omhoog. Gegrepen door het verhaal van Narnia, keken we het tweede deel, wat we op DVD bij ons hadden. ’s Avonds deden we een bijbelstudie onder leiding van BC, de pater familias, wat eigenlijk niet echt een bijbelstudie was, maar meer een uiteenzetting van wat hij had ondervonden over eenheid en autoriteit.

Het schiereiland en Kaapstad
De laatste paar dagen van ons samenzijn waren aangebroken. Maandagochtend wilden we vroeg weg, maar we moesten nog een band verwisselen en nieuwe lucht in alle banden pompen. Langs de kust reden we richting Kaapstad. Een mooie route! In Simonstown hebben we wat gedronken en lekker taart gegeten, en hebben Geerten en Marleen hun souvenirs gekocht. Een stukje verder op de route konden we de pinguins zien. We voelden ons een beetje bekocht dat je daarvoor ook alweer moest betalen, maar we zijn er toch maar ingegaan. Nu maar hopen dat dat geld ook daadwerkelijk voor het onderhoud van de pinguins wordt gebruikt. Eigenlijk was het maar een klein stukje waar de beesten op liepen, maar het was een leuk gezicht. Vooral als ze geluid maken. Het zou leuk zijn om ze op een film op te nemen en dan menselijke stemmen eronder te zetten, zo raar zijn ze wel. We reden verder langs de kust. Het motregen was overgegaan in echte regen, en in Houtbaai wilden we toch echt wat gaan eten. Helaas hadden meer mensen hetzelfde plan, en moest je bij het enige echte restaurant 40 minuten wachten om een tafeltje te krijgen. Wij liepen dus maar verder, en aten fish and chips in een ander tentje, waar we alsnog een beetje natspetterden. We ontmoetten nog een man die portretten tekende. Terwijl hij Marleen aan het natekenen was, vertelde hij wat over zijn eigen leven en we hebben hem het adres van de EO gegeven, omdat hij zijn eigen plaat wilde uitbrengen over de hele wereld. We zullen wel zien of we hem het opstapje naar roem hebben kunnen geven…
Toen we klaar waren met eten liepen we langs een boot die een bodem van glas had, waardoor je zeehonden en vissen kon zien. De laatste boot van die dag vertrok op dat moment en impulsief besloten we om mee te gaan. Eenmaal binnen bleek dat niet de hele bodem van glas was, maar slechts twee stukken van twee bij twee meter. Het was heerlijk om op het dek te staan en de deining van de golven te voelen, de motregen je gezicht te voelen natmaken en de wind die maakt dat je niet veel meer hoort. Na een minuut of tien kwamen we bij een eiland aan waar allemaal zeehonden op lagen. We draaiden er een beetje omheen, en voeren toen weer terug. De zeehonden waren speels, en sprongen op uit het water, maar net niet op het moment dat ik ze wilde fotograferen…
Uiteindelijk kwamen we in Kaapstad aan, waar we bleven slapen in een soort zondagsschool bij een kerk, waar ook een badkamer ingebouwd was. ’s Avonds reden we naar Victoria en Alfred Waterfront, keken een beetje in de winkeltjes en gingen gezellig boerenbridgen in een soort sjieke pub.
De een-na-laatste dag van het jaar. Het was na de grijsheid van de vorige dag nu heerlijk helder, en om 10 uur gingen we op weg naar de Tafelberg. Daar waren alleen al veel meer mensen! We parkeerden de auto maar aan het begin en liepen toen de rijen auto’s die boven wilden parkeren, voorbij. Eenmaal bij de kabelbaan aangekomen, liepen Marleen en ik doodleuk het einde van de rij binnen, maar we werden weggestuurd. Toen we beter keken, zagen we dat de rij meters en meters en meters lang aan de overkant van de weg verder ging! En als je dan eenmaal een kaartje had, moest je nog in de rij staan om met de kabelbaan mee te kunnen. We besloten dat we het de volgende dag nog een keer zouden proberen, en liepen weer terug naar onze auto. Onderweg probeerden we een paar mensen die rustig in de rij auto’s stonden te wachten, te overtuigen dat het geen zin had, maar volgens mij wilde iedereen het eerst met eigen ogen zien. Wij volgden plan B: naar Stellenbosch. Dat was ontzettend mooi. Spierwitte gebouwen met de mooie paarse Agapanthusbloemen en heldergroen gras, schoon en rustig. We bekeken het kerkje waar Andrew Murray gepreekt had en toen we een leeszaal wilden bekijken, werden we zomaar uitgenodigd om de slaapkamers van dat B&B te bekijken. Mooi en luxe, maar ook duur: zo’n 700 rand per nacht. We snuffelden in Oom Samie se winkel en een ander leuk winkeltje met kleurige doeken, tasjes, sieraden en jurkjes. We dronken wat op een terrasje onder de eikenbomen, een koel briesje maakte het gevoel van genieten helemaal compleet. Verder maar, op weg naar Franschhoek. We reden een mooie pas, en genoten van de vele wijnvelden. We probeerden nog een wijnboerderij te bezoeken, maar waren te laat. We konden nog wel foto’s nemen van het fantastische uitzicht. In Franschoek aten we een pizza in een restaurantje en bleven lang hangen door weer een spelletje boerenbridge. Pas laat waren we weer terug bij onze slaapplaats.

Oud & Nieuw
Oudjaarsdag! De laatste dag van onze toer. Om half acht waren we nu al bij de tafelberg, precies op het moment dat hij openging. Toch stond er nog een lange rij. Na een uur stonden we in de kabelbaan. Het is een grote kabine, waar zo’n 60 mensen in passen, en de bodem draait rond, zodat je het uitzicht van alle kanten kunt bekijken. In een paar minuten ben je 700 meter verder boven de grond! Op de tafelberg was het niet zo plat als je zou denken. Het uitzicht was ontzettend mooi. Het was helemaal helder, dus we konden ver kijken. Zowel foto’s als woorden omschrijven niet wat je dan voelt. We stonden op de berg die de scheepvaarders eeuwen geleden zagen als ze om Kaapstad heenvoeren. We stonden op de berg, bijna op het puntje van heel Afrika, als je naar de oceaan kijkt, en je zou verder kunnen kijken, zou je niets dan water, water, water kunnen zien. We beginnen met een wandeling naar het hoogste puntje van de tafelberg. Een best eindje, maar lekker om te lopen. Er groeien nog best wat bloemen en bosjes op de berg, en we zagen een hoop dasjes die tegen de berg op rondhuppelden. Op het hoogste punt deden we weer een spelletje boerenbridge, terwijl andere mensen moe van de klim maar voldaan op dat puntje aankwamen, zagen ze een stel jonge mensen aan het kaarten… De terugweg liepen we langs de andere kant van de tafelberg, zodat we uiteindelijk een heel rondje gelopen hadden. Dat was steil! Je kon bijna loodrecht naar beneden vallen. Gelukkig hebben we dat niet gedaan. We aten nog wat in het restaurantje daar en gingen weer naar beneden met de kabelbaan. Eerst maar eens terug naar onze zondagsschool om een beetje te slapen. ’s Avonds gingen we weer terug naar V&A Waterfront, aten een pannenkoek en dronken daarna nog wat, en besloten om weer weg te gaan. Er waren veel mensen die oud en nieuw wilden vieren temidden van andere mensen, er was veel muziek en de restaurantjes waren vol of gereserveerd, maar het voelde voor ons leeg. Wij besloten om de kerkdienst van de kerk waar we sliepen bij te wonen, die van 11 tot 12 uur duurde. 2009 was begonnen!
Op nieuwjaarsdag zwaaiden wij Geerten en Marleen uit op vliegveld Kaapstad en kregen nog een boete ook omdat we de auto niet alleen achter hadden moeten laten op een drop & go zone. Toen waren we nog maar met z’n tweeën in de auto! Wij gingen weer terug naar Hermanus, naar BC en Lucie Sadie. Vooral Jannet had die dag vreselijke heimwee, zo erg dat ze het lichamelijk voelde. Nog vijf- en-een-halve week, de laatste loodjes!

In Hermanus
Hermanus staat bekend om de vele walvissen die er te spotten zijn, maar ook al zijn we vaak wezen kijken, wij hebben er geeneen uit het water zien springen of driftig met staart zien slaan. We wisten eigenlijk niet helemaal wat de bedoeling was. BC en Lucie zijn aparte mensen, die in een apart, rommelig, huis leven. In januari is het nog vakantietijd, en het zendelingenwerk was nog niet echt begonnen. Wij sliepen vaak tot na tien uur uit, en vervolgens was het ritme van de hele dag zoek. Pas op maandag werd verteld wat er van ons verwacht werd. We reden naar hun zendingslocatie, Ertjiesvlei, waar een gebouw staat wat als kerk-zaal dienst doet, en een kleiner opslaggebouwtje. Jannet werd gevraagd of ze medisch onderzoek wilde doen naar de ziekte van BC, hemochromatose, en Gerrit of hij wilde nadenken over een plan voor gemeenteopbouw voor het volgende jaar. Ik zag mij opdracht in eerste instantie niet zo zitten, omdat de Zuid-Afrikanen in het algemeen cynisch zijn over wat dokters zeggen en zelf dokteren. Bovendien heeft BC het gevoel dat God hem zegt om geen aderlatingen te doen, wat ongeveer de enige behandeling voor de ziekte is. Maar toen bedacht ik dat het niet om mij ging maar om hem, en besloot ik te kijken wat ik kon doen. Ik heb van hem een hele medische voorgeschiedenis op papier gekregen en ging op de bekende medische zoeksites kijken wat er over de ziekte geschreven was, en of ik nog wat raad kon geven. Uiteindelijk heb ik er wat van geleerd, en was BC volgens mij ook wel tevreden. Gerrit heeft een paar keer met het echtpaar gepraat over hoe de gemeente nu werkt en nagedacht en een document gemaakt met aanbevelingen.
Verder in de twee weken hebben we nog een middag met kinderen uit de kleurlingenwijk gespeeld, Jan-Huigen-in-de-ton aangeleerd ;-) en zijn we twee middagen naar een bejaardenhuis geweest. Eén keer alleen Jannet, om te kijken of het veel verschilt met Nederland, en één keer samen, toen Gerrit een meditatie hield. Het hele medische voorzieningenstelsel is een stuk slechter dan in Nederland, en de oudere generatie bij ons moet maar boffen met veel disciplines die ze behandelen, zorgplannen, MDO’s, etc. De meditatie van Gerrit, over ruimte, vond aanklank en we hebben daarna nog wat thee gedronken bij één van de dames met een heel gezelschap, dat was gezellig!
Als we terugkijken op deze periode hebben we er een gemengd gevoel over, omdat we niet zoveel konden doen, en omdat de geestelijke sfeer wat bedrukkend was. We hebben een aantal keer bijbelstudie gedaan, wat niet altijd even fijn was, maar toch gaf het wel een extra diepte aan ons verblijf bij hen.

Een weekje vakantie
We reden op donderdag 15 januari naar een ander echtpaar, dat in een veiligheidsdorp woont op 18 km van Stellenbosch af. Wat een verschil! Hun huis was netjes, schoon en mooi en we hadden een eigen badkamer. Dit was echt een vakantieweek, er werd niets van ons verwacht. Omdat we nog steeds de audi hadden, zijn we er lekker opuit getrokken: nog een keer naar Stellenbosch, naar Wellington, Paarl, Gordon’s baai en Strand. We zochten er de geschiedenis op, zoals het taalmonument en de kerken en zalen van de tijd van Andrew Murray. We genoten van de omgevingen, hebben mooie passen gereden en nog een wijnboerderij bezocht. Lekker rondgelopen temidden van de druiven en uiteraard geproefd. We zijn nog niet zo volleerd dat we elke noten-, chocola en koffiesmaak eruit kunnen halen, maar gelukkig staat dat netjes op de beschrijving. Op zondag bezochten we een huisgemeente. Een mooi ideaal, maar het is een verzameling mensen die in een normale kerk niet kunnen aarden, dus allemaal een flinke eigen mening hebben. Het basisconcept is delen uit de bijbel met elkaar delen, maar het sloot niet op elkaar aan toen wij er waren, en het voelde een beetje alsof er een samenvatting van de stille tijd van de afgelopen week gegeven werd.

De Karoo
Vrijdag 23 januari was het tijd om de auto weer terug te brengen. Van Stellenbosch naar Bloemfontein is ongeveer 1000 km, en we besloten dat over twee dagen te verspreiden. Toch tijd zat. De eerste avond overnachtten we in Richmond, wat bekend staat als een dorpje dat vol is met boekenwinkeltjes. Dat sprak ons natuurlijk wel aan! Toen we daar echter aan het eind van de dag rondliepen, was er eigenlijk niet veel te zien, en konden we zelfs geen fatsoenlijke eetgelegenheid vinden. Omdat we niet konden koken op onze kamer in het B&B, kochten we bij de supermarkt een mengelmoes van voedsel. Op de terugweg kwamen we toch nog langs een restaurantje, maar hadden toen geen zin meer om naar binnen te gaan. We hebben lekker geslapen en na een ontbijtje waren we klaar voor een dag flink rijden! Eerst zo’n 350 km naar Bloemfontein, en dan met ds. Etienne Maritz weer terug de Karoo in naar Carnarvon, waar hij een aantal diensten zou houden.
De Karoo wordt een semi-woestijn genoemd, het is droog, kaal, warm (maar niet veel warmer dan bepaalde andere delen van het land), maar heeft geen zandduinen, is meer rotsachtig. Het heeft een bepaalde charme. Sommige mensen vinden er niets moois aan, anderen zijn er helemaal weg van. Voor ons is het mooi, maar na een paar uur heb je het ook wel gezien. We moesten het laatste stuk in het donker rijden, wat de meeste mensen in Zuid-Afrika vermijden omdat er slecht zicht is, gevaar van kaping en overval en dieren die zomaar de weg oversteken. Dit laatste hebben we inderdaad meegemaakt! Opeens sprong er een hertje de weg over, die de auto raakte. Het hertje was dood en de bumper van de auto had een deuk, maar gelukkig geen ernstige schade, op 100 km van het dichtstbijzijnde bewoonde gebied af in de nacht… We reden weer verder, en ontweken nog haasjes, een stekelvarken en een uil. Die laatste zat doodstil op de weg, en we moesten terugrijden om hem van de weg af te jagen. Uiteindelijk kwamen we veilig aan in Carnarvon.
We besteedden de week rustig, met ’s avonds de lezingen van Etienne en overdag wat wandelen, lezen en lekker slapen. Toen we weer weggingen overnachtten we in Douglas. We zwommen heerlijk in het zwembad in de tuin en gingen kijken naar een samenkompunt van twee grote rivieren. Het was loeiwarm. De volgende dag dan op weg naar Koppies, waar Etienne woont. Vandaaraf gingen we twee dagen later naar de bijbelschool.

Weer naar de bijbelschool
Op 1 februari reden we met een 14-plaatsenbus naar Nelspruit toe, een tocht van zo’n 5 uur. Op de een of andere manier ging het snel voorbij en konden we in de avond van Nelspruit naar de bijbelschool gebracht worden, nog zo’n 70 km. Gerrit zou lesgeven van maandag tot donderdag, over heiligmaking, en Jannet zou een overdracht doen van het bibliotheekwerk wat ze gedaan had en de administratie rondom de zendelingen, en op verzoek van de studenten ook weer een spreekuur houden. Het was een vreugde de studenten weer te zien, van beide kanten! Sommigen dachten zelfs dat we vanuit Nederland weer overgekomen waren om vijf dagen les te geven… Dat hebben we maar gauw de wereld uit geholpen. De lessen gingen erg goed, de studenten waren erg oplettend en genoten van het ‘universiteitsniveau’. De dagen gingen snel voorbij, en het echte afscheid brak dan toch echt aan. Veel studenten bidden of we niet terug moet komen, en dan voor een langere tijd, en de staf bidt dat ook, dat is wel raar. Wij willen helemaal niet terug, maar stel je voor dat hun gebed verhoord wordt…

Laatste weekend en thuiskomst
Vrijdagochtend vroeg reden we met het rectorsechtpaar mee naar Pretoria. We verbleven weer bij de familie Kelber, alleen waren zij er niet. We genoten van voorlopig de laatste zomerdagen voor ons door lekker te zwemmen in hun zwembad, en vooral Gerrit heeft tennis gespeeld op de wii. Op zondag verhuisden we weer, nu naar familie Carr. Na een laatste rustige zondag bracht Francois ons maandagavond naar het vliegveld.
We hadden een goede vlucht en kregen een leuk hartelijk welkom op Dusseldorf en bij ons thuis.

zaterdag 17 januari 2009

In de Kaap is het verschrikkelijk mooi

Even een update tussendoor: we zijn nu bij fam. Venter, vlakbij Stellenbosch. We kijken uit op de Tafelberg aan de ene kant, en de Heidelbergketen aan de andere kant. Vlakbij zijn allerlei wijngaarden. Vandaag hebben we er eentje bezocht en de wijn aldaar geproefd.
Er is hier goed internet bereikbaar, via een zgn. hotspot. Dat kost wel wat centjes, maar vooruit.
We doen het nu wat rustig aan met het programma, na de woeste en leuke reis met Geerten en Marleen. Volgende week hopen we via Bloemfontein naar Pretoria te gaan, alwaar we bij Francois en Dorothea Carr zullen verblijven. Waarschijnlijk gaat Gerrit dan een halve week met Francois op pad, naar een gemeente waar Francois een week over een geestelijk onderwerp zal spreken. De laatste week, 2 februari tot 7 februari, zullen we weer op de bijbelschool in Barberton zijn.
Het is hier mooi weer, zo'n 25 graden schat ik. Nee, het vriest hier niet. We zien er naar uit om weer naar Nederland te gaan. Vijf maanden is toch best lang hoor.
Voor degenen die het nog niet weten: één onzer cavia's (waarschijnlijk Lloyd) is wegens onbekende oorzaak overleden.

Rondreis deel 1

Hier dan eindelijk een nieuwe post. We hopen deel twee spoedig te kunnen leveren.

Van Pretoria naar Barberton

Zaterdag 13 december 2008 ontmoetten we Geerten en Marleen in Pretoria, namen afscheid van de familie Kelber, en gingen met een gehuurde auto samen met een Nederlandse familie die een huis op een groot stuk land in een natuurreservaat had, naar dat huis toe. We zouden daar tot maandagochtend blijven. Qua landschap was er niet veel te zien, maar wat dieren betreft des te meer! Net een week eerder was er een klein girafje geboren en samen met zijn papa en mama at hij aan de bomen enkele tientallen meters voor het huis. Heel apart om uit het raam te kijken, en een giraf in het vizier te hebben! Iets verder rondom liepen zebra’s, gnoes (wildebeesten) en elandantilopen. We hebben wat rondgereden, op de stenen in de rivier gezeten en een kerstpreek van prof. W.H. Velema geluisterd via de audio van de auto (tot iemand die verderop aan het vissen was vroeg of het wat zachter mocht), van de stenen afgevallen in het water (Jannet) en lekker rustig gelezen en gegeten. Marleen en Jannet hebben de eerste echte braai voorbereid door de barbecue aan te steken terwijl de heren een lekker stukje aan het mountainbiken waren. Maandag moesten we eerst terug naar Pretoria om de sleutel terug te brengen, en toen reden we naar Dullstroom waar het meest beroemde pannenkoekenhuis van Zuid-Afrika, Harrie’s Pancakes, zou staan. Het was regenachtig weer en we waren al bijna Dullstroom weer uit toen we het pannenkoekengebeuren ontdekten. Het stelde niet veel voor, eigenlijk. Onze zoveelste en Geerten en Marleens eerste ervaring met het (be)oordelingsvermogen van de Zuid-Afrikaners. Leerpunt: verwachtingen naar beneden bijstellen en zelf nadenken! We sliepen die avond in Waterval-Boven, in een huis zonder elektriciteit. Het was een vakantiehuis van het echtpaar waar we later de auto van zouden lenen. Omdat we de aanwijzingen niet helemaal begrepen hadden (of omdat het lekker onhandig was uitgelegd), stonden we eerst bij het verkeerde huis! Gelukkig had het geen alarm en toen de sleutel op geen enkele van de deuren paste, zijn we maar weer verder gereden, waarna we het huis snel vonden. De volgende dag waren we vroeg weg: om 7 uur! We bezochten de Sudwala grotten, waar je van alles in de stenen kunt zien, met een beetje verbeelding... De vindingrijke gids liet ons landen en dieren zien, maar we werden verder niet veel wijzer. Op een gegeven ogenblik deed ze het licht uit, en toen zag je echt geen hand voor ogen. Op reis naar Sabie stopten we bij de waterval MacMac, wel mooi, niet heel bijzonder en reden we naar Pilgrim’s Rest, wat een schattig klein oud mijnwerkersdorpje is volgens de gids. Wij vonden er eigenlijk niet veel aan, maar hebben er toch wat rondgelopen en wat gedronken. De uiteindelijke bestemming van de dag was Hazyview, vlakbij het Krugerpark, en we wilden de Panorama Route rijden daarnaartoe, maar de wolken hingen vreselijk laag, en er was geen enkel uitzicht te vieren. Dus hebben we die tocht maar afgebroken en het plan om nog naar Blydepoort Canyon en God’s Window te reizen opgegeven, wat een enkeling onder ons moeilijk te verkroppen vond. In Hazyview sliepen we met z’n vieren in een klein kamertje met twee stapelbedden in een backpackerslodge. Geerten pingelde lekker wat van de prijs af, wat de moeilijk verstaanbare Zuid-Afrikaan moeilijk te verwerken vond. We zijn daar twee nachten gebleven, en het was beregezellig. Woensdag stonden we werkelijk waar om 5 uur op, en waren we om half 6 al bij het Krugerpark. We hebben de leeuw, buffel, neushoorn en de olifant van de Big Five gezien, helaas geen luipaard. Drie keer kwamen we een kudde olifanten tegen die de weg overstaken, met veel kleine olifantjes. Soms moesten we zachtjes – enigszins zenuwachtig - achteruit rijden omdat zo’n groot beest wel heel dreigend op ons af kwam lopen. De eerste keer dat we zo’n kudde langzaam en majestueus aan zagen komen en over de weg zagen stappen was echt indrukwekkend. Vooral de kleintjes zorgden voor warme gevoelens. Maar ook de andere dieren waren mooi: veel bokkies (antilopes), zebra’s, schildpadjes, roofvogels, nijlpaarden en wilde varkens, mooi in hun lelijkheid. Om half 5 reden we de poort weer uit, en aten we haute cuisine in Hazyview. De volgende dag gingen we later weg, en zijn we minder lang gebleven. We reden een andere route, maar zagen eigenlijk geen groot wild en hebben dus maar genoten van de kleine dieren van de schepping en van de uitzichten. Andere mensen waren helemaal enthousiast over een grote groep leeuwen die ze gezien hadden, maar toen wij dezelfde route reden, zagen we helaas niets meer. We reden soms een half uur zonder iets te zien. Erg vermoeiend voor je ogen, en teleurstellend voor je geest. Gelukkig nog een neushoorn op het eind van de dag gespot, vlakbij de weg, en toen we het park bij Malelane Gate eruit gingen zagen we in de rivier diep onder ons nog een nijlpaard crawlen, af en toe snuivend bovenkomend.
We begaven ons met onze VW Polo Classic Sedan naar de bijbelschool in Barberton. Daar was het nu heel rustig: alle studenten behoudens eentje waren naar huis, en zouden pas halverwege januari weer terugkomen. We sliepen redelijk – het was niet erg schoon, eigenlijk ronduit smerig, in het huisje waar we waren gedropt – en stonden de volgende dag weer verkwikt op.

Via Swaziland naar Fouriesburg

Om acht uur vertrokken we op deze al vroeg warm aanvoelende dag naar de grens van Zuid-Afrika met Swaziland. Dat is een staatje dat helemaal omgeven is door Zuid-Afrika, en niet heel veel groter dan Drenthe. We bereikte grote hoogten op weg naar de grensovergang, en fijne uitzichten. De vegetatie ontwikkelde zich naar talrijke rijzige naaldbomen. Bij Josefsdal bereikte we een eenzame grenspost. Paspoortje laten zien, beetje betalen, stempeltje ontvangen, fotootje maken en weer doorrijden. De weg die voor de grens zo nu en dan tekenen van bearbeiding vertoonde werd nu een grondpad, waarover het vooralsnog comfortabel rijden was… op een behoorlijke kuil hier en daar na dan! De mensen staarden je hier iets langer aan en na, keken vriendelijker uit hun ogen, en in de centrumstraten van de dorpen was het gezellig druk. Een echte Afrika-ervaring dus! We doorsneden het land aan de westkant met als doel om bij Oshoek weer Zuid-Afrika binnen te trekken. Echter niet voordat we een klomp mensen hadden bezocht die langs de kant van de weg uit zeepstenen allerlei prachtige figuren zaten te toveren. Klaar terwijl u wacht, en niet duur! Maar helaas, de bagage wordt gelijk een kilo zwaarder met een paar van die beeldjes, en uit medelijden moet je ook maar geen dingen aanschaffen.
Bij de Oshoek grensovergang was het wat drukker, maar we kwamen er snel doorheen.
Via de lange N11, waar werkzaamheden waren zodat we er twee keer zo lang over deden wat door de magnifieke inhaalmanoeuvres die Jannet uit haar mouw toverde gelukkig niet langer werd, kwamen we door het gebied van de Slagvelden. Hier hadden Boeren en Engelsen rond de wisseling van de 19e met de 20e eeuw met elkaar de degens en andere wapens gekruist, en was het bloedig eraan toegegaan. Het is nogal wat om je voor te stellen wat er zich allemaal heeft afgespeeld op die vlakke velden, waar je geen weet van zou hebben als er niet af en toe een monument zou staan. Heel veel tijd om er bij stil te staan hadden we niet, want we moesten op de bonnefooi een Bed & Breakfast zoeken in Ladysmith, vlakbij de Drakensbergen. Daarin geslaagd en door een bezoek aan de Spur een volle maag rijker konden we een slaapje doen in merkwaardig ruikende kamers die wat aan de krappe kant waren.
Dat kon niet verhoeden dat we de volgende morgen, zaterdag 20 december, ons begaven naar het museum gewijd aan de belegering van Ladysmith door de Boeren. Een grote hoeveelheid foto’s, tekst en artefacten lieten ons de monumentale tijd van toen herbeleven. Uiteindelijk werd het beleg na 3 spannende maanden door de Engelsen van buiten ongedaan gemaakt, en behielden de Engelsen Ladysmith. In de stad zelf waren weinig Engelsen meer te zien. De supermarkt zag zwart van de mensen.
Met een slaperige Marleen achter het stuur maar een immer alerte ‘navigist’ (woord uitgevonden door Geerten) naast haar reden we langs de Drakensbergen. We konden het slechts van verre aanschouwen. Onze bestemming was immers het landgoed Avondzon, tussen Fouriesburg en Bethlehem, in de provincie Vrijstaat.
Onderweg doorkruisten we het Golden Gate National Park, waar indrukwekkende, steile rotsformaties ons gedurende het hele pad bezig hielden. Door een ambtenaar met een te hoge ambtsopvatting verhinderd om het kamp voor een wijle op te slaan bij een campingplaats, zagen we ons genoodzaakt verder te trekken. We besloten koers te zetten naar Clarens, een dorpje dat sterk werd aangeprezen door deze en gene. Je bent natuurlijk op je hoede… wat zal het zijn? Maar het was werkelijk een zeer lieflijk dorpje, mooi gelegen met uitzicht over de Vrijstaatse vlaktes en rotsen. In het dorpje waren volop winkeltjes, en ook kunstgalerijen waar we, verrassenderwijs, enige tijd mee zoet waren.
Oom Egbert en tante Dicky hebben een mooi landgoed, genaamd Avondzon. De ene helft van het jaar, tijdens de Nederlandse winter, verblijven ze hier, terwijl ze de Zuid-Afrikaanse wintertijd voor het Nederlandse zomerseizoen verwisselen. Altijd zomer! Oom Egbert boerde nog wat. Met koeien, die ook in de tuin mochten komen, en zo nu en dan een bloemetje meeaten. Jannet en Gerrit hadden wel behoefte aan wat rust, maar Geerten en Marleen wisten van geen ophouden. Ze dronken hun buikje vol met koffie, en lieten alle zegeningen van de familie van Floris over zich heen komen.
Er waren twee huisjes voor ons gereserveerd: eentje wat meer primitief, wat hoger gelegen en op zichzelf staand, ingeklemd tussen de rotsen, met twee eenpersoonsbedden; de ander bijna tegen het hoofdhuis aan, met wat meer voorzieningen, en een tweepersoonsbed. We stonden voor de Lotskeuze: welk huisje zou door wie betrokken worden? In een goede geest mochten we eruit komen: Gerrit en Jannet het rotshuisje, Geerten en Marleen het andere huisje. Eventueel zouden we de andere nacht kunnen ruilen van huisje. Geerten en Marleen hebben het geweten: de volgende morgen werden ze gewekt door de koeien, die bij gebrek aan hanen voor de muzikale wekker speelden. Jannet en Gerrit hebben het ook geweten: de volgende nacht beukte een subtropisch onweer op het gebied en de huisjes neer. Het was echt niet normaal meer. Flits na flits na flits, zo snel maak je het niet meer mee. En het kwam steeds dichterbij. Je keert het niet. En terwijl de harde regen en de donder het horen doen vergaan, zorgt de bliksem ervoor dat zien je vergaat. Nood leert bidden. Oom Egbert had ook nog eens gezegd, tijdens een mooie wandeling langs en over de rotsen, dat een onweersbui zomaar wel eens een rots los zou kunnen breken, die gevaarlijk overhelde. Tot overmaat van ramp stroomde het water langs de rotswanden, die tevens de wanden van het huisje waren, het huisje binnen, en moesten we onze spullen naar de hoger gelegen delen van de kamer verhuizen. Gelukkig kwam aan alles een eind, ook aan deze bui die we nog lang zullen heugen. De volgende morgen hoorden we dat het bij het hoofdhuis in de telefoonlijnen was ingeslagen, behoorlijk dichtbij ons dus. Ter compensatie van de schade hoefden we niet de volle prijs te betalen, wat we ook niet van plan waren geweest. Oom Egbert heeft ons nog originele rotstekeningen van de bosjesmannen laten zien en ons op een wandeling naar boven op de berg gevat. Vandaar kon je mooi zien hoever de landerijen zich uitstrekten. Hij vertelde ook over zijn zwarte werkers, en dat hij één van hen leert om zelf een stuk land te bewerken en dat hij hem helpt om een eigen huis te bouwen. Egbert heeft weer een andere visie op de blank/zwart kwestie. Ons oordeel wordt daardoor weer een beetje aan de andere kant bijgeschaafd, maar een eindoordeel zullen we ons wel niet kunnen vormen. Na de wandeling was het heerlijk om met kleren en al in een watertank, gedoopt als zwembad, te springen! Het water werd rechtstreeks uit de berg in de tank geleid en was heerlijk koel. We konden alleen maar rondjes zwemmen, en Geerten zorgde voor de nodige golven door telkens eruit te klimmen en erin te springen, eruit te klimmen en erin te springen…
We waren intussen al bij maandag 22 december aanbeland, waarop we van plan waren via Lesotho (spreek uit: Lesoethoe) naar Bloemfontein te rijden, een lange trip. We hoefden niet lang te rijden naar de grens met Lesotho en hadden ook geen problemen om weer de nodige stempels in ons paspoort te krijgen. Het is net als Swaziland een staatje in Zuid-Afrika, maar heeft een eigen karakter. Het oogt veel armer en primitiever dan Swaziland. Er waren veel herders/ veehouders die naast een kudde liepen en we zagen verscheidene mensen die zich vervoerden op een ezel of op een paard en wagen. De mensen die in de auto reden stoorden zich niet te veel aan de verkeersregels en zoefden overal gewoon tussendoor, ook als er eigenlijk geen ruimte was. Om de paar kilometer was er een politieblokkade (we zijn er een stuk of vijf tegengekomen) waar je dan in de rij moest staan en als je bij de politieman of –vrouw terecht was gekomen moest je je rijbewijs laten zien. Er werd meestal een goedkeurende blik op het Nederlandse en internationale rijbewijs van Geerten (die reed) geworpen, maar de laatste agent openbaarde dat ze geen idee had wat de rijbewijzen betekenden, maar dat we toch door konden rijden. Eén slimmerik probeerde zichzelf of de staat wat rijker te maken door te hopen dat hij een boete kon uitdelen door te vragen of we een gevarendriehoek in de auto hadden (welke buitenlander zou daaraan denken?) De uitleg van Geerten dat het helemaal onderin de auto lag, onder alle bagage was niet genoeg, maar toen Geerten de klep opendeed was het blijkbaar vermoeiender om te controleren of Geerten de waarheid sprak dan om hem maar te geloven. We mochten weer doorrijden. Ergens langs de weg hielden we nog halt, en zodra we de auto uit waren kwamen er kinderen vanuit verschillende richtingen naar ons toe die op veilige afstand begonnen te roepen om sweets en money. Toen we zonder hen veel aandacht gegeven te hebben weer wegreden, kregen we nog wat scheldwoorden als kadootje mee. Uiteindelijk weer de grens over, en richting Bloemfontein gereden. In Bloemfontein moesten we de gehuurde Polo, waar we inmiddels al aan gehecht waren, weer inleveren, maar eerst naar Piet de Wet, 20,5 km buiten de stad. We reden een rare, bruine lucht tegemoet, in een flinke wind, wat een zandstorm (of: met zand gevulde wind) bleek te zijn. De wind waait het zand van de boerderijen dan de lucht in, richting de stad. Zodra we bij Piet aangekomen waren stapte Geerten in zijn auto en Marleen in de gehuurde om laatstgenoemde weer terug te brengen en samen kwamen ze met de audi van Piet weer terug. Deze Audi mochten we lenen, voor onbepaalde tijd. We werden hartelijk verwelkomd en kregen een rondleiding op de plaats (boerderij). Ze hebben arabieren (paarden…) en schapen en dat vonden onze vrienden natuurlijk erg interessant! Wij ook wel, vooral omdat we een pasgeboren lammetje konden bewonderen, net een paar uur oud. Na de rondleiding, waar Jannet een natte voet opdeed, werden de voorbereidingen voor - hoe kan het ook anders - de braai getroffen, maar Piet was helemaal de tijd uit het oog verloren, waardoor we pas om kwart voor tien aan ons avondeten begonnen. We hebben heerlijk gesels (gepraat), zowel over het boerengedeelte als over het predikantengedeelte.

woensdag 17 december 2008

Sinterklaas zonder kikkers en muizen

Een lang bericht deze keer, omdat we zo schaars toegang hebben tot internet. Lees het maar in stukjes, dan kun je er zo een week van genieten. Verhaaltjes voor het slapengaan.

Braai met studenten
Woensdag 19 november werden we uitgenodigd door de celgroep van Gerrit om met hen te barbequen (braai hebben). Ze hadden ook pap gekookt. In heel Afrika eten ze pap als ontbijt en avondeten. Het is gemaakt van milimeel (mili=mais). ’s Ochtends eten we het met melk en suiker en als je het iets anders klaarmaakt wordt het een soort substantie als aardappelpuree, maar dan steviger. We hadden per vier personen een bord pap en een bakje met vlees, en aten met onze handen. Je neemt een stukje pap van het bord af, kneed er een balletje van, en dan peuzel je het lekker op. Het geeft wel een stukje extra fellowship als je met meerdere mensen van hetzelfde bord eet!

Speciale avond, 20 november
Vorige week was er een team van Campus Crusade for Christ hier om les te geven en een gebedsseminar te houden. Op donderdagavond, de laatste avond, wilden ze de studenten een speciale avond geven met gebed en avondmaal. De kapel, waar normaal alle tafeltjes en stoelen staan, was leeggemaakt en er stonden 12 stoelen verspreid met een kaars erop, een glas druivesap en een bolletje brood. Elke celgroep ging rondom een stoel zitten. Een van de studenten leidde het avondmaal. Daarna was er worship en gebed voor de wereld, onszelf en voor veel andere onderwerpen. Het was een verrassing, maar omdat de studenten niet voorbereid waren op het avondmaal, waren ze niet erg gewillig om mee te doen. We zongen Amerikaanse worshipsongs, en ze zongen niet echt mee. Sommigen praatten zelfs tijdens het bidden. Wij vonden het erg storend en we merkten dat we nu een kant zagen die we nog niet goed kenden. Of het het Westerse karakter van de avond was, het onverwachte avondmaal, een vrije avond die ze in moesten leveren, we weten het niet, maar ze toonden niet veel respect. Gelukkig waren er ook studenten die wel mee wilden bidden en aanbidden.

Gebedsnacht
Van vrijdag 21 november op zaterdag 22 november was er een gebedsnacht georganiseerd in Matsulu, in de kerk waar Gerrit voor de eerste keer gepreekt had. We gingen vrijdag laat weg. Eigenlijk had ik (Jannet) niet veel zin om mee te gaan, ik was vreselijk moe, maar Gerrit haalde me over. Ik wist niet wat het plan was en wat ik kon verwachten. Of er een bed was om te gaan slapen als ik moe was of dat je de hele nacht in een zaaltje zou zitten, of we konden eten, of er vreselijk veel mensen zouden zijn, etc. Maar toen we aankwamen waren er veel studenten van de bijbelschool, was er veel en heerlijk eten, en kregen we het lekkerste bed toegewezen. Een overwacht hartelijk welkom. Heerlijke goedheid en trouwheid van God, die weet wat ik nodig heb. Om een uur of acht, half negen kwamen de meeste mensen van een paar verschillende kerken in Matsulu aan, en we begonnen met zingen. Het programma omvatte aanbidding, gebed en sprekers. Gerrit was de eerste spreker, en hij leidde een devotional. Hier in Afrika, als je zegt: laten we bidden, dan gaat iedereen tegelijk hardop bidden. En niet zomaar bidden, sommigen schreeuwen, lopen heen en weer, zwaaien met armen, proberen of praten tongentaal, sommigen knielen, en de meesten zitten op hun plek met dicht open voor zich uit te praten. Het is wel wennen om mee te bidden, als je in jezelf meebidt wordt je erg afgeleid door anderen die in het Engels bidden, omdat je dat kunt verstaan. Dus is het het handigste als je ook hardop bidt. Het mooie is dat de hele zaal gonst van gebed in vele talen. Op een gegeven moment zei de aanbiddingsleider dat we allemaal met ons gezicht naar één kant moesten gaan staan en de duivel verdrijven uit die kant van Matsulu. Zo draaiden we alle kanten op, en we wezen ook nog naar de grond en naar boven. Gerrit en ik wisten niet helemaal wat er aan de gang was (het was lastig het Engels van de leider te verstaan) en we hebben nog nooit met een hele congregatie de duivel verdreven. We aanschouwden het met aandacht. Om half twee waren we zo moe dat we niet meer konden bidden en zingen, en gingen we slapen. De (inmiddels uitgedunde) rest ging door tot 5 uur in de ochtend.
De volgende ochtend stonden we om een uur of tien op, en aten patat en gebakte eieren als ontbijt (en ja, we zijn echt in Afrika, niet stiekem in Europa!). We gingen een kijkje nemen bij een gezin in de buurt waar Esnart, één van de studenten, haar haar aan het laten doen was. Ik was erg nieuwsgierig hoe ze die vlechtjes zo strak op het hoofd krijgen. Ze zat in de tuin onder een boom en het meisje dat het haar behandelde had de oude vlechtjes er al uitgehaald. Nu smeerde ze er een heel potje relaxantia in en daarna werd het gewassen. Het haar van de Afrikaanse mensen hier is zo stuk dat het horizontaal kan blijven staan (niet overdreven!). Met mijn haar zou je nooit zulke vlechtjes kunnen maken omdat het te slap is, en ik heb voor Nederlandse begrippen geen slap haar. Terwijl het meisje met het haar van Esnart bezig was kwam de rest van de familie voorbij. Een van de vrouwen was een echte Zulu-jurk aan het maken en trok mij die aan. Ze hadden grote lol! Ze gaven me ook een Zulunaam, Zinkle, wat beautiful betekent. Gerrit zat in de woonkamer met de man van Esnart, maar hij verveelde zich een beetje.

Weer in de gevangenis
Zondag ging Gerrit samen met Elreza (de vrouw van de rector van de bijbelschool) naar de gevangenis. Ze moesten een uur wachten om naar binnen te kunnen. Tijdens de dienst sprak Gerrit ook, en er waren vier gevangenen die Jezus aannamen.
Ondertussen was ik weer naar de NG-gemeente gegaan, waar ze een belijdenisdienst en avondmaal hadden. Het was een mooie dienst. Nadien moesten we (Hettie, één van de stafleden) en ik nog een tijd wachten tot we opgehaald werden door Gerrit en Elreza, en ze vertelde me in alle ernst dat bezoeken aan de gevangenis altijd erg gevaarlijk waren, omdat de gevangenen vooral blanke mensen kunnen gijzelen en losgeld of wat dan ook vragen. Het kwam niet in haar op dat ze dat beter kon vertellen als Gerrit weer heelhuids voor ons stond!
’s Avonds was er een kerstzangdienst, met het mannenkoor van de bijbelschool en andere bijdrages. Er was een beetje gemeentezang. Ze deden veel met kaarsen en Gerrit vond het geheel kitsch en makkelijk. Ik vond er ook weinig kerstvreugde uit spreken, geen diepe verwondering over het kerstwonder.

Laatste week!
De laatste week was een hectische week. De twee secretaresses werkten zich drie keer in de rondte, vooral omdat de rector en zijn vrouw niet echt systematisch werken en vergeten wat ze eerder gezegd hebben zodat je alles weer kunt veranderen, en de rest liep eromheen en probeerde ook te doen wat hij kan. Gerrit was verantwoordelijk voor de officiële cijferlijsten voor de laatstejaars, die van excellijsten afgehaald moesten worden en in de computer moesten worden ingevoerd. En er moesten gemiddeldes worden berekend. Hij had al een hoop gedaan met hulp van de studenten, maar er waren zoveel fouten gemaakt, dat het allemaal nog een keer gecontroleerd moest worden. Jannets taak in de bibliotheek was klaar (had ze besloten, het zag er in ieder geval netjes uit) en deze week hielp ze waar ze kon en probeerde ze iedereen vrolijk en vriendelijk te houden. Veel mensen die elkaar niet zo goed kennen in een stressvolle situatie op elkaars lip vereist veel geduld en liefde.
Maandagavond vond de awardsevening plaats. De studenten die uitblonken in gedrag, studie, sport en allerhande gebieden kregen boeken of certificaten als prijs en de nieuwe studentenraad (de 12 celgroepleiders) werd bekendgemaakt.
Donderdagochtend tijdens de morning devotions hield Gerrit zijn laatste preek, over het afscheid van Paulus en een bemoediging naar de studenten toe. Hij legde ze in de handen van God.
De studenten probeerden ons over te halen om toch alsjeblieft terug te komen. Ze vertelden ons dat we veel voor ze betekend hebben, omdat wat we zeggen en wat we doen overeenkomen. Ze vertrouwen ons en krijgen vriendelijkheid en warmte terug. Het werk in de bibliotheek, met de cijfers en met het spreekuur is werk wat vergaat en niet veel waarde heeft, maar als de studenten kunnen terugdenken aan de weken dat wij er waren met een dankbaar hart, heeft God ons gezegend. Ik ervaar dat we automatisch dienend leiderschap beoefenen. We organiseren en commanderen niet, maar we praten met mensen, bemoedigen, bidden, vermanen, geven onze mening, proberen te sturen en altijd de mensen lief te hebben. Ik denk dat we nog niet beseffen hoeveel we gegroeid zijn en hoeveel er in ons zit wat God kan gebruiken voor Zijn dienst. Wat is er mooier dan mensen die je vertellen dat ze Jezus in je zien! Ik sta verbaasd dat mijn slechte kanten lijken te smelten in de zon zonder dat ik er moeite voor doe om ze te bestrijden. Het lijkt wel of we hebben geleerd om te leven door de Geest, en dat het helemaal buiten ons om is gegaan.

CD-presentatie
De avond voor de afstudeerplechtigheid werden de CD’s van het massakoor (alle studenten) en het mannenkoor (+/- 10 mannen) gepresenteerd. Er waren veel uitnodigingen gestuurd, maar er waren slechts een tien mensen van buitenaf. Doordat alle studenten ook in de zaal zaten, leek het toch nog wat. De dans waar Gerrit en ik ook bij meegeoefend hebben, werd opgevoerd. Geen vlaggen, want er waren geen mannen. Het was een avond die een beetje weerspiegelde zoals het vaker gaat op de bijbelschool: een geweldig initiatief wat uitdooft als een kaarsje in de wind.

Afstudeerplechtigheid
Een belangrijke dag! De derdejaarsstudenten studeerden af en wij gingen vertrekken na 7 weken. ’s Ochtends waren we nog druk bezig met het pakken van onze spullen. Ik (Jannet) heb een traditionele Zambiase jurk en een rok gekregen en Gerrit heeft veel spullen van de opleiding verzameld, dus het inpakken was een hele klus. De vrouw met wie we naar Koppies zouden meerijden, Isabel, had later op de dag nog een zangvoorstelling die ze bij wilde wonen, en had dus veel haast. De plechtigheid duurde ongeveer 2,5 uur, met alle praatjes en het zingen van het massakoor erbij ingesloten. Gerrit, als hoofd van opleiding, kreeg ook een toga aan en was betrokken bij het uitdelen van het (symbolische) diploma. Hij deed het prachtig. Na de afsluiting liep iedereen naar buiten, er werden foto’s genomen en afscheid van ons. Ik kon er eigenlijk niet van genieten, want ik voelde telkens de verantwoordelijkheid naar Isabel toe, maar wilde ook niet zo haastig weggaan van de studenten die onze vrienden waren geworden. Uiteindelijk leek het erop dat we zelfs moesten vertrekken zonder de andere leden van de staf te kunnen groeten, en ik was in tranen over de manier van afsluiten van deze periode. We kwamen met onze spullen bij de parkeerplaats aan, waar we Isabels auto niet meer konden vinden. Zij was naar de studentenkeuken gegaan waar iedereen aan het eten was, en had zich blijkbaar al verzoend met het idee dat ze de zangavond niet meer zou kunnen bijwonen. Gelukkig konden we toen nog fatsoenlijk afscheid nemen, maar het viel mij wel zwaarder dan verwacht! Na een uur of 5 rijden kwamen we in Koppies aan, bij hetzelfde huis waar we in het begin van onze reis verbleven. Bijna alles was hetzelfde, behalve dat alles nu groen was en in bloei stond.

Een week in Koppies
Maandag kuierden we bij PW en zijn vrouw en hun drie dochters. PW is een boer en heeft een gameranch (een afgezet gebied met veel verschillende bokken (soorten herten) waar mensen kunnen komen om te jagen). Hij reed ons rond met zijn bakkie, liet zien hoe ze de mais aan het zaaien waren, hoe de machines werkten en we zaken allerlei bokken en zebra’s. Hij heeft 1800-2000 hectare grond, en het rijden met het bakkie in de wijdse natuur gaf een heerlijk gevoel van vrijheid. Omdat er niet veel water is, hebben ze geen sproeisystemen en zijn ze volledig afhankelijk van de regen. Nu heeft het de laatste tijd wel geregend, maar vooral bij de boeren rondom en niet bij hen. Dat zorgt direct voor een worsteling met God. Als je zo afhankelijk leeft, leef je ook dichter bij God. ´s Avonds dronken we in de tuin nog een kop koffie met melktaart.
Dinsdagmiddag hebben we ons privézwembad uitgeprobeerd, het was heerlijk. Aan het eind van de dag was het water lekker opgewarmd. Woensdagochtend heeft Jannet nog een keer gesparteld. ´s Middags waren we bij Etienne en Trudie om mensen te bellen voor slaapplekken op de route die we met onze vrienden gaan rijden. ´s Avonds was er een braai bij ons huis met het `omgeegroepie´ van Isabel. Een omgeegroepje is een soort celgroep binnen de gemeente. De mensen worden hier ingedeeld volgens hun wijk en kunnen dingen delen en bidden en gezelschap hebben. Wij voelden ons niet helemaal thuis bij de mensen en de braai. De gesprekken waren niet erg diepgaand en het waren weer allemaal oudere mensen.
Donderdagochtend gingen we met Etienne naar Kroonstad, 80 km verderop. Jannet reed heen en terug. Het vereist toch wel ervaring en gewenning om in een linksrijdend land te rijden. We hebben een kerk bekeken, maar helaas niet veel van de stad zelf, omdat Etienne erg druk was met allerlei afspraken.
Zaterdag 6 december, de dag waarop de helft van Nederland sinterklaasavond vierde, zijn we met Isabel naar Parys geweest, een toeristisch dorpje in de buurt van Koppies. Het ligt aan een rivier en heeft veel kunstgalerijen. We hebben wat gedronken en even later koffie met een flink stuk taart gegeten, terwijl het ineens flink begon te regenen. Het was gezellig.
Zondag vertrokken we laat in de middag met Etienne en Trudie naar Pretoria.

Een week in Pretoria
Zondagavond kwamen we aan in Pretoria, bij het huis van Willem en Heleen Kelber in Garsfontein. Ze hebben drie jongens (2, 4 en 6 jaar geloof ik) en het was vanaf het begin een hoop lawaai, maar wel gezellig. Soms waren we het gehuil en gejengel wel een beetje zat, waarom moeten ze nou net altijd hebben en afpakken wat de ander heeft? De maandag was rustig, Heleen en Willem waren een groot deel van de dag weg en we waren alleen in hun huis. Dinsdagochtend verlengden we ons visum bij Home Affairs. We hadden al vantevoren gebeld of onze aanvraag gehonoreerd was, en dat was zo, we hoefden het alleen maar af te halen. We wisten nu meteen bij welke balie we moesten zijn en stonden zowaar vooraan in de rij! Alleen stond er niemand achter de balie… Na 20 minuten verscheen er een mevrouw die in de computer keek, een streep op onze papieren zette, en ons vertelde naar de wachtruimte op de second floor te gaan. We waren op de eerste verdieping, maar konden geen trap verder omhoog ontdekken. Bij het vragen aan verschillende mensen werden we van het kastje naar de muur gestuurd, tot we het uiteindelijk vonden. In de wachtruimte zaten we een tijdje, toen moesten we onze paspoorten inleveren en na een drie kwartier werden ze weer teruggegeven met een stempelte extra. Het geheel had 1,5 uur geduurd, maar daar krijg je dan ook drie maanden verblijf voor! Heleen was intussen een Amerikaanse jonge vrouw aan het rondleiden door Pretoria en wij kregen ook nog een stukje mee. We bezochten de Uniegebouwen en aten op een leuk plekje. ’s Middags ging Jannet nog een keer bij het ziekenhuis waar ze had gewerkt langs en haalde de boeken op die we bij de secretaresse van de dokter hadden laten staan. Intussen vermaakte Gerrit zich met Willem en Janis, hun oudste zoon, in het zwembad in hun tuin.
Woensdag reden we ’s ochtends weg naar een plek in de buurt van Pretoria, waar Willem en Heleen twee chalets gehuurd hadden om een vergadering te houden met andere leden van Campus Crusade for Christ. Omdat die andere leden woensdag niet konden komen, hadden wij een chalet voor onszelf. Het was een natuurpark in het bosveld, een typisch Afrikaans landschap met lage boompjes. We waren voor ons gevoel in de middle of nowhere. Bij de braai ’s avonds hoorden we het rare geblaat van de zebra’s in de buurt en later hoorden we (het was donker, we konden het niet zien), het getrappel van de hoeven van een kudde die langs kwam stuiven. Donderdag gingen Gerrit en ik met de auto van Willem en Heleen naar Sun City, een 20 km verderop. Sun City is een soort van attractiepark, met een groot casino en een paar hotels. Het oogt vreselijk decadent, maar de dingen die ze aanbieden (water world, animal world), vallen ook weer tegen. Het bijzonderste was de valley of the waves. Ze hebben een strand nagemaakt, met echt zand en een ovaalvormig zwembad. Eén keer in de zoveel tijd wekken ze een vreselijk grote golf op die als een echte branding naar het eind spoelt. Gerrit had zijn zonnebril op, maar nadat we weer ontdekt hadden waar onze voeten waren, was de zonnebril ergens anders in het water! En we stonden nog vrij aan het eind van de plek waar de golf werd opgewekt.
Op vrijdag ontmoetten we Francois en Dorothea Carr in een vreselijk groot winkelcentrum en aten heerlijk. Ze informeerden naar onze plannen en toen bleek dat we op dezelfde tijd op dezelfde plaats op de tuinroute zouden zijn, boden ze ons aan om twee nachten in een huisje op het mooiste plekje in Zuid-Afrika te verblijven! We hadden nog geeneens tijd om erover na te denken of het was al geregeld. En ze leenden ook nog even een GPS van iemand, voor onze toer. Zuid-Afrikaners (degenen die wij ontmoet hebben) zitten op een hele dunne lijn tussen bemoeizucht en vrijgevigheid/gastvrijheid. Soms zien we vooral de ene kant, soms de andere. Zaterdagochtend zouden we Geerten en Marleen om 11 uur bij Avis ontmoeten, maar omdat iemand die bij Willem en Heleen een apartementje huurt hun sleutel had meegenomen, konden we niet weg tot zij terug was. Dat was voor Jannet wel even lastig, want het toonde weer erg de afhankelijkheid waarin we leven, en we stonden net heerlijk op het punt drie weken zelfstandig te gaan toeren…

zaterdag 22 november 2008

Bababokkie

18-11-08

Preek zondag 9 november
Vorige week zondag heeft Gerrit weer gepreekt, deze keer in Sheba, een mijndorpje vlakbij de bijbelschool. We reden een klein stukje met het bakkie (een soort pick-upje) en de student die er vaker preekte, vertelde ons dat we moesten stoppen, omdat we er waren. We keken wat om ons heen, maar zagen niets dat op een kerk leek. Toen bleek dat het gebouwtje, wij zouden het een krotje noemen, de kerk was. We stapten naar binnen en zagen een paar houten banken en een tafel, bedekt met een kleed. Er waren zo’n tien mensen aan het zingen, maar ze maakten het geluid van 50! Ze hebben zo’n twee uur gezongen (één lied was om welkom te heten, dan loopt iedereen langs elkaar in twee rijen en geeft elkaar een hand of een knuffel) en langzamerhand dropen er meer mensen binnen, tot er zo’n 40 zaten. Toen mocht Gerrit preken (‘eindelijk, nadat ik van de zenuwen een keer naar de wc was gegaan, een gebouwtje buiten de kerk, wat er nog verbazingwekkend schoon uitzag’). Hij zegt daarover: Ik preekte over Kaïn, zijn houding ten opzichte anderen, zichzelf en God, en Gods reactie op hem. Het thema was ‘God says ‘Yes’ to you’. Veel mensen veroordelen zichzelf erger dan nodig. Binnenin ons is een stem die vaak ‘nee’ tegen onszelf zegt, een stem van zelfveroordeling. Kaïn had naast zelfmedelijden ook last van die stem omdat hij zijn vloek erger maakte dan die was (‘ik geef toe, een beetje inlegkunde’). Hij zei wanhopig: iedereen zal mij doden! Het is het niet waard meer om te leven. Maar God zei: ‘nee, zo niet.’ Hij beloofde hem om hem te beschermen. God zegt dus ‘nee’ tegen ons ‘nee’ tegen onszelf. Wij moeten leren om Gods ‘ja’ te verstaan, Zijn gunst (of: bijzonder positieve houding, als je een hedendaags woord zoekt) ten opzichte van ons diep te leren kennen en te voelen in ons hart en psyche. En dat ‘ja’ heeft geklonken en klinkt nog in Jezus.
Gerrit werd vertaald door een tolk. Het voordeel van een tolk is dat je even kunt nadenken over je volgende zin, en in de tijd van vertaling op je papier kunt kijken, en terwijl je preekt de mensen aan kunt kijken. Het nadeel is dat je niet weet of je goed vertaald wordt, en dat je snel een synoniem of uitleg moet kunnen verzinnen. Deze tolk kon niet het woord ‘despair’ vertalen, maar keek zo wanhopig elke keer als Gerrit het zei, dat het toch wel overgekomen moest zijn!

Feestelijke gelegenheden
De maandag daarop hadden we een “ladies farewell evening”, waar uiteraard alleen Jannet bij was. We gingen naar een gameresort. We moesten een heel stuk over zand/gruissteenpaden rijden tot aan de andere kant van de berg en zagen een hoop verschillende bokken (=soorten herten). Na een tijd kwamen we aan bij het gebouw waar we gingen eten. Het zag er ranchachtig uit, en heel gezellig. De gastvrouw had een tafel in drie verschillende stijlen gedekt en legde uit hoe je een tafel moet dekken, hoe je het bestek neer moet leggen en gebruiken, hoe je je moet gedragen in een restaurant, etc. De dames waren erg geïnteresseerd. Tijdens het eten vertelden sommigen dat ze het eten met een mes en vork heel lastig vonden, omdat ze gewend waren om met hun handen te eten. Er werd afscheid genomen van drie studenten en van mij, en ik kreeg een hartverwarmende toespraak en een presentje.
Woensdag hadden we alweer een afscheidsavond, maar dan van alle derdejaars studenten. De plek waar de studenten normaal eten was mooi gedekt en vrouwen vanuit de kerk uit Barberton hadden verschillende soorten lasagne gemaakt. Alle studenten waren mooi aangekleed en er heerste een uitgelaten, soort opgeluchte sfeer. Alle studenten vertelden hoe ze het gehad hadden in de drie jaar en wat ze geleerd hadden. Bijna allemaal noemden ze dat het niet gemakkelijk was geweest, maar dat ze wel doorzettingsvermogen hadden geleerd en afhankelijkheid van God, en dat ze ook gemerkt hadden dat God gebeden verhoort en nabij is in moeilijke tijden. Na het eten werd er muziek aangezet en werd er vooral door de mannen gedanst. Gerrit deed met heel zijn hart mee, wat de goedkeuring van de studenten kon wegdragen! Jannet was druk in de weer met de digitale camera, die gelukkig ook filmpjes kan maken…
Het weekend hebben we rustig op de bijbelschool doorgebracht. Normaal gesproken is het druk met iedereen en is iedereen druk, en hoewel we ook op zaterdag werk doen, is de sfeer toch anders.

Zondag 16 november: een gevangenis- en een normale dienst
Zondag heeft Gerrit met een studentenechtpaar en Elreza de gevangenis bezocht. Er is daar een groep christenen (ongeveer 50 personen) die elke zondag bij elkaar komen, en veel zingen. Het was een vreemde maar ook mooie ervaring. Je zit met z’n vieren van buitenaf tussen mannen die allemaal in oranje ‘kostuums’ gekleed zijn, met daarop ‘correctional service Barberton’ geprint. Het was de eerste keer dat ik (Gerrit) in een gevangenis was, en toen ik dat zei bij mijn introductie, klapten en joelden ze allemaal luid. Je bent wel op je hoede, want je weet niet hoe gevaarlijk ze zijn. Het deel van de gevangenis waar we waren (Medium B), zag er nogal vrij uit. Iedereen liep ‘los’, een paar gevangenen waren aan het poolen, en blijkbaar was het niet verboden om bijv. riemen te dragen. In hoeverre is hier bijv. op wapens gecontroleerd? vraag je je op zo’n moment af. Maar het zag er rustig en bijna gezellig uit, met netjes aangeharkte tuinen. Na afloop kamen alle 50, inclusief een bewaarder (de bewaarder Israëls) langs om ons de hand te drukken op de Afrikaanse wijze. Ik (Jannet) wilde graag weer naar een “normale” kerkdienst en woonde een dienst van de NG-kerk bij. Daar besefte ik, na er een tijd niet geweest te zijn, dat ik me toch erg thuisvoel in de traditionele kerk. De twee zondagen daarvoor was ik in de kerkdiensten waar Gerrit had gepreekt, en ik had de preek al gelezen/gehoord. Het lijkt dan bijna alsof het minder het woord van God is, omdat je de voorbereiding hebt gezien en zelf ook hebt meegedacht. Gelukkig kan ik er hier vast een beetje aan wennen.

Roeping tot bediening van het Woord
Wat betreft mijn (Gerrit) roeping kan ik zeggen dat dit een goede tijd is om hiermee bezig te zijn. Door het preken zelf kom ik tot inzicht wat de minnen en de plussen zijn. Het moeilijkste is om een boodschap, die voor jezelf duidelijk in een tekst ligt, en die je zelf van God gehoord hebt, aan anderen over te dragen, op zo’n manier dat het begrijpelijk is. Je moet echt een weg naar de mensen afleggen. Deze weg wordt makkelijker naarmate je zelf in je eigen leven ervaren hebt waar de tekst over gaat. Ik zou bijv. graag over Galaten 2,20 preken (niet ik, maar Christus leeft in mij), maar ervaar dit nog te weinig in mijn eigen leven. Verder merk ik dat ik geneigd ben nogal vermanend te preken, of waarschuwend. Dat bepaalt ook mijn tekstkeus. Nu al uitkijken dus, dat ik niet te eenzijdig word. Genoemde neiging zal samenhangen met mijn kritische geest, wat weer samenhangt met een zucht naar waarheid. Jannet herkende dit ook. Maar bovenal ervaar ik het als een vreugde om het Woord te mogen delen, en zo iets van mijn hart, en naar ik hoop Gods hart te mogen meedelen. Niettemin blijven twijfels bestaan over het vervolg in Nederland. Ik zie voor mezelf meer een rol weggelegd als (zoals ze dat in Engeland, in de Anglicaanse kerk hebben) ‘pastor of theology’, iemand die in een gemeente theologisch denkwerk verricht en bijvoorbeeld de kerkenraad adviseert, de breedte van de gemeenten dient, schrijft en preekt. Vorige week was hier een afgetreden predikant, die nu een bediening heeft als ‘missionary mobilizer’: iemand die andere mensen mobiliseert om naar buiten te treden met het Evangelie. Precies zoiets zou mij liggen, maar dan op het vlak van gemeente-opbouw. Noem het een ‘maturity mobilizer’: iemand die anderen aanmoedigt om te volharden in geestelijke groei, tot geestelijke volwassenheid. Paulus had beide kanten. Hij was een apostel onder de heidenen, om hen voor het eerst te leiden tot Christus, maar zag het ook als zijn taak om vervolgens de pasbekeerden aan te sporen te wandelen in Christus (Kol 2,6-7). Anything dat bij kan dragen aan dat groeiproces van Gods gemeente zal ik met beide handen aanvatten, maar of dat in de eerste plaats predikant is, daarvan ben ik nog niet zeker. Wie dit leest, bid ‘asseblief’ voor meer licht.

Ontspannende stafavond
Gisteren zijn we met de staf, als afscheid, naar hetzelfde gameresort geweest als we met de dames geweest waren. Nu kwamen we al overdag aan, en hadden we veel meer tijd. Het is de laaste dagen regenachtig geweest en gisteren hingen er ook mistwolken rondom de bergen. Een prachtig gezicht. Je hoort alleen de wind en de vogels, en waar je ook kijkt zie je groene bomen en bergen. Het schijnt het mooiste deel van Zuid-Afrika te zijn, en dat wil ik graag geloven. De gastheer is een buffelboer. Hij neemt buffels die besmet zijn met tuberculose over van het Krugerpark, zet ze in quarantaine in zijn park, en verzorgt ze tot ze beter zijn. We hebben ze van dichtbij kunnen bekijken. Ik (Jannet) vind het geen mooie beesten. Het lijken net grote koeien, maar dan met grote hoorns en ze kijken erg dom. En als ze rennen, dat kunnen ze heel snel, dan lijkt het net alsof ze een beetje uitgerekt zijn, en dat is helemaal geen gezicht. Geef mij maar de elegante giraf! (Gerrit is het er niet mee eens dat een giraf elegant is) We liepen nog naar een kapel waar huwelijken gesloten kunnen worden. Als er één plek is waar je een fastastisch huwelijksfeest kunt houden, is het daar wel! Ook binnen, waar we hebben gegeten, is er een huiselijke, knusse sfeer. We hebben heerlijk gespeeld met de jonge honden en Gerrit kon zijn gevoel kwijt in de piano. Met de staf zongen we al een paar kerstliederen. Ze hebben hier niets van sinterklaas – ook geen kikkers en muizen - , dus alles staat nu al in het teken van kerst.

Evaluerende woorden
Inmiddels loopt de tijd dat we hier blijven alweer op zijn eind. Nog maar een week, waarin veel moet gebeuren, en dan is het afstudeerfeest en gaat iedereen weg. We hebben de staf en de studenten best goed leren kennen, soms hebben we de leuke en mooie kanten gezien, soms de minder mooie kanten. We hebben veel geleerd, vooral op geestelijk en psychologisch vlak, maar we hebben soms ook wel gedacht dat we liever weg wilden gaan. We vonden de manier waarop er leiding werd gegeven en omgegaan werd met studenten en staf niet altijd prettig en moesten dan nadenken of we zouden gaan confronteren of het achteraf vertellen. In ieder geval leren we hier om altijd te bidden! De positieve kanten hebben de negatieve toch altijd wel overheerst.

Een zieke student
Terwijl ik dit aan het tikken was (20:45 uur), werd er bij ons op de deur geklopt en stonden er drie studenten voor de deur die vertelden dat een andere student, uit Angola, erg ziek was, gebraakt had, hoge koorts had en dat we moesten komen kijken en beslissen of hij naar het ziekenhuis moest gaan (dat is in Barberton, 28 km verderop). We liepen met hen mee en kwamen in de kamer van de student aan. Ze slapen altijd met z’n drieën op een kamer en toen was ineens de hele kamer vol. Iedereen luisterde en keek met mij mee terwijl ik een inschatting probeerde te maken. Hij was vooral moe en kreunde, en gaf éénlettergrepige antwoorden. Ik onderzocht zijn buik, die (voor de insiders) geen tekenen van peritonitis vertoonde en besloot dat hij waarschijnlijk een virale gastro-enteritis (maagdarminfectie door een virus) had met koorts en gaf hem ORS (tegen dehydratie) en paracetamol. Gerrit heeft met hem gebeden. Het gevoel dat ik een fout kan maken, iets over het hoofd gezien kan hebben en misschien onterecht hem niet naar het ziekenhuis heb gestuurd, is het moeilijkste van zo’n consult, zeker omdat we zo ver van enige dokter (behalve mijzelf dan) en hulp afzitten. Maar als morgen zijn twee kamergenoten ook braken en diarree hebben, weet ik dat ik het goed had…

dinsdag 4 november 2008

Gelukkig op BBTC

We zijn niet druk, maar wel de hele dag bezig. Weblog schrijven schiet er dus een beetje bij in. We volgen de routine van de dag, en de dagen gaan snel voorbij! Afgelopen week waren er lessen over het boek Job, waar Gerrit de hele tijd bij zat en controle hield. De studenten dwalen snel af als ze vragen stellen, en de hoofdlijn gaat dan snel verloren. Deze week zit Jannet ook bij de lessen, omdat het over Total Patient Care gaat, en dat vindt ze wel interessant. Het spreekuur van Jannet wordt door zo’n 3-4 studenten per dag bezocht. Sommige kan ze helpen met de medicijnvoorraad of geruststellen en andere verwijst ze door naar het ziekenhuis. Het helpt als de studenten een officiele brief van haar krijgen, want ander gaat de dokter in het ziekenhuis weer eerst beginnen met gewone hoestdrank in plaats van meteen te testen op tbc., bijvoorbeeld. Het is een goede ervaring om te bidden met de studenten. ‘s Ochtends heeft Jannet veel administratiewerk gedaan: achterstallige mail gesorteerd en geprint, adressen opgespoord en een adressenlijst getypt, etc. ‘s Middags stuurt ze de celgroep aan in de bibliotheek om dozen vol nieuw ingekomen boeken te categoriseren, te merken en ze op de goede plek te zetten. Het is gezellig om zo de middag door te brengen met de studenten. Sinds vorige week oefent ze elke week aan een dans voor de presentatie van de CD’s van de bijbelschool, en Gerrit doet daar ook aan mee; hij is een van de zes mannen die met de vlaggen gaan zwaaien.
Gerrit is betrokken bij de afstudeerwerzaamheden, punten verdelen, overleg met studenten, etc. Op maandagavonden preken elke keer vier studenten, en krijgen dan feedback van de medestudenten en aan het eind geeft Gerrit zijn mening en adviezen als “head of training”. Donderdagavonden doen we bijbelstudie met de staf waar hij verantwoordelijk voor is (maar hij heeft al snel geleerd te delegeren) en hij is verantwoordelijk voor de huisgodsdienst, dus het bidden en bijbellezen rondom de maaltijden. Inmiddels heeft hij ook gepreekt. Vorige week tijdens de morning devotions (in het Engels) over de eerste verzoeking van Jezus in de woestijn, en afgelopen zondag in een kerk. Het is een Nazarene church in Matsulu, waar normaal gesproken een student van de bijbelschool altijd preekt. We werden zondagochtend gebracht door een van de stafleden, en kwamen keurig op tijd aan. Het is een voor ons doen armoedig kerkgebouwtje, maar ik denk voor de gemeenteleden een zegen om zo’n gebouw te hebben. Er staan stoelen in de zaal en voorin een verhoging met een kleed daarvoor. De vrouwen zitten links en in het midden en de mannen rechts, maar veel mannen waren er niet. De vrouwen leidden de dienst tot de preek begon, met aanbidding, gebed en offergaven. De pastor/student introduceerde Gerrit en daarna klom hij de kansel op om te preken! Er was een tolk die vertaalde in het Swati. We hebben de preek opgenomen op de voicerecorder (als variant op de kerkomroep) en een klein filmpje gemaakt. Na de dienst aten we met de pastor bij een echtpaar uit de kerk in een Afrikaans huisje. Klein, maar precies groot genoeg. De televisie stond op een kanaal waar worstelen op te zien was, en de heer des huizes maakte geen aanstalten om dat uit te zetten, dus daar keken we een tijdje naar. Gelukkig stelde de pastor daarna voor om een gospelDVD te kijken. Het eten was prima,zoals al het eten hier. Gewoon kippepootjes met rijs, kool en een koude salade met bonen ofzo. Om 4 uur gingen we weer met de grote bus van de bijbelschool terug. Die bus (een oude stadsbus) brengt op vrijdag alle studenten naar de plaats waar ze op outreach gaan, en pikt ze op zondag allemaal weer op. Het is een bergachtig gebied, en steeds als we moesten klimmen ronkte de motor luid, roken we een brandgeur en zagen we soms zelfs rook onder de bus uitkomen. Hij ging steeds zachter, en uiteindelijk haalden we het net niet tot de school en moesten we nog ongeveer een kilometer lopen. Nu maar hopen dat ze bus snel kunnen maken, want anders kunnen de studenten volgende vrijdag niet weg!
Zaterdag waren we in Barberton, het dichtsbijzijnde dorp (28 km verderop) bij de kerstmarkt van de kerk van een van de stafleden. Er waren wat kraampjes, veel eten (we zijn tenslotte in Zuid-Afrika), en “boeresport”, touwtrekken, zaklopen en waterballonnen gooien. We gingen ook nog naar de winkels om een zaklamp te kopen en een stropdas voor Gerrit. Het was lekker om even zelfstandig te zijn en samen door het dorp te lopen.
Gisteravond hadden we een enerverende avond. Net toen we op het punt stonden om naar bed te gaan, ontdekte Gerrit in de toiletpot een kikker (die hadden we al eerder zien zwemmen, maar dachten dat we hem kwijt waren toen we hem doorespoeld hadden) en in bad een schorpioen! De schorpioen gingen we te lijf met handdoek, schoenen en een schaar, tot we zeker wisten dat hij dood was, en de kikker vingen we in een glas en gooiden we naar buiten. Pas daarna keken we in een boek, en zagen we dat de schorpioen een niet-giftige soort was, en dat een steek net zo gevaarlijk is als een bijensteek. Volgende keer eerst maar in het boek kijken, dat scheelt weer een hoop hartkloppingen! Er is hier in de bibliotheek twee weken geleden al een Mozambique cobra gesignaleerd en gedood, en er kruipt er nog een rond op de heuvel. Gelukkig komen we daar niet vaak in het donker. Wij hebben nog geen slangen gezien, en houden dat graag zo.
Het weer is lekker. Gisteren was het 38 graden (en nog steeds lente) en vandaag zo’n 18. Een goede afwisseling.

De sfeer is over het algemeen goed. Er zijn wel wat irritaties, maar die krijgen gelukkig niet de overhand. We missen wel de jonge mensen. De staf is minimaal 50 jaar oud, en ze hebben allemaal al een heel leven achter de rug en inmiddels vaste overtuigingen en meningen ontwikkeld. Als we proberen te nuanceren of te discussieren lopen we snel vast, dat is wel jammer. We hebben goed contact met de studenten, en horen van hen weer negatieve verhalen over de bijbelschool en over de mensen. Wij proberen te luisteren, en als het te ver gaat, of er niet meer in een goede geest gepraat wordt, het af te kappen. Elk verhaal heeft twee kanten, en wij staan er vaak precies tussenin. We hebben het goed samen, kunnen fijn praten, alles delen en hebben veel lol. Omdat we andere taken hebben, kunnen we elkaar helpen en hebben we ook wat om te vertellen aan elkaar. Er zijn nauwelijks ruzies. Dank voor alle gebeden, en ga vooral door! Als we ruzie met elkaar gaan maken, gaan we ons heel eenzaam voelen. We hebben nog geen heimwee, en denken met steeds meer plezier aan terugkomen. We horen veel goed nieuws uit Nederland, huizen die gekocht worden, een zwangerschap, Utrecht-West die een predikant krijgt! We zijn vanuit hier erg blij met de blijden. Blijf ons op de hoogte houden.
De komende weken zullen we doorgaan met de taken zoals we die nu hebben, tenzij God anders leidt. Gerrit zal waarschijnlijk in ieder geval twee zondagen gaan preken. We maken ook al voorzichtig plannen voor de tijd die volgt na deze periode (een tour met vrienden!) en leren elke dag meer.

woensdag 22 oktober 2008

Alweer een week voorbij!

Afgelopen week hebben we de routine van de dagen ons eigen gemaakt. Woensdag was er een voetbalwedstrijd tussen de eerste- en de tweedejaars waarbij Gerrit scheidsrechter was.

Noodweer
Vrijdag hebben we weer een indrukwekkend natuurverschijnsel meegemaakt. Om een uur of half drie viel de eerste regen sinds mei/juni hier, en iedereen was blij en dankbaar. Het duurde dit jaar erg lang voordat de regen kwam, meestal vindt de eerste regen in het begin van oktober plaats. Na een paar minuten hoorden we vreselijke knallen op het dak. We liepen naar voren en zagen hagelstenen in een flitsende vaart naar beneden vallen, zo groot als eieren. Daarbij stortte het van de regen. Gerrit was alleen in onze kamer en van binnenuit leek het net alsof het dak het maar ternauwenood kon houden. Nadat de hagel was opgehouden ging het ontzettend fel onweren. We zijn omgeven door bergen, dus dat klinkt hard en de flitsen kon je als een grote uitlopende tak in de lucht zien. De bliksem raakte de elektriciteisdraden wat een knapperend geluid tot gevolg had. En ineens was het donker binnen, de computers stopten ermee, de koelkast en diepvries snorden niet meer. De stroom was uitgevallen. De kaarsen werden tevoorschijn gehaald en een plan voor het eten in de koelkast bedacht. Het zou zomaar drie dagen kunnen duren voordat de stroom het weer zou doen! Tja, en dan ga je maar naar bed. Het is maar een klein stukje lopen naar ons huis, zo’n 100 meter, maar we vonden het veiliger om met de auto gebracht te worden. Als echte Nederlanders.

Krugerpark
Zaterdag zijn we als staf naar het Krugerpark geweest. Wat een belevenis! We reden in een busje waar we precies met 13 personen in pasten. Er was veel “padkos”, eten voor onderweg meegenomen. Het is maar een half uur/ drie kwartier rijden vanaf de bijbelschool naar de ingang “Malelane”. We arriveerden daar om een uur of zes. Voor we nog bij de ingang waren zagen we al krokodillen in de rivier liggen en aapjes langs de rivier rennen. Toen Shai op weg ging om te betalen kwam hij ineens snel terug, en vertelde dat we uit de auto moesten komen en onze camera’s meenemen. Er was een luipaard gesignaleerd. Hij lag ver weg op de tak van een boom. De eerste van de Big Five (luipaard, leeuw, olifant, neushoorn, buffel; de meest gevaarlijke en zeldzaamste dieren). Opgetogen reden we verder het park in. Niet veel later zagen we in de verte een olifant. Hij schuurde een beetje tegen een boom, kwam naar ons toe lopen, schuurde nog een boom, kwam nog dichterbij, tot hij bij een boom aan de rand van het pad kwam, en zijn volle gewicht ertegenaan duwde. De boom kraakte en viel op. De olifant stond zo dichtbij ons! Geweldig mooi. Als je in het Krugerpark rijdt, moet je langzaam rijden om iets te kunnen zien. Omdat het nog zo droog was hadden de struiken geen bladeren en konden we de dieren makkelijker zien. Soms zie je een paar auto’s stilstaan, en dan weet je dat ze iets zien, soms de moeite waard, soms niet. Het geeft het gevoel van een semi-dierentuin. Wel beesten kijken, maar de beesten bepalen wat ze doen. Het was heel bijzonder dat we alle dieren van Big Five te zien kregen, en van dichtbij, en nog meer dieren! Er was een grote kudde buffels aan de rand van het pad aan het grazen. Gerrit en ik vonden het eigenlijk maar lelijke dieren. We zagen nog een leeuw die zijn prooi (een kudu) aan het opeten was. Het was ver weg, maar vooral met de verrekijker konden we een goed beeld krijgen. We zagen het bloed rond zijn bek. Hij sloeg met zijn poot en likte zijn baard af. Op de weg stonden vreselijk veel auto’s, maar wij konden het eigenlijk het beste zien. Een neushoorn lag lekker te slapen op een open plek. We zagen zebra’s, nijlpaarden in het water, veel soorten bokjes, apen (waaronder een moeder met een piepklein aapje dat aan haar tepels hing; ze zat midden op de weg en bleef keurig zitten voor de foto’s), arenden, gieren en giraffen. Toen we al aan het eind van de dag gekomen waren, kregen we nog twee mooie kadootjes. We reden een weg op waar een giraffe heel bedaard aan het sjokken was. Recht voor onze neus! Wat een mooi, statig dier. Hij gaf helemaal geen aandacht aan ons, en liep op zijn tijd weer van de weg af en verdween in de bossen. Later kwamen er vijf of zes leeuwen op de weg naar ons toe lopen. Toen ze de auto’s zagen liepen ze naar de rand van de bosjes, krabden nog even aan de boom en verdwenen toen. Als we een halve minuut later waren geweest, hadden we niets gezien. Wat een wondermooie schepping en wat bijzonder dat we dat allemaal van zo dichtbij konden zien. We dachten veel aan jou, Willem! Je zou het prachtig gevonden hebben, maar ik vrees dat je niet zo ver gekomen zou zijn, omdat er zoveel te zien was…
Na 350 km reden we om 6 uur ’s avonds het park weer uit. We kregen nog heerlijk te eten bij een guesthouse en waren van plan lekker te gaan slapen. Helaas… Nu geen vuur, hagel of onweer, maar zeer harde wind! De deur klapperde en de ramen trilden. Het duurde lang voordat we van moeheid in slaap vielen.

Koren en beestjes
Op zondag konden we de koren van de bijbelschool horen. Het mannenkoor zong ´s ochtends in een kerk in Barberton en het grote koor met al de studenten ´s middags bij een interdenominale bijeenkomst. Er zijn veel kerken in Barberton en die middag waren ze allemaal bij elkaar om te zingen, te bidden en te luisteren. Het mannenkoor zingt soms vier-stemmig, vaak met een voorzanger die nog door het koor heen zingt.
Deze avond hadden we weer iets anders wat onze slaap verstoorde. Of het nu door de regen komt of niet, we hebben nu aanvallen van beestjes ‘s nachts. Torretjes, sprinkhanen en libellen vliegen rond, maken lawaai en vallen pardoes op Gerrit’s neus. Gerrit schiet overeind, Jannet schrikt, vliegt overeind en vervolgens volgt er een beestjesjacht. Weer een slaappoging, totdat Gerrit weer merkt dat zijn jacht nog niet volledig is geweest. Hopelijk leren we ofwel om de beesten goed te vangen, ofwel om ze buiten te houden. Dat laatste zal wel niet lukken, want ze kruipen gewoon door gaatjes, dus worden we volleerde vangers. Muggen in Nieuwegein, pas maar op!

woensdag 15 oktober 2008

Wij op de bijbelschool

We zijn nu dus op het Back to the Bible Training College (BBTC). Hier studeren ongeveer 90 studenten van meer dan 15 landen uit Afrika. De voertaal is Engels, maar er zijn natuurlijk heel veel Afrikaanse talen die gesproken worden. ‘s Ochtends om 6 uur staan we op, wassen we ons en houden we stille tijd. Om 7 uur beginnen de morning devotions. Elke dag hebben een paar studenten de leiding. Eerst zingen ze (geweldig hoe deze Afrikaners kunnen zingen!), dan wordt er gebeden voor een land volgens de methode “Operation World” en voor de zendelingen in dat land. Om 8 uur worden de mededelingen gedaan door baba Shai, de rector van de school. Dan hebben de studenten ontbijt bij hun huizen en wij in het grote huis met de rest van de staf. Het ontbijt bestaat uit pap (elke dag een andere soort), fruit, brood, jam. Prima te eten. We zijn natuurlijk ook al gewend aan elke dag Brinta… Van 9 tot 13 zijn er lessen. Alle studenten zitten in een ruimte, zowel de eerste- als de tweede- als de derdejaars. De lessen worden in cycli aangeboden. Van 13-14 is het ontbijt, van 14-15 rustuur en ‘s middags wordt er gestudeerd en gewerkt. De studenten zijn ingedeeld in celgroepen en hebben elk hun eigen vaste takenpakket van werkzaamheden.
Wij zijn de komende zeven weken lid van de staf, en ze zijn geweldig blij met ons. Ze hebben lang handen gemist, er was veel te veel werk voor veel te weinig mensen. Gerrit is verantwoordelijk voor de opleiding, zit bij de lessen, gaat helpen bij examens en her-examens en dergerlijke. Hij is ook verantwoordelijk voor de outreaches, maar we weten nog niet wat dat inhoudt. Verder doet hij de huisgodsdienst, dat wil zeggen het bijbellezen en bidden voor en na het eten (of het delegeren) en een keer in de week bijbelstudie voor de staf. Hij zal waarschijnlijk ook de gelegenheid krijgen om te preken.
Jannet helpt ‘s ochtends Elreza (de vrouw van de rector) met de administratie van de post van de zendelingen (via de e-mail) en hoopt het kantoor een beetje te kunnen organiseren en schoonmaken. Van 14-15 uur heeft zij spreekuur in een eigen kantoortje, en de meegebrachte stethoscoop en andere instrumenten komen nu goed van pas! Ze is erg benieuwd of ze zal kunnen omgaan met de Afrikaanse manier van klachten presenteren, veel klagen en blij zijn met een pilletje. In ieder geval zal ze met elk van de studenten die bij haar komen bidden. Hopelijk zal dat gezegend worden en een gewoonte, dat ze dat in Nederland voort kan zetten! ‘s Middags zal ze in de bibliotheek werken om boeken te catagoriseren, de database compleet te maken, etc. ‘s Avonds slapen we vroeg, zo rond negen uur.

onze verblijfplek

We blijven in een gebouwtje waar we een kamer hebben waar een 2-persoonsbed in staat, een bureautje, kast, bankje, dressoir en een kleine badkamer met wc, wastafel en bad. Er is geen doucheslang, dus Jannet leert op een andere manier haar haren wassen :-) Het is eenvoudig, maar er is alles wat we nodig hebben en we zijn erg tevreden. Het is al heel fijn dat we onze kleren en spullen uit de koffers hebben kunnen pakken!
De omgeving is bergachtig. De bergen zien er niet zo uit als in Zwitserland, maar zijn bekleed met grond en bomen. De apen lopen hier gewoon rond, maar komen niet dicht bij het huis als er mensen zijn. Toch is het heel bijzonder om ze rond te springen over de weg of in de bomen vlakbij! Het is hier de meeste dagen heel warm, maar goed uit te houden. Omdat het ook ontzettend droog is (we hebben voor de eerste keer in ons leven voor regen gebeden, daarvoor moet je echt in Afrika zijn…) waren er een paar dagen geleden branden ontstaan. Om te zorgen dat de branden niet bij de huizen hier kunnen komen, steken ze de boel rondom in brand om een zone te maken waar niets meer groeit en waar dus ook niets meer kan branden. Het was vooral in het donker heel bijzonder om om je heen te kijken en de natuur in brand te zien staan. Op de berg ver weg zagen we een rivier van vuur naar beneden kronkelen. Elk jaar gebeurt dat hier, dus de mensen hier waren niet bezorgd, maar wij hebben in de nacht toch geregeld onze wekker gezet om even te kijken of het vuur wel ver weg bleef. Vandaag is het bewolkt en is alles wat kon branden afgebrand, dus geen gevaar meer.
We hebben het fijn hier. Er is een hartelijke sfeer, en we kunnen goed werk doen. We zijn blij dat we weer in de natuur zijn, de stad is toch niet ons plekje. We leren hier de kracht van gebed en het leven bij de Bijbel. We kijken ernaar uit om hier heel veel te gaan leren de komende weken en om dat de rest van ons leven mee te nemen als bagage.

P.S.: Omdat het internet hier heel traag en erg duur is, zullen jullie misschien lang moeten wachten op de foto’s. Wees echter niet bang, we maken er genoeg en zullen ze graag laten zien als we weer terug zijn!

dinsdag 14 oktober 2008

In de lieflijke vallei van Barberton

Kort bericht: we zijn hier ok in Barberton. Lange reis vanaf Pretoria, die we hebben afgelegd in een touring car van Greyhound. We hebben hier een eigen kamer, primitief, maar goed. En we zijn al druk bezig met onze werkzaamheden.
Het internet is hier niet erg snel.
Voor meer info over de school: http://www.bbtc.co.za
Meer info volgt later.

ADios

vrijdag 10 oktober 2008

Laatste dag in Pretoria!

Morgen is alweer de laatste dag dat we in Pretoria zijn, en een maand in Zuid-Afrika. De laatste week is wel snel gegaan! Jannet is flink aan het kwakkelen, dan weer keelpijn , dan weer snotteren, dan weer hoofdpijn. Maar niet zo erg dat ze geen werkzaamheden kan doen, ze lijkt gewoon een beetje zielig :-). Behalve woensdag en donderdagochtend was ze de hele dagen in het hospitaal. Omdat ze niet bij het spreekuur aanwezig kon zijn, was er veel tijd voor zelfstudie. Het is fijn om het een beetje bij te houden. Erger nog: ze heeft het studeren gemist! Ook Gerrit was een paar dagen in het hospitaal. Hij zat dan op een stoel te lezen in commentaren over Johannes of op de laptop de lessen voor de bijbelschool voor te bereiden. Hij heeft deze week verschillende ontmoetingen gehad met verschillende mensen. De een was meer fijn dan de ander. Woensdag was de dag dat we onze visa gingen verlengen. We hadden al gebeld naar het departement van Home Affairs, maar daar kregen we een nauwelijks verstaanbaar Engels sprekend persoon aan de lijn. Gelukkig wilde de vrouw waar we bij in huis zijn ook nog even bellen en kregen we duidelijkheid over wat we allemaal mee moesten nemen. We namen om kwart over zes ’s ochtends de bus naar het centrum en stonden vervolgens tot kwart voor negen buiten in de rij. Toen konden we eindelijk naar binnen en waren we de eersten bij de temporary residence permits! Maar daar kregen we nog een formulier dat we moesten invullen en konden we ons weer achter in de rij aansluiten. Vervolgens zagen we dat andere mensen die ook zo’n formulier ingevuld hadden, gewoon weer vooraan gingen staan. We snappen het land nog niet helemaal… Nadat ze onze papierstapel hadden ingenomen, wij hadden betaald en Gerrit nog een keer in de rij had gestaan om te vragen wat we nu nog verder moesten doen, konden we weer naar buiten. Het was inmiddels 10 uur. De hele dag lag voor ons. We hebben nog wat gekuierd (in de Afrikaanse zin) in Hatfield, een wijk die werd aanbevolen in de reisgids, en wandelden vervolgens naar het huis. Niet omdat we dat nou zo leuk vonden, maar omdat de busregeling hier prut is en de taxi te duur. Nu hebben de mensen hier wel respect voor ons, dat we dat zomaar kunnen en de volgende dag niet eens spierpijn hebben.
Morgenochtend nemen we de greyhoundbus (tourbus) naar Nelspruit toe, in het oosten van het land. Dat zal zo’n 5 uur in beslag nemen. Vervolgens worden we door iemand van de bijbelschool in Barberton opgehaald en rijden we nog zo’n 70 kilometer. We weten nog niet goed wat ons daar te wachten staat. Gerrit zal in ieder geval (maar die drie woorden achter elkaar kennen ze hier niet echt) 8 lessen over het bijbelboek Johannes gaan geven en preken van de studenten gaan befeedbacken. Jannet zal de studenten met kwalen gaan helpen, als dat mogelijk is. Ze neemt in ieder geval 1000 paracetamolpillen mee vanuit het hospitaal. Is overal goed voor. Verder schijnt ze in de biblotheek te gaan werken, en moet ze naaldwerk doen. We zullen wel zien. Inmiddels is Jannet wel gereed om mensen te durven beledigen en voor haarzelf op te komen. Het gesleep heen en weer zonder daarin gevraagd te worden zijn we nu wel een beetje zat, hoe aardig dat ook bedoeld is. Het probleem is alleen dat de Zuid-Afrikaanse mensch niet lijkt te snappen dat je iets niet kunt willen wat zij erg leuk vinden. En dat we volwassen en zelfstandig zijn.

dinsdag 7 oktober 2008

Een gesprek met een dominee in Pretoria

Wie geïnteresseerd is om te lezen hoe een gereformeerde megakerk in Zuid-Afrika zorgt dat zij levend en betrokken blijft, zie http://eph413.blogspot.com/2008/10/celgroepen-in-een-reformatorische-kerk.html.

maandag 6 oktober 2008

Van conferentie tot conferentie steeds voort… (1)

Was ik in Nederland een conferentiebeest, die lijn zet ik in Zuid-Afrika gewoon door. Op conferenties ontmoet je nieuwe mensen, hoor je interessante sprekers, doe je nieuwe inzichten op, wordt je soms in je hart geraakt, en is er mogelijk lekker eten. Allemaal niet onbelangrijk.
Van 19 tot 21 september woonden Jannet en ik de ‘groeikonferensie’ in Koppies bij. Het doel van groeiconferenties is dat de geestelijke groei van de aanwezigen bevorderd wordt. Met andere woorden: dat je dankzij de conferentie verder kunt groeien inzake de dingen van het geloof. Groeien in vertrouwen op God, groeien in geestelijk inzicht, in geestelijke vrucht (liefde, blijdschap, vrede, geduld), in gehoorzaam leven, en wat nog meer. Je zou het christelijke leven kunnen zien als een groeiproces van baby naar volwassene. Stilstaan in de groei kan biologisch gezien eigenlijk niet, maar soms is er sprake van groeistoornissen, of van scheefgroei. Zo is dat ook geestelijk. De uitdaging die de kerk onder andere heeft is deze: hoe bevorderen wij elkaars geestelijke groei, op een evenwichtige manier? Eén van de dingen waarover ik hier loop na te denken.
Het thema van de conferentie was: ‘die blydskap in de Here is my beskutting’ (n.a.v. Nehemia 8,10). Of het nu een Afrikaans verschijnsel is of niet, maar geen één van de sprekers heeft zich aan dit thema gehouden. Een enkele keer werd er aan gerefereerd. Les 1: Laat je niet lekker maken door een thema, want je krijgt vaak wat anders voorgeschoteld. Nu maakt dat niet heel veel uit. Een spreker zoekt toch datgene te brengen waar zijn hart ligt, en waar hij vertrouwd mee is.
Ds. Hans Griesel (aansprekende naam) trapte op vrijdagavond af door te spreken over het ‘bidt, zoekt en klopt’ van Mattheüs 7,7-12. Het was vooral een vermanende boodschap. We moeten God in ons gebed niet proberen te dwingen. We moeten niet onze eigen wil voorop zetten, maar zoeken naar Gods wil. Wat mij betreft geen onwaarheid, maar ik heb teveel preken gehoord die bij ruime, uitnodigende, veelbelovende teksten allerlei beperkingen indragen, en de ruimte eerder afsluiten dan openmaken. Nu kan onze manier van bidden verkeerd zijn ingesteld en moeten we onszelf van tijd tot tijd onderzoeken of dat zo is, maar maak Gods Woord alsjeblieft niet smaller dan het is.
Op zaterdagmorgen nam ds. Etienne Maritz de bal over door vanuit 2 Tim. 2,19-21 te spreken over de heiligmaking en gehoorzaamheid aan God. Leven met God is een wandelen in reinheid en gehoorzaamheid. Hij benadrukte dat gehoorzaam leven mogelijk is. God zelf heeft dat mogelijk gemaakt door Zijn Geest te geven door Wie wij de wet kunnen vervullen. Dat is de kern van het Nieuwe Verbond (zie Jer. 31,31-34), dat twee zegeningen kent: 1) onze zonden worden vergeven, 2) wij krijgen de Geest om God te gehoorzamen (zie ook Rom 8,4). Mieters belangrijk om dit te beseffen! God geeft ons de voorzieningen om naar Zijn wil te wandelen!
Ev. Joseph Chauky (die ons enige dagen daarvoor een bezoekje had gebracht) leidde ons ten aanval met een missionaire boodschap. Hij is een zwarte man, die ook vaak in blanke kerken voorgaat. Aan de hand van bijbelse personen maakte hij ons duidelijk dat God niet zoekt naar mensen die geschikt of geleerd zijn, maar die bereid zijn om uit te gaan om het Evangelie te brengen. U begrijpt: voor iemand met zes jaar theologische opleiding is dat natuurlijk hard te verteren…
Dr. Willie Marais liet ons alle hoeken van het bijbelse veld zien in de vierde ‘talk’. Deze man staat algemeen bekend als een legende, een fenomeen, een wonder, als de Billy Graham van Zuid-Afrika. Hij heeft al veel vrucht op zijn werk gehad. Is enorm intelligent, kent de hele Bijbel uit zijn hoofd, kan fantastisch preken, werd ons van tevoren verteld. Wij natuurlijk razend nieuwsgierig en vol verwachting. Ondanks zijn hoge leeftijd en matige gezondheid preekt deze man de oren van je hoofd. Hij had niet direct een centrale boodschap, maar diverse lessen. Ik geloof dat hij wel honderd Schriftplaatsen citeerde. ‘Zo zegt ook Jeremia in hoofdstuk .. vers .., en in Psalm 118 vers 5 staat hetzelfde, namelijk …, wat ook bevestigd wordt door Lukas in .. vers ..’ enzovoort. Sommige mensen verleidt dit om te zeggen dat hij enkel de Schrift laat spreken. Twee scherpe vermaningen hield hij ons voor: 1) we moeten niet meedoen aan dingen als loterijen, want daarmee dienen we de geluksgod, 2) we moeten de zondag weer heiligen, want die hebben we ‘heeltemaal’ ontheiligd. Dingen als boeken verkopen op zondag in de kerk moeten we niet meer doen. Wat schetst mijn verbazing toen de leider-ouderling na deze toespraak meteen zei dat ze dat voortaan niet meer zouden doen, ‘oom Willie’. Blijkbaar hebben ze hier nog echt respect voor mensen met autoriteit. Wat schetst mijn verwondering nogmaals toen ik tijdens een smakelijke warme middagmaaltijd een man uit Pretoria ons hoorde vertellen dat hij de preek als een stem van God had ervaren! ‘Wonderlik’ toch. Zijn wij, mondige Nederlanders, misschien iets kwijtgeraakt? Zijn wij te kritisch? Heeft de Schrift haar absolute gezag verloren? Of kun je een boodschap van een dienaar van God gerust naast je neerleggen als je op exegetische gronden niet met hem in kunt stemmen?
Ds. Danie Steyn controleerde de wedstrijd door het christelijke leven, ‘een goddelijk avontuur’, te gronden op het fundament: Christus. Hij sprak uit het Schriftgedeelte Kolossensen 2,6-7, wat mij zeer lief is. Groei is pas mogelijk als het levenshuis op de rots Christus is geplaatst. Alleen in Hem valt de groei te vinden.
Op zondag klonk het laatste fluitsignaal na de preken van oom Danie en oom Willie. Waar de eerste over sprak ben ik vergeten. De laatste sprak over de betrouwbaarheid van het Woord.
Terugkijkend na een paar weken is het nog steeds moeilijk te beoordelen wat we hebben geleerd. We hebben God niet op een bijzondere wijze ervaren, geen absoluut nieuwe dingen gehoord, niet direct nieuwe aanzetten gehad tot een ander leven. Als we iets hebben geleerd, dan is het wel dat wij toch anders denken dan de blanke Zuid-Afrikanen. Het morele besef is hier sterker en meer zwart-wit. De tegenstellingen worden meer absoluut gemaakt. Er is sprake van een licht tot zwaarder anti-intellectualisme. Je kunt beter zeggen dat je predikant bent (zo word ik geïntroduceerd, ondanks verwoede pogingen om duidelijk te maken dat ik dat nog niet ben) dan theoloog, want theologie op zichzelf wordt hier snel geassocieerd met de liberale theologie. Er is een sterk gevoel voor autoriteit. Men geeft hoog op van andere mensen, waar wij minder snel van onder de indruk zijn. Waar we onszelf op betrappen is de sluipende gedachte ze hier een beetje achterlopen op Nederland; dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ze hier zover zijn. Het kerkelijk klimaat is hier losser (de diensten zijn informeler dan we gewend zijn) en tegelijk conservatiever of hoe je het ook noemen moet. Er lijkt weinig openheid voor discussie te zijn, of om te zeggen dat je een preek niet zo geweldig vond. Maar is alles wat het lijkt?


vrijdag 3 oktober 2008

Bezigheden in Pretoria

We zijn inmiddels alweer een week in Pretoria. Op zondag zijn we met twee mensen die Etienne kent meegeweest naar hun kerk, hebben we wat gegeten en zijn we naar de Wonderboom wezen kijken; een boom die nauwelijks een stam lijkt te hebben en waar rondom allemaal nieuwe boompjes ontstaan. Jannet wilde graag met dr. Gray (die hebben we ontmoet op de conferentie in Koppies) meewerken in zijn ziekenhuis, maar dat was erg ver weg van de plek waar we zaten, dus zijn we dinsdag weer verhuisd. Nu verblijven we in het huis van een mederwerkster van dr. Gray en rijden we elke dag een half uur naar het ziekenhuis. Dat ligt helemaal in het oosten van Pretoria. Het is een privaat hospitaal, een van de vele die naast de academische staatshospitalen bestaan. Die staatshospitalen hadden een hele goede kwaliteit, maar met de nieuwe regering is dat vreselijk achteruit gegaan. Daarom zijn er veel andere hospitalen gekomen zoals deze in Pretoria Oos, waar mensen die een medisch fonds hebben behandeld kunnen worden. Dit ziekenhuis heeft iets meer dan 300 bedden en dekt de meest voorkomende specialismen. Zo zijn er zes internisten, waarvan elk weer een subspecialisatie heeft. Dr. Gray doet ook de intensive care.
Ik (Jannet) begin samen met hem om half acht met de rondes over de zalen (zo’n 40 patiënten), waarna ik de patiëntenlijst bijwerk en hij met zijn spreekuur begint. Het is nog niet mogelijk geweest om dat spreekuur ook bij te wonen. Omdat er in een privaathospitaal geen arts-assistenten zijn moet de specialist al het werk zelf doen, en kan hij dat alleen klaar krijgen als hij alleen de noodzakelijke problemen oplost. Er is geen tijd om patiënten heel gedetailleerd door te nemen en te puzzelen over elke kleine labafwijking. Wat een verschil met wat ik in Nederland heb gezien! Nu ben ik er en ben ik deels een hulp in de organisatie en kan ik ook wat werk zelf doen. De zusters hebben ook hier veel verantwoordelijkheden (vandaag hebben ze op de intensive care zelf een patient geintubeerd!) en zijn erg aardig. Foto’s kunnen bijna meteen gemaakt worden en die worden nog ouderwets bekeken door hem tegen het licht te houden. Ik snap helaas niets van de medicijnen, omdat ik de meeste merknamen niet ken. Maar ik heb het goed naar mijn zin, leer de weg een beetje kennen en de gang van zaken en hoop volgende week ook nuttig bezig te kunnen zijn hier.
Gerrit is hard bezig met het voorbereiden van de lessen die hij moet geven op de bijbelschool (hij gaat in ieder geval acht keer een half uur les geven over het bijbelboek Johannes en de celgroepen daarbij begeleiden) en heeft contact gezocht met verschillende kerkleiders hier in Pretoria. Nu is hij tot zondagmiddag weg met ds. de Beer naar een conferentie. Ik ga het weekend maar flink uitrusten, want ik loop hier rond te snotteren. Het is ook wel wennen aan het ritme, omdat ze hier zeer vroeg opstaan (6 uur) en zeer vroeg naar bed gaan (21 uur). Vooral dat vroege slapen lukt ons nog niet zo, waardoor de nachten nog een beetje kort zijn. Maar op de bijbelschool hanteren ze hetzelfde regime, dus daar zullen we het definitief wel aanleren!