woensdag 22 oktober 2008

Alweer een week voorbij!

Afgelopen week hebben we de routine van de dagen ons eigen gemaakt. Woensdag was er een voetbalwedstrijd tussen de eerste- en de tweedejaars waarbij Gerrit scheidsrechter was.

Noodweer
Vrijdag hebben we weer een indrukwekkend natuurverschijnsel meegemaakt. Om een uur of half drie viel de eerste regen sinds mei/juni hier, en iedereen was blij en dankbaar. Het duurde dit jaar erg lang voordat de regen kwam, meestal vindt de eerste regen in het begin van oktober plaats. Na een paar minuten hoorden we vreselijke knallen op het dak. We liepen naar voren en zagen hagelstenen in een flitsende vaart naar beneden vallen, zo groot als eieren. Daarbij stortte het van de regen. Gerrit was alleen in onze kamer en van binnenuit leek het net alsof het dak het maar ternauwenood kon houden. Nadat de hagel was opgehouden ging het ontzettend fel onweren. We zijn omgeven door bergen, dus dat klinkt hard en de flitsen kon je als een grote uitlopende tak in de lucht zien. De bliksem raakte de elektriciteisdraden wat een knapperend geluid tot gevolg had. En ineens was het donker binnen, de computers stopten ermee, de koelkast en diepvries snorden niet meer. De stroom was uitgevallen. De kaarsen werden tevoorschijn gehaald en een plan voor het eten in de koelkast bedacht. Het zou zomaar drie dagen kunnen duren voordat de stroom het weer zou doen! Tja, en dan ga je maar naar bed. Het is maar een klein stukje lopen naar ons huis, zo’n 100 meter, maar we vonden het veiliger om met de auto gebracht te worden. Als echte Nederlanders.

Krugerpark
Zaterdag zijn we als staf naar het Krugerpark geweest. Wat een belevenis! We reden in een busje waar we precies met 13 personen in pasten. Er was veel “padkos”, eten voor onderweg meegenomen. Het is maar een half uur/ drie kwartier rijden vanaf de bijbelschool naar de ingang “Malelane”. We arriveerden daar om een uur of zes. Voor we nog bij de ingang waren zagen we al krokodillen in de rivier liggen en aapjes langs de rivier rennen. Toen Shai op weg ging om te betalen kwam hij ineens snel terug, en vertelde dat we uit de auto moesten komen en onze camera’s meenemen. Er was een luipaard gesignaleerd. Hij lag ver weg op de tak van een boom. De eerste van de Big Five (luipaard, leeuw, olifant, neushoorn, buffel; de meest gevaarlijke en zeldzaamste dieren). Opgetogen reden we verder het park in. Niet veel later zagen we in de verte een olifant. Hij schuurde een beetje tegen een boom, kwam naar ons toe lopen, schuurde nog een boom, kwam nog dichterbij, tot hij bij een boom aan de rand van het pad kwam, en zijn volle gewicht ertegenaan duwde. De boom kraakte en viel op. De olifant stond zo dichtbij ons! Geweldig mooi. Als je in het Krugerpark rijdt, moet je langzaam rijden om iets te kunnen zien. Omdat het nog zo droog was hadden de struiken geen bladeren en konden we de dieren makkelijker zien. Soms zie je een paar auto’s stilstaan, en dan weet je dat ze iets zien, soms de moeite waard, soms niet. Het geeft het gevoel van een semi-dierentuin. Wel beesten kijken, maar de beesten bepalen wat ze doen. Het was heel bijzonder dat we alle dieren van Big Five te zien kregen, en van dichtbij, en nog meer dieren! Er was een grote kudde buffels aan de rand van het pad aan het grazen. Gerrit en ik vonden het eigenlijk maar lelijke dieren. We zagen nog een leeuw die zijn prooi (een kudu) aan het opeten was. Het was ver weg, maar vooral met de verrekijker konden we een goed beeld krijgen. We zagen het bloed rond zijn bek. Hij sloeg met zijn poot en likte zijn baard af. Op de weg stonden vreselijk veel auto’s, maar wij konden het eigenlijk het beste zien. Een neushoorn lag lekker te slapen op een open plek. We zagen zebra’s, nijlpaarden in het water, veel soorten bokjes, apen (waaronder een moeder met een piepklein aapje dat aan haar tepels hing; ze zat midden op de weg en bleef keurig zitten voor de foto’s), arenden, gieren en giraffen. Toen we al aan het eind van de dag gekomen waren, kregen we nog twee mooie kadootjes. We reden een weg op waar een giraffe heel bedaard aan het sjokken was. Recht voor onze neus! Wat een mooi, statig dier. Hij gaf helemaal geen aandacht aan ons, en liep op zijn tijd weer van de weg af en verdween in de bossen. Later kwamen er vijf of zes leeuwen op de weg naar ons toe lopen. Toen ze de auto’s zagen liepen ze naar de rand van de bosjes, krabden nog even aan de boom en verdwenen toen. Als we een halve minuut later waren geweest, hadden we niets gezien. Wat een wondermooie schepping en wat bijzonder dat we dat allemaal van zo dichtbij konden zien. We dachten veel aan jou, Willem! Je zou het prachtig gevonden hebben, maar ik vrees dat je niet zo ver gekomen zou zijn, omdat er zoveel te zien was…
Na 350 km reden we om 6 uur ’s avonds het park weer uit. We kregen nog heerlijk te eten bij een guesthouse en waren van plan lekker te gaan slapen. Helaas… Nu geen vuur, hagel of onweer, maar zeer harde wind! De deur klapperde en de ramen trilden. Het duurde lang voordat we van moeheid in slaap vielen.

Koren en beestjes
Op zondag konden we de koren van de bijbelschool horen. Het mannenkoor zong ´s ochtends in een kerk in Barberton en het grote koor met al de studenten ´s middags bij een interdenominale bijeenkomst. Er zijn veel kerken in Barberton en die middag waren ze allemaal bij elkaar om te zingen, te bidden en te luisteren. Het mannenkoor zingt soms vier-stemmig, vaak met een voorzanger die nog door het koor heen zingt.
Deze avond hadden we weer iets anders wat onze slaap verstoorde. Of het nu door de regen komt of niet, we hebben nu aanvallen van beestjes ‘s nachts. Torretjes, sprinkhanen en libellen vliegen rond, maken lawaai en vallen pardoes op Gerrit’s neus. Gerrit schiet overeind, Jannet schrikt, vliegt overeind en vervolgens volgt er een beestjesjacht. Weer een slaappoging, totdat Gerrit weer merkt dat zijn jacht nog niet volledig is geweest. Hopelijk leren we ofwel om de beesten goed te vangen, ofwel om ze buiten te houden. Dat laatste zal wel niet lukken, want ze kruipen gewoon door gaatjes, dus worden we volleerde vangers. Muggen in Nieuwegein, pas maar op!

woensdag 15 oktober 2008

Wij op de bijbelschool

We zijn nu dus op het Back to the Bible Training College (BBTC). Hier studeren ongeveer 90 studenten van meer dan 15 landen uit Afrika. De voertaal is Engels, maar er zijn natuurlijk heel veel Afrikaanse talen die gesproken worden. ‘s Ochtends om 6 uur staan we op, wassen we ons en houden we stille tijd. Om 7 uur beginnen de morning devotions. Elke dag hebben een paar studenten de leiding. Eerst zingen ze (geweldig hoe deze Afrikaners kunnen zingen!), dan wordt er gebeden voor een land volgens de methode “Operation World” en voor de zendelingen in dat land. Om 8 uur worden de mededelingen gedaan door baba Shai, de rector van de school. Dan hebben de studenten ontbijt bij hun huizen en wij in het grote huis met de rest van de staf. Het ontbijt bestaat uit pap (elke dag een andere soort), fruit, brood, jam. Prima te eten. We zijn natuurlijk ook al gewend aan elke dag Brinta… Van 9 tot 13 zijn er lessen. Alle studenten zitten in een ruimte, zowel de eerste- als de tweede- als de derdejaars. De lessen worden in cycli aangeboden. Van 13-14 is het ontbijt, van 14-15 rustuur en ‘s middags wordt er gestudeerd en gewerkt. De studenten zijn ingedeeld in celgroepen en hebben elk hun eigen vaste takenpakket van werkzaamheden.
Wij zijn de komende zeven weken lid van de staf, en ze zijn geweldig blij met ons. Ze hebben lang handen gemist, er was veel te veel werk voor veel te weinig mensen. Gerrit is verantwoordelijk voor de opleiding, zit bij de lessen, gaat helpen bij examens en her-examens en dergerlijke. Hij is ook verantwoordelijk voor de outreaches, maar we weten nog niet wat dat inhoudt. Verder doet hij de huisgodsdienst, dat wil zeggen het bijbellezen en bidden voor en na het eten (of het delegeren) en een keer in de week bijbelstudie voor de staf. Hij zal waarschijnlijk ook de gelegenheid krijgen om te preken.
Jannet helpt ‘s ochtends Elreza (de vrouw van de rector) met de administratie van de post van de zendelingen (via de e-mail) en hoopt het kantoor een beetje te kunnen organiseren en schoonmaken. Van 14-15 uur heeft zij spreekuur in een eigen kantoortje, en de meegebrachte stethoscoop en andere instrumenten komen nu goed van pas! Ze is erg benieuwd of ze zal kunnen omgaan met de Afrikaanse manier van klachten presenteren, veel klagen en blij zijn met een pilletje. In ieder geval zal ze met elk van de studenten die bij haar komen bidden. Hopelijk zal dat gezegend worden en een gewoonte, dat ze dat in Nederland voort kan zetten! ‘s Middags zal ze in de bibliotheek werken om boeken te catagoriseren, de database compleet te maken, etc. ‘s Avonds slapen we vroeg, zo rond negen uur.

onze verblijfplek

We blijven in een gebouwtje waar we een kamer hebben waar een 2-persoonsbed in staat, een bureautje, kast, bankje, dressoir en een kleine badkamer met wc, wastafel en bad. Er is geen doucheslang, dus Jannet leert op een andere manier haar haren wassen :-) Het is eenvoudig, maar er is alles wat we nodig hebben en we zijn erg tevreden. Het is al heel fijn dat we onze kleren en spullen uit de koffers hebben kunnen pakken!
De omgeving is bergachtig. De bergen zien er niet zo uit als in Zwitserland, maar zijn bekleed met grond en bomen. De apen lopen hier gewoon rond, maar komen niet dicht bij het huis als er mensen zijn. Toch is het heel bijzonder om ze rond te springen over de weg of in de bomen vlakbij! Het is hier de meeste dagen heel warm, maar goed uit te houden. Omdat het ook ontzettend droog is (we hebben voor de eerste keer in ons leven voor regen gebeden, daarvoor moet je echt in Afrika zijn…) waren er een paar dagen geleden branden ontstaan. Om te zorgen dat de branden niet bij de huizen hier kunnen komen, steken ze de boel rondom in brand om een zone te maken waar niets meer groeit en waar dus ook niets meer kan branden. Het was vooral in het donker heel bijzonder om om je heen te kijken en de natuur in brand te zien staan. Op de berg ver weg zagen we een rivier van vuur naar beneden kronkelen. Elk jaar gebeurt dat hier, dus de mensen hier waren niet bezorgd, maar wij hebben in de nacht toch geregeld onze wekker gezet om even te kijken of het vuur wel ver weg bleef. Vandaag is het bewolkt en is alles wat kon branden afgebrand, dus geen gevaar meer.
We hebben het fijn hier. Er is een hartelijke sfeer, en we kunnen goed werk doen. We zijn blij dat we weer in de natuur zijn, de stad is toch niet ons plekje. We leren hier de kracht van gebed en het leven bij de Bijbel. We kijken ernaar uit om hier heel veel te gaan leren de komende weken en om dat de rest van ons leven mee te nemen als bagage.

P.S.: Omdat het internet hier heel traag en erg duur is, zullen jullie misschien lang moeten wachten op de foto’s. Wees echter niet bang, we maken er genoeg en zullen ze graag laten zien als we weer terug zijn!

dinsdag 14 oktober 2008

In de lieflijke vallei van Barberton

Kort bericht: we zijn hier ok in Barberton. Lange reis vanaf Pretoria, die we hebben afgelegd in een touring car van Greyhound. We hebben hier een eigen kamer, primitief, maar goed. En we zijn al druk bezig met onze werkzaamheden.
Het internet is hier niet erg snel.
Voor meer info over de school: http://www.bbtc.co.za
Meer info volgt later.

ADios

vrijdag 10 oktober 2008

Laatste dag in Pretoria!

Morgen is alweer de laatste dag dat we in Pretoria zijn, en een maand in Zuid-Afrika. De laatste week is wel snel gegaan! Jannet is flink aan het kwakkelen, dan weer keelpijn , dan weer snotteren, dan weer hoofdpijn. Maar niet zo erg dat ze geen werkzaamheden kan doen, ze lijkt gewoon een beetje zielig :-). Behalve woensdag en donderdagochtend was ze de hele dagen in het hospitaal. Omdat ze niet bij het spreekuur aanwezig kon zijn, was er veel tijd voor zelfstudie. Het is fijn om het een beetje bij te houden. Erger nog: ze heeft het studeren gemist! Ook Gerrit was een paar dagen in het hospitaal. Hij zat dan op een stoel te lezen in commentaren over Johannes of op de laptop de lessen voor de bijbelschool voor te bereiden. Hij heeft deze week verschillende ontmoetingen gehad met verschillende mensen. De een was meer fijn dan de ander. Woensdag was de dag dat we onze visa gingen verlengen. We hadden al gebeld naar het departement van Home Affairs, maar daar kregen we een nauwelijks verstaanbaar Engels sprekend persoon aan de lijn. Gelukkig wilde de vrouw waar we bij in huis zijn ook nog even bellen en kregen we duidelijkheid over wat we allemaal mee moesten nemen. We namen om kwart over zes ’s ochtends de bus naar het centrum en stonden vervolgens tot kwart voor negen buiten in de rij. Toen konden we eindelijk naar binnen en waren we de eersten bij de temporary residence permits! Maar daar kregen we nog een formulier dat we moesten invullen en konden we ons weer achter in de rij aansluiten. Vervolgens zagen we dat andere mensen die ook zo’n formulier ingevuld hadden, gewoon weer vooraan gingen staan. We snappen het land nog niet helemaal… Nadat ze onze papierstapel hadden ingenomen, wij hadden betaald en Gerrit nog een keer in de rij had gestaan om te vragen wat we nu nog verder moesten doen, konden we weer naar buiten. Het was inmiddels 10 uur. De hele dag lag voor ons. We hebben nog wat gekuierd (in de Afrikaanse zin) in Hatfield, een wijk die werd aanbevolen in de reisgids, en wandelden vervolgens naar het huis. Niet omdat we dat nou zo leuk vonden, maar omdat de busregeling hier prut is en de taxi te duur. Nu hebben de mensen hier wel respect voor ons, dat we dat zomaar kunnen en de volgende dag niet eens spierpijn hebben.
Morgenochtend nemen we de greyhoundbus (tourbus) naar Nelspruit toe, in het oosten van het land. Dat zal zo’n 5 uur in beslag nemen. Vervolgens worden we door iemand van de bijbelschool in Barberton opgehaald en rijden we nog zo’n 70 kilometer. We weten nog niet goed wat ons daar te wachten staat. Gerrit zal in ieder geval (maar die drie woorden achter elkaar kennen ze hier niet echt) 8 lessen over het bijbelboek Johannes gaan geven en preken van de studenten gaan befeedbacken. Jannet zal de studenten met kwalen gaan helpen, als dat mogelijk is. Ze neemt in ieder geval 1000 paracetamolpillen mee vanuit het hospitaal. Is overal goed voor. Verder schijnt ze in de biblotheek te gaan werken, en moet ze naaldwerk doen. We zullen wel zien. Inmiddels is Jannet wel gereed om mensen te durven beledigen en voor haarzelf op te komen. Het gesleep heen en weer zonder daarin gevraagd te worden zijn we nu wel een beetje zat, hoe aardig dat ook bedoeld is. Het probleem is alleen dat de Zuid-Afrikaanse mensch niet lijkt te snappen dat je iets niet kunt willen wat zij erg leuk vinden. En dat we volwassen en zelfstandig zijn.

dinsdag 7 oktober 2008

Een gesprek met een dominee in Pretoria

Wie geïnteresseerd is om te lezen hoe een gereformeerde megakerk in Zuid-Afrika zorgt dat zij levend en betrokken blijft, zie http://eph413.blogspot.com/2008/10/celgroepen-in-een-reformatorische-kerk.html.

maandag 6 oktober 2008

Van conferentie tot conferentie steeds voort… (1)

Was ik in Nederland een conferentiebeest, die lijn zet ik in Zuid-Afrika gewoon door. Op conferenties ontmoet je nieuwe mensen, hoor je interessante sprekers, doe je nieuwe inzichten op, wordt je soms in je hart geraakt, en is er mogelijk lekker eten. Allemaal niet onbelangrijk.
Van 19 tot 21 september woonden Jannet en ik de ‘groeikonferensie’ in Koppies bij. Het doel van groeiconferenties is dat de geestelijke groei van de aanwezigen bevorderd wordt. Met andere woorden: dat je dankzij de conferentie verder kunt groeien inzake de dingen van het geloof. Groeien in vertrouwen op God, groeien in geestelijk inzicht, in geestelijke vrucht (liefde, blijdschap, vrede, geduld), in gehoorzaam leven, en wat nog meer. Je zou het christelijke leven kunnen zien als een groeiproces van baby naar volwassene. Stilstaan in de groei kan biologisch gezien eigenlijk niet, maar soms is er sprake van groeistoornissen, of van scheefgroei. Zo is dat ook geestelijk. De uitdaging die de kerk onder andere heeft is deze: hoe bevorderen wij elkaars geestelijke groei, op een evenwichtige manier? Eén van de dingen waarover ik hier loop na te denken.
Het thema van de conferentie was: ‘die blydskap in de Here is my beskutting’ (n.a.v. Nehemia 8,10). Of het nu een Afrikaans verschijnsel is of niet, maar geen één van de sprekers heeft zich aan dit thema gehouden. Een enkele keer werd er aan gerefereerd. Les 1: Laat je niet lekker maken door een thema, want je krijgt vaak wat anders voorgeschoteld. Nu maakt dat niet heel veel uit. Een spreker zoekt toch datgene te brengen waar zijn hart ligt, en waar hij vertrouwd mee is.
Ds. Hans Griesel (aansprekende naam) trapte op vrijdagavond af door te spreken over het ‘bidt, zoekt en klopt’ van Mattheüs 7,7-12. Het was vooral een vermanende boodschap. We moeten God in ons gebed niet proberen te dwingen. We moeten niet onze eigen wil voorop zetten, maar zoeken naar Gods wil. Wat mij betreft geen onwaarheid, maar ik heb teveel preken gehoord die bij ruime, uitnodigende, veelbelovende teksten allerlei beperkingen indragen, en de ruimte eerder afsluiten dan openmaken. Nu kan onze manier van bidden verkeerd zijn ingesteld en moeten we onszelf van tijd tot tijd onderzoeken of dat zo is, maar maak Gods Woord alsjeblieft niet smaller dan het is.
Op zaterdagmorgen nam ds. Etienne Maritz de bal over door vanuit 2 Tim. 2,19-21 te spreken over de heiligmaking en gehoorzaamheid aan God. Leven met God is een wandelen in reinheid en gehoorzaamheid. Hij benadrukte dat gehoorzaam leven mogelijk is. God zelf heeft dat mogelijk gemaakt door Zijn Geest te geven door Wie wij de wet kunnen vervullen. Dat is de kern van het Nieuwe Verbond (zie Jer. 31,31-34), dat twee zegeningen kent: 1) onze zonden worden vergeven, 2) wij krijgen de Geest om God te gehoorzamen (zie ook Rom 8,4). Mieters belangrijk om dit te beseffen! God geeft ons de voorzieningen om naar Zijn wil te wandelen!
Ev. Joseph Chauky (die ons enige dagen daarvoor een bezoekje had gebracht) leidde ons ten aanval met een missionaire boodschap. Hij is een zwarte man, die ook vaak in blanke kerken voorgaat. Aan de hand van bijbelse personen maakte hij ons duidelijk dat God niet zoekt naar mensen die geschikt of geleerd zijn, maar die bereid zijn om uit te gaan om het Evangelie te brengen. U begrijpt: voor iemand met zes jaar theologische opleiding is dat natuurlijk hard te verteren…
Dr. Willie Marais liet ons alle hoeken van het bijbelse veld zien in de vierde ‘talk’. Deze man staat algemeen bekend als een legende, een fenomeen, een wonder, als de Billy Graham van Zuid-Afrika. Hij heeft al veel vrucht op zijn werk gehad. Is enorm intelligent, kent de hele Bijbel uit zijn hoofd, kan fantastisch preken, werd ons van tevoren verteld. Wij natuurlijk razend nieuwsgierig en vol verwachting. Ondanks zijn hoge leeftijd en matige gezondheid preekt deze man de oren van je hoofd. Hij had niet direct een centrale boodschap, maar diverse lessen. Ik geloof dat hij wel honderd Schriftplaatsen citeerde. ‘Zo zegt ook Jeremia in hoofdstuk .. vers .., en in Psalm 118 vers 5 staat hetzelfde, namelijk …, wat ook bevestigd wordt door Lukas in .. vers ..’ enzovoort. Sommige mensen verleidt dit om te zeggen dat hij enkel de Schrift laat spreken. Twee scherpe vermaningen hield hij ons voor: 1) we moeten niet meedoen aan dingen als loterijen, want daarmee dienen we de geluksgod, 2) we moeten de zondag weer heiligen, want die hebben we ‘heeltemaal’ ontheiligd. Dingen als boeken verkopen op zondag in de kerk moeten we niet meer doen. Wat schetst mijn verbazing toen de leider-ouderling na deze toespraak meteen zei dat ze dat voortaan niet meer zouden doen, ‘oom Willie’. Blijkbaar hebben ze hier nog echt respect voor mensen met autoriteit. Wat schetst mijn verwondering nogmaals toen ik tijdens een smakelijke warme middagmaaltijd een man uit Pretoria ons hoorde vertellen dat hij de preek als een stem van God had ervaren! ‘Wonderlik’ toch. Zijn wij, mondige Nederlanders, misschien iets kwijtgeraakt? Zijn wij te kritisch? Heeft de Schrift haar absolute gezag verloren? Of kun je een boodschap van een dienaar van God gerust naast je neerleggen als je op exegetische gronden niet met hem in kunt stemmen?
Ds. Danie Steyn controleerde de wedstrijd door het christelijke leven, ‘een goddelijk avontuur’, te gronden op het fundament: Christus. Hij sprak uit het Schriftgedeelte Kolossensen 2,6-7, wat mij zeer lief is. Groei is pas mogelijk als het levenshuis op de rots Christus is geplaatst. Alleen in Hem valt de groei te vinden.
Op zondag klonk het laatste fluitsignaal na de preken van oom Danie en oom Willie. Waar de eerste over sprak ben ik vergeten. De laatste sprak over de betrouwbaarheid van het Woord.
Terugkijkend na een paar weken is het nog steeds moeilijk te beoordelen wat we hebben geleerd. We hebben God niet op een bijzondere wijze ervaren, geen absoluut nieuwe dingen gehoord, niet direct nieuwe aanzetten gehad tot een ander leven. Als we iets hebben geleerd, dan is het wel dat wij toch anders denken dan de blanke Zuid-Afrikanen. Het morele besef is hier sterker en meer zwart-wit. De tegenstellingen worden meer absoluut gemaakt. Er is sprake van een licht tot zwaarder anti-intellectualisme. Je kunt beter zeggen dat je predikant bent (zo word ik geïntroduceerd, ondanks verwoede pogingen om duidelijk te maken dat ik dat nog niet ben) dan theoloog, want theologie op zichzelf wordt hier snel geassocieerd met de liberale theologie. Er is een sterk gevoel voor autoriteit. Men geeft hoog op van andere mensen, waar wij minder snel van onder de indruk zijn. Waar we onszelf op betrappen is de sluipende gedachte ze hier een beetje achterlopen op Nederland; dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ze hier zover zijn. Het kerkelijk klimaat is hier losser (de diensten zijn informeler dan we gewend zijn) en tegelijk conservatiever of hoe je het ook noemen moet. Er lijkt weinig openheid voor discussie te zijn, of om te zeggen dat je een preek niet zo geweldig vond. Maar is alles wat het lijkt?


vrijdag 3 oktober 2008

Bezigheden in Pretoria

We zijn inmiddels alweer een week in Pretoria. Op zondag zijn we met twee mensen die Etienne kent meegeweest naar hun kerk, hebben we wat gegeten en zijn we naar de Wonderboom wezen kijken; een boom die nauwelijks een stam lijkt te hebben en waar rondom allemaal nieuwe boompjes ontstaan. Jannet wilde graag met dr. Gray (die hebben we ontmoet op de conferentie in Koppies) meewerken in zijn ziekenhuis, maar dat was erg ver weg van de plek waar we zaten, dus zijn we dinsdag weer verhuisd. Nu verblijven we in het huis van een mederwerkster van dr. Gray en rijden we elke dag een half uur naar het ziekenhuis. Dat ligt helemaal in het oosten van Pretoria. Het is een privaat hospitaal, een van de vele die naast de academische staatshospitalen bestaan. Die staatshospitalen hadden een hele goede kwaliteit, maar met de nieuwe regering is dat vreselijk achteruit gegaan. Daarom zijn er veel andere hospitalen gekomen zoals deze in Pretoria Oos, waar mensen die een medisch fonds hebben behandeld kunnen worden. Dit ziekenhuis heeft iets meer dan 300 bedden en dekt de meest voorkomende specialismen. Zo zijn er zes internisten, waarvan elk weer een subspecialisatie heeft. Dr. Gray doet ook de intensive care.
Ik (Jannet) begin samen met hem om half acht met de rondes over de zalen (zo’n 40 patiënten), waarna ik de patiëntenlijst bijwerk en hij met zijn spreekuur begint. Het is nog niet mogelijk geweest om dat spreekuur ook bij te wonen. Omdat er in een privaathospitaal geen arts-assistenten zijn moet de specialist al het werk zelf doen, en kan hij dat alleen klaar krijgen als hij alleen de noodzakelijke problemen oplost. Er is geen tijd om patiënten heel gedetailleerd door te nemen en te puzzelen over elke kleine labafwijking. Wat een verschil met wat ik in Nederland heb gezien! Nu ben ik er en ben ik deels een hulp in de organisatie en kan ik ook wat werk zelf doen. De zusters hebben ook hier veel verantwoordelijkheden (vandaag hebben ze op de intensive care zelf een patient geintubeerd!) en zijn erg aardig. Foto’s kunnen bijna meteen gemaakt worden en die worden nog ouderwets bekeken door hem tegen het licht te houden. Ik snap helaas niets van de medicijnen, omdat ik de meeste merknamen niet ken. Maar ik heb het goed naar mijn zin, leer de weg een beetje kennen en de gang van zaken en hoop volgende week ook nuttig bezig te kunnen zijn hier.
Gerrit is hard bezig met het voorbereiden van de lessen die hij moet geven op de bijbelschool (hij gaat in ieder geval acht keer een half uur les geven over het bijbelboek Johannes en de celgroepen daarbij begeleiden) en heeft contact gezocht met verschillende kerkleiders hier in Pretoria. Nu is hij tot zondagmiddag weg met ds. de Beer naar een conferentie. Ik ga het weekend maar flink uitrusten, want ik loop hier rond te snotteren. Het is ook wel wennen aan het ritme, omdat ze hier zeer vroeg opstaan (6 uur) en zeer vroeg naar bed gaan (21 uur). Vooral dat vroege slapen lukt ons nog niet zo, waardoor de nachten nog een beetje kort zijn. Maar op de bijbelschool hanteren ze hetzelfde regime, dus daar zullen we het definitief wel aanleren!