Noodweer
Vrijdag hebben we weer een indrukwekkend natuurverschijnsel meegemaakt. Om een uur of half drie viel de eerste regen sinds mei/juni hier, en iedereen was blij en dankbaar. Het duurde dit jaar erg lang voordat de regen kwam, meestal vindt de eerste regen in het begin van oktober plaats. Na een paar minuten hoorden we vreselijke knallen op het dak. We liepen naar voren en zagen hagelstenen in een flitsende vaart naar beneden vallen, zo groot als eieren. Daarbij stortte het van de regen. Gerrit was alleen in onze kamer en van binnenuit leek het net alsof het dak het maar ternauwenood kon houden. Nadat de hagel was opgehouden ging het ontzettend fel onweren. We zijn omgeven door bergen, dus dat klinkt hard en de flitsen kon je als een grote uitlopende tak in de lucht zien. De bliksem raakte de elektriciteisdraden wat een knapperend geluid tot gevolg had. En ineens was het donker binnen, de computers stopten ermee, de koelkast en diepvries snorden niet meer. De stroom was uitgevallen. De kaarsen werden tevoorschijn gehaald en een plan voor het eten in de koelkast bedacht. Het zou zomaar drie dagen kunnen duren voordat de stroom het weer zou doen! Tja, en dan ga je maar naar bed. Het is maar een klein stukje lopen naar ons huis, zo’n 100 meter, maar we vonden het veiliger om met de auto gebracht te worden. Als echte Nederlanders.
Krugerpark
Zaterdag zijn we als staf naar het Krugerpark geweest. Wat een belevenis! We reden in een busje waar we precies met 13 personen in pasten. Er was veel “padkos”, eten voor onderweg meegenomen. Het is maar een half uur/ drie kwartier rijden vanaf de bijbelschool naar de ingang “Malelane”. We arriveerden daar om een uur of zes. Voor we nog bij de ingang waren zagen we al krokodillen in de rivier liggen en aapjes langs de rivier rennen. Toen Shai op weg ging om te betalen kwam hij ineens snel terug, en vertelde dat we uit de auto moesten komen en onze camera’s meenemen. Er was een luipaard gesignaleerd. Hij lag ver weg op de tak van een boom. De eerste van de Big Five (luipaard, leeuw, olifant, neushoorn, buffel; de meest gevaarlijke en zeldzaamste dieren). Opgetogen reden we verder het park in. Niet veel later zagen we in de verte een olifant. Hij schuurde een beetje tegen een boom, kwam naar ons toe lopen, schuurde nog een boom, kwam nog dichterbij, tot hij bij een boom aan de rand van het pad kwam, en zijn volle gewicht ertegenaan duwde. De boom kraakte en viel op. De olifant stond zo dichtbij ons! Geweldig mooi. Als je in het Krugerpark rijdt, moet je langzaam rijden om iets te kunnen zien. Omdat het nog zo droog was hadden de struiken geen bladeren en konden we de dieren makkelijker zien. Soms zie je een paar auto’s stilstaan, en dan weet je dat ze iets zien, soms de moeite waard, soms niet. Het geeft het gevoel van een semi-dierentuin. Wel beesten kijken, maar de beesten bepalen wat ze doen. Het was heel bijzonder dat we alle dieren van Big Five te zien kregen, en van dichtbij, en nog meer dieren! Er was een grote kudde buffels aan de rand van het pad aan het grazen. Gerrit en ik vonden het eigenlijk maar lelijke dieren. We zagen nog een leeuw die zijn prooi (een kudu) aan het opeten was. Het was ver weg, maar vooral met de verrekijker konden we een goed beeld krijgen. We zagen het bloed rond zijn bek. Hij sloeg met zijn poot en likte zijn baard af. Op de weg stonden vreselijk veel auto’s, maar wij konden het eigenlijk het beste zien. Een neushoorn lag lekker te slapen op een open plek. We zagen zebra’s, nijlpaarden in het water, veel soorten bokjes, apen (waaronder een moeder met een piepklein aapje dat aan haar tepels hing; ze zat midden op de weg en bleef keurig zitten voor de foto’s), arenden, gieren en giraffen. Toen we al aan het eind van de dag gekomen waren, kregen we nog twee mooie kadootjes. We reden een weg op waar een giraffe heel bedaard aan het sjokken was. Recht voor onze neus! Wat een mooi, statig dier. Hij gaf helemaal geen aandacht aan ons, en liep op zijn tijd weer van de weg af en verdween in de bossen. Later kwamen er vijf of zes leeuwen op de weg naar ons toe lopen. Toen ze de auto’s zagen liepen ze naar de rand van de bosjes, krabden nog even aan de boom en verdwenen toen. Als we een halve minuut later waren geweest, hadden we niets gezien. Wat een wondermooie schepping en wat bijzonder dat we dat allemaal van zo dichtbij konden zien. We dachten veel aan jou, Willem! Je zou het prachtig gevonden hebben, maar ik vrees dat je niet zo ver gekomen zou zijn, omdat er zoveel te zien was…
Na 350 km reden we om 6 uur ’s avonds het park weer uit. We kregen nog heerlijk te eten bij een guesthouse en waren van plan lekker te gaan slapen. Helaas… Nu geen vuur, hagel of onweer, maar zeer harde wind! De deur klapperde en de ramen trilden. Het duurde lang voordat we van moeheid in slaap vielen.
Koren en beestjes
Op zondag konden we de koren van de bijbelschool horen. Het mannenkoor zong ´s ochtends in een kerk in Barberton en het grote koor met al de studenten ´s middags bij een interdenominale bijeenkomst. Er zijn veel kerken in Barberton en die middag waren ze allemaal bij elkaar om te zingen, te bidden en te luisteren. Het mannenkoor zingt soms vier-stemmig, vaak met een voorzanger die nog door het koor heen zingt.
Deze avond hadden we weer iets anders wat onze slaap verstoorde. Of het nu door de regen komt of niet, we hebben nu aanvallen van beestjes ‘s nachts. Torretjes, sprinkhanen en libellen vliegen rond, maken lawaai en vallen pardoes op Gerrit’s neus. Gerrit schiet overeind, Jannet schrikt, vliegt overeind en vervolgens volgt er een beestjesjacht. Weer een slaappoging, totdat Gerrit weer merkt dat zijn jacht nog niet volledig is geweest. Hopelijk leren we ofwel om de beesten goed te vangen, ofwel om ze buiten te houden. Dat laatste zal wel niet lukken, want ze kruipen gewoon door gaatjes, dus worden we volleerde vangers. Muggen in Nieuwegein, pas maar op!