Hier dan eindelijk een nieuwe post. We hopen deel twee spoedig te kunnen leveren.
Van Pretoria naar Barberton
Zaterdag 13 december 2008 ontmoetten we Geerten en Marleen in Pretoria, namen afscheid van de familie Kelber, en gingen met een gehuurde auto samen met een Nederlandse familie die een huis op een groot stuk land in een natuurreservaat had, naar dat huis toe. We zouden daar tot maandagochtend blijven. Qua landschap was er niet veel te zien, maar wat dieren betreft des te meer! Net een week eerder was er een klein girafje geboren en samen met zijn papa en mama at hij aan de bomen enkele tientallen meters voor het huis. Heel apart om uit het raam te kijken, en een giraf in het vizier te hebben! Iets verder rondom liepen zebra’s, gnoes (wildebeesten) en elandantilopen. We hebben wat rondgereden, op de stenen in de rivier gezeten en een kerstpreek van prof. W.H. Velema geluisterd via de audio van de auto (tot iemand die verderop aan het vissen was vroeg of het wat zachter mocht), van de stenen afgevallen in het water (Jannet) en lekker rustig gelezen en gegeten. Marleen en Jannet hebben de eerste echte braai voorbereid door de barbecue aan te steken terwijl de heren een lekker stukje aan het mountainbiken waren. Maandag moesten we eerst terug naar Pretoria om de sleutel terug te brengen, en toen reden we naar Dullstroom waar het meest beroemde pannenkoekenhuis van Zuid-Afrika, Harrie’s Pancakes, zou staan. Het was regenachtig weer en we waren al bijna Dullstroom weer uit toen we het pannenkoekengebeuren ontdekten. Het stelde niet veel voor, eigenlijk. Onze zoveelste en Geerten en Marleens eerste ervaring met het (be)oordelingsvermogen van de Zuid-Afrikaners. Leerpunt: verwachtingen naar beneden bijstellen en zelf nadenken! We sliepen die avond in Waterval-Boven, in een huis zonder elektriciteit. Het was een vakantiehuis van het echtpaar waar we later de auto van zouden lenen. Omdat we de aanwijzingen niet helemaal begrepen hadden (of omdat het lekker onhandig was uitgelegd), stonden we eerst bij het verkeerde huis! Gelukkig had het geen alarm en toen de sleutel op geen enkele van de deuren paste, zijn we maar weer verder gereden, waarna we het huis snel vonden. De volgende dag waren we vroeg weg: om 7 uur! We bezochten de Sudwala grotten, waar je van alles in de stenen kunt zien, met een beetje verbeelding... De vindingrijke gids liet ons landen en dieren zien, maar we werden verder niet veel wijzer. Op een gegeven ogenblik deed ze het licht uit, en toen zag je echt geen hand voor ogen. Op reis naar Sabie stopten we bij de waterval MacMac, wel mooi, niet heel bijzonder en reden we naar Pilgrim’s Rest, wat een schattig klein oud mijnwerkersdorpje is volgens de gids. Wij vonden er eigenlijk niet veel aan, maar hebben er toch wat rondgelopen en wat gedronken. De uiteindelijke bestemming van de dag was Hazyview, vlakbij het Krugerpark, en we wilden de Panorama Route rijden daarnaartoe, maar de wolken hingen vreselijk laag, en er was geen enkel uitzicht te vieren. Dus hebben we die tocht maar afgebroken en het plan om nog naar Blydepoort Canyon en God’s Window te reizen opgegeven, wat een enkeling onder ons moeilijk te verkroppen vond. In Hazyview sliepen we met z’n vieren in een klein kamertje met twee stapelbedden in een backpackerslodge. Geerten pingelde lekker wat van de prijs af, wat de moeilijk verstaanbare Zuid-Afrikaan moeilijk te verwerken vond. We zijn daar twee nachten gebleven, en het was beregezellig. Woensdag stonden we werkelijk waar om 5 uur op, en waren we om half 6 al bij het Krugerpark. We hebben de leeuw, buffel, neushoorn en de olifant van de Big Five gezien, helaas geen luipaard. Drie keer kwamen we een kudde olifanten tegen die de weg overstaken, met veel kleine olifantjes. Soms moesten we zachtjes – enigszins zenuwachtig - achteruit rijden omdat zo’n groot beest wel heel dreigend op ons af kwam lopen. De eerste keer dat we zo’n kudde langzaam en majestueus aan zagen komen en over de weg zagen stappen was echt indrukwekkend. Vooral de kleintjes zorgden voor warme gevoelens. Maar ook de andere dieren waren mooi: veel bokkies (antilopes), zebra’s, schildpadjes, roofvogels, nijlpaarden en wilde varkens, mooi in hun lelijkheid. Om half 5 reden we de poort weer uit, en aten we haute cuisine in Hazyview. De volgende dag gingen we later weg, en zijn we minder lang gebleven. We reden een andere route, maar zagen eigenlijk geen groot wild en hebben dus maar genoten van de kleine dieren van de schepping en van de uitzichten. Andere mensen waren helemaal enthousiast over een grote groep leeuwen die ze gezien hadden, maar toen wij dezelfde route reden, zagen we helaas niets meer. We reden soms een half uur zonder iets te zien. Erg vermoeiend voor je ogen, en teleurstellend voor je geest. Gelukkig nog een neushoorn op het eind van de dag gespot, vlakbij de weg, en toen we het park bij Malelane Gate eruit gingen zagen we in de rivier diep onder ons nog een nijlpaard crawlen, af en toe snuivend bovenkomend.
We begaven ons met onze VW Polo Classic Sedan naar de bijbelschool in Barberton. Daar was het nu heel rustig: alle studenten behoudens eentje waren naar huis, en zouden pas halverwege januari weer terugkomen. We sliepen redelijk – het was niet erg schoon, eigenlijk ronduit smerig, in het huisje waar we waren gedropt – en stonden de volgende dag weer verkwikt op.
Via Swaziland naar Fouriesburg
Om acht uur vertrokken we op deze al vroeg warm aanvoelende dag naar de grens van Zuid-Afrika met Swaziland. Dat is een staatje dat helemaal omgeven is door Zuid-Afrika, en niet heel veel groter dan Drenthe. We bereikte grote hoogten op weg naar de grensovergang, en fijne uitzichten. De vegetatie ontwikkelde zich naar talrijke rijzige naaldbomen. Bij Josefsdal bereikte we een eenzame grenspost. Paspoortje laten zien, beetje betalen, stempeltje ontvangen, fotootje maken en weer doorrijden. De weg die voor de grens zo nu en dan tekenen van bearbeiding vertoonde werd nu een grondpad, waarover het vooralsnog comfortabel rijden was… op een behoorlijke kuil hier en daar na dan! De mensen staarden je hier iets langer aan en na, keken vriendelijker uit hun ogen, en in de centrumstraten van de dorpen was het gezellig druk. Een echte Afrika-ervaring dus! We doorsneden het land aan de westkant met als doel om bij Oshoek weer Zuid-Afrika binnen te trekken. Echter niet voordat we een klomp mensen hadden bezocht die langs de kant van de weg uit zeepstenen allerlei prachtige figuren zaten te toveren. Klaar terwijl u wacht, en niet duur! Maar helaas, de bagage wordt gelijk een kilo zwaarder met een paar van die beeldjes, en uit medelijden moet je ook maar geen dingen aanschaffen.
Bij de Oshoek grensovergang was het wat drukker, maar we kwamen er snel doorheen.
Via de lange N11, waar werkzaamheden waren zodat we er twee keer zo lang over deden wat door de magnifieke inhaalmanoeuvres die Jannet uit haar mouw toverde gelukkig niet langer werd, kwamen we door het gebied van de Slagvelden. Hier hadden Boeren en Engelsen rond de wisseling van de 19e met de 20e eeuw met elkaar de degens en andere wapens gekruist, en was het bloedig eraan toegegaan. Het is nogal wat om je voor te stellen wat er zich allemaal heeft afgespeeld op die vlakke velden, waar je geen weet van zou hebben als er niet af en toe een monument zou staan. Heel veel tijd om er bij stil te staan hadden we niet, want we moesten op de bonnefooi een Bed & Breakfast zoeken in Ladysmith, vlakbij de Drakensbergen. Daarin geslaagd en door een bezoek aan de Spur een volle maag rijker konden we een slaapje doen in merkwaardig ruikende kamers die wat aan de krappe kant waren.
Dat kon niet verhoeden dat we de volgende morgen, zaterdag 20 december, ons begaven naar het museum gewijd aan de belegering van Ladysmith door de Boeren. Een grote hoeveelheid foto’s, tekst en artefacten lieten ons de monumentale tijd van toen herbeleven. Uiteindelijk werd het beleg na 3 spannende maanden door de Engelsen van buiten ongedaan gemaakt, en behielden de Engelsen Ladysmith. In de stad zelf waren weinig Engelsen meer te zien. De supermarkt zag zwart van de mensen.
Met een slaperige Marleen achter het stuur maar een immer alerte ‘navigist’ (woord uitgevonden door Geerten) naast haar reden we langs de Drakensbergen. We konden het slechts van verre aanschouwen. Onze bestemming was immers het landgoed Avondzon, tussen Fouriesburg en Bethlehem, in de provincie Vrijstaat.
Onderweg doorkruisten we het Golden Gate National Park, waar indrukwekkende, steile rotsformaties ons gedurende het hele pad bezig hielden. Door een ambtenaar met een te hoge ambtsopvatting verhinderd om het kamp voor een wijle op te slaan bij een campingplaats, zagen we ons genoodzaakt verder te trekken. We besloten koers te zetten naar Clarens, een dorpje dat sterk werd aangeprezen door deze en gene. Je bent natuurlijk op je hoede… wat zal het zijn? Maar het was werkelijk een zeer lieflijk dorpje, mooi gelegen met uitzicht over de Vrijstaatse vlaktes en rotsen. In het dorpje waren volop winkeltjes, en ook kunstgalerijen waar we, verrassenderwijs, enige tijd mee zoet waren.
Oom Egbert en tante Dicky hebben een mooi landgoed, genaamd Avondzon. De ene helft van het jaar, tijdens de Nederlandse winter, verblijven ze hier, terwijl ze de Zuid-Afrikaanse wintertijd voor het Nederlandse zomerseizoen verwisselen. Altijd zomer! Oom Egbert boerde nog wat. Met koeien, die ook in de tuin mochten komen, en zo nu en dan een bloemetje meeaten. Jannet en Gerrit hadden wel behoefte aan wat rust, maar Geerten en Marleen wisten van geen ophouden. Ze dronken hun buikje vol met koffie, en lieten alle zegeningen van de familie van Floris over zich heen komen.
Er waren twee huisjes voor ons gereserveerd: eentje wat meer primitief, wat hoger gelegen en op zichzelf staand, ingeklemd tussen de rotsen, met twee eenpersoonsbedden; de ander bijna tegen het hoofdhuis aan, met wat meer voorzieningen, en een tweepersoonsbed. We stonden voor de Lotskeuze: welk huisje zou door wie betrokken worden? In een goede geest mochten we eruit komen: Gerrit en Jannet het rotshuisje, Geerten en Marleen het andere huisje. Eventueel zouden we de andere nacht kunnen ruilen van huisje. Geerten en Marleen hebben het geweten: de volgende morgen werden ze gewekt door de koeien, die bij gebrek aan hanen voor de muzikale wekker speelden. Jannet en Gerrit hebben het ook geweten: de volgende nacht beukte een subtropisch onweer op het gebied en de huisjes neer. Het was echt niet normaal meer. Flits na flits na flits, zo snel maak je het niet meer mee. En het kwam steeds dichterbij. Je keert het niet. En terwijl de harde regen en de donder het horen doen vergaan, zorgt de bliksem ervoor dat zien je vergaat. Nood leert bidden. Oom Egbert had ook nog eens gezegd, tijdens een mooie wandeling langs en over de rotsen, dat een onweersbui zomaar wel eens een rots los zou kunnen breken, die gevaarlijk overhelde. Tot overmaat van ramp stroomde het water langs de rotswanden, die tevens de wanden van het huisje waren, het huisje binnen, en moesten we onze spullen naar de hoger gelegen delen van de kamer verhuizen. Gelukkig kwam aan alles een eind, ook aan deze bui die we nog lang zullen heugen. De volgende morgen hoorden we dat het bij het hoofdhuis in de telefoonlijnen was ingeslagen, behoorlijk dichtbij ons dus. Ter compensatie van de schade hoefden we niet de volle prijs te betalen, wat we ook niet van plan waren geweest. Oom Egbert heeft ons nog originele rotstekeningen van de bosjesmannen laten zien en ons op een wandeling naar boven op de berg gevat. Vandaar kon je mooi zien hoever de landerijen zich uitstrekten. Hij vertelde ook over zijn zwarte werkers, en dat hij één van hen leert om zelf een stuk land te bewerken en dat hij hem helpt om een eigen huis te bouwen. Egbert heeft weer een andere visie op de blank/zwart kwestie. Ons oordeel wordt daardoor weer een beetje aan de andere kant bijgeschaafd, maar een eindoordeel zullen we ons wel niet kunnen vormen. Na de wandeling was het heerlijk om met kleren en al in een watertank, gedoopt als zwembad, te springen! Het water werd rechtstreeks uit de berg in de tank geleid en was heerlijk koel. We konden alleen maar rondjes zwemmen, en Geerten zorgde voor de nodige golven door telkens eruit te klimmen en erin te springen, eruit te klimmen en erin te springen…
We waren intussen al bij maandag 22 december aanbeland, waarop we van plan waren via Lesotho (spreek uit: Lesoethoe) naar Bloemfontein te rijden, een lange trip. We hoefden niet lang te rijden naar de grens met Lesotho en hadden ook geen problemen om weer de nodige stempels in ons paspoort te krijgen. Het is net als Swaziland een staatje in Zuid-Afrika, maar heeft een eigen karakter. Het oogt veel armer en primitiever dan Swaziland. Er waren veel herders/ veehouders die naast een kudde liepen en we zagen verscheidene mensen die zich vervoerden op een ezel of op een paard en wagen. De mensen die in de auto reden stoorden zich niet te veel aan de verkeersregels en zoefden overal gewoon tussendoor, ook als er eigenlijk geen ruimte was. Om de paar kilometer was er een politieblokkade (we zijn er een stuk of vijf tegengekomen) waar je dan in de rij moest staan en als je bij de politieman of –vrouw terecht was gekomen moest je je rijbewijs laten zien. Er werd meestal een goedkeurende blik op het Nederlandse en internationale rijbewijs van Geerten (die reed) geworpen, maar de laatste agent openbaarde dat ze geen idee had wat de rijbewijzen betekenden, maar dat we toch door konden rijden. Eén slimmerik probeerde zichzelf of de staat wat rijker te maken door te hopen dat hij een boete kon uitdelen door te vragen of we een gevarendriehoek in de auto hadden (welke buitenlander zou daaraan denken?) De uitleg van Geerten dat het helemaal onderin de auto lag, onder alle bagage was niet genoeg, maar toen Geerten de klep opendeed was het blijkbaar vermoeiender om te controleren of Geerten de waarheid sprak dan om hem maar te geloven. We mochten weer doorrijden. Ergens langs de weg hielden we nog halt, en zodra we de auto uit waren kwamen er kinderen vanuit verschillende richtingen naar ons toe die op veilige afstand begonnen te roepen om sweets en money. Toen we zonder hen veel aandacht gegeven te hebben weer wegreden, kregen we nog wat scheldwoorden als kadootje mee. Uiteindelijk weer de grens over, en richting Bloemfontein gereden. In Bloemfontein moesten we de gehuurde Polo, waar we inmiddels al aan gehecht waren, weer inleveren, maar eerst naar Piet de Wet, 20,5 km buiten de stad. We reden een rare, bruine lucht tegemoet, in een flinke wind, wat een zandstorm (of: met zand gevulde wind) bleek te zijn. De wind waait het zand van de boerderijen dan de lucht in, richting de stad. Zodra we bij Piet aangekomen waren stapte Geerten in zijn auto en Marleen in de gehuurde om laatstgenoemde weer terug te brengen en samen kwamen ze met de audi van Piet weer terug. Deze Audi mochten we lenen, voor onbepaalde tijd. We werden hartelijk verwelkomd en kregen een rondleiding op de plaats (boerderij). Ze hebben arabieren (paarden…) en schapen en dat vonden onze vrienden natuurlijk erg interessant! Wij ook wel, vooral omdat we een pasgeboren lammetje konden bewonderen, net een paar uur oud. Na de rondleiding, waar Jannet een natte voet opdeed, werden de voorbereidingen voor - hoe kan het ook anders - de braai getroffen, maar Piet was helemaal de tijd uit het oog verloren, waardoor we pas om kwart voor tien aan ons avondeten begonnen. We hebben heerlijk gesels (gepraat), zowel over het boerengedeelte als over het predikantengedeelte.