woensdag 18 februari 2009

Tweede deel reis en laatste weken

De tuinroute en de Kaap
Vanaf Bloemfontein reden we met een audi verder. De langste rij-dag lag in het verschiet. We konden maar niet beslissen of we via Port Elizabeth naar Stormsrivier zouden rijden, of via George. Uiteindelijk hebben we de keuze voor de eerste optie gemaakt. Ik reed de eerste 3,5 uur, Geerten het tweede, net zo lange, stuk en Marleen reed de laatste loodjes. Uiteindelijk op het strand van PE aangekomen aten we fish en chips met zand. Via een deel van de tuinroute bereikten we Stormsrivier dan uiteindelijk. De tuinroute viel flink tegen. Misschien zou het mooier geweest zijn als we wat meer van de hoofdweg waren afgegaan, maar dan alsnog doet de naam mooiere plaatjes in je hoofd oproepen dan gerechtvaardigd. Stormsrivier ligt in het nationale park Tsitsikamma. Francois en Dorothea Carr hadden twee huisjes voor twee nachten voor ons besproken en betaald. Het waren simpele houten huisjes, een beetje in het bos, maar nog vlakbij de zee. De zee had bijna geen strand, maar flinke rotsen. De golven waren de eerste avond al flink hoog. We aten ’s avonds bij de familie Carr. Naast F en D waren ook hun dochter en de twee oma’s van de familie mee. Moe maar voldaan legden we ons neder voor onze nachtrust.

Kerst
De dag voor kerstfeest brak aan. Ik (Jannet) had me erg verheugd op een kerstfeest aan het strand, in de volle zon, want misschien zou dit de enige keer zijn dat ik dat zou meemaken. Dus was ik best teleurgesteld toen ik zag dat het koud, natterig en winderig was, en dat beloofde niet veel goeds voor kerstdag zelf. Maar toen wist ik nog niet dat het een bijzondere dag zou worden, en was ik dus te vroeg in mijn boosheid over het weer. Toen Marleen terugkwam van het douchen, vertelde ze dat de golven die nacht zoveel schuim hadden opgeworpen, dat de tenten vlakbij de zee midden in de nacht moesten opbreken. We zouden gaan wandelen als het goed weer was, maar dat plan moesten we laten varen, omdat een deel van de wandelroute afgesloten was vanwege de golven. Bovendien wilden we de ontwikkeling van de golven wel eens zien! Die hele dag hebben we op de kust gezeten en gekeken naar meters hoge golven die tegen de rotsen opsloegen, en het schuim dat over het land heensloeg en bleef liggen. We hadden een heerlijke dag. Op eerste kerstdag waren de golven nog hoog, maar niet meer zo erg als de dag ervoor. De kerstdienst was op het terrein zelf, in het restaurant en er waren veel mensen. We keken uit op de branding van de zee. Het werd geleid door een echtpaar wat liederen zong en gedichten voordroeg en verhalen vertelde. We waren er niet echt door opgebouwd. Ik miste onze familie wel vreselijk op dat moment! Later op de dag gingen we naar Plettenberg bay, waar een hotel aan het strand staat. We dronken een koffiemilkshake in de lounge en zwommen daarna. De lifeguards droegen kerstmutsen, maar verder merkte je aan niets dat het kerstfeest was. Het water was warm (vonden wij in elk geval) en de golven lekker. Daar namen we afscheid van Francois en Dorothea, zij gingen terug naar Tsitsikamma, en wij verder op onze reis. Die reis voerde verder naar Knysna, een klein dorpje rondom een haven. Gezellig. We wilden er wat eten, maar overal waren alleen speciale kerstmenu’s. Dus maar weer de koffieshake genomen. Aan het eind van de dag kwamen we aan in Karatara, waar we bleven slapen bij een jong predikantengezin. Vooral Gerrit maakte veel plezier met de kinderen, en de predikant zelf gooide vaak ook olie op het lachvuur. Onze buikspieren werden weer getraind.
Tweede kerstdag gingen we zwemmen in een andere baai, namelijk buffelsbaai. Weer genieten van de golven, maar we merkten ook een sterke stroming. Oppassen dus. We waren allemaal vreselijk verbrand van het golven kijken de dag ervoor, terwijl het flink bewolkt was, en we moesten ons dus flink insmeren. De Afrikaanse zon is een tikkie scherper dan de Nederlandse. Later hadden we nog een gezellige middag en avond bij hetzelfde gezin in Karatara.

Op weg naar Kaapstad
Om 8 stonden we weer op om in Wilderness national park te gaan kanoën en wandelen. Na een tijdje kanoën kwamen we bij een aanlegplaats aan waar we de kano konden achterlaten en begonnen we onze wandeling door het bos naar de waterval. Dat was nog best een flink stuk. Bij de waterval, die in de rotsen lag, kwam het klimgevoel in Geerten naar boven en hij klauterde flink. Dacht zelfs nog dat hij goud had gevonden, maar kon het niet uit het stroompje water krijgen. De terugtocht met de kano was een stukje moeilijker, vanwege de harde wind die was komen opzetten. Gerrit en ik besloten op een gegeven moment om uit te stappen en het laatste eind te lopen, maar Geerten en Marleen waren aan de andere kant van de rivier, en kanooden verder. Via de kust reden we naar Hermanus. Daar bleven we slapen bij familie Sadie, met z’n vieren op één kamer. Eén stel sliep in een tweepersoonsbed, en het andere moest het op een éénpersoonsbed zien te redden. We keken gezellig het eerste deel van de Narniareeks wat op tv was, en maakten ons daarna gereed om te gaan slapen. Gerrit en ik hadden het voorrecht het eerst ons huwelijk te testen ;-), en we hebben heerlijk geslapen.
Zondag 28 december gingen we eerst naar de kerk in een NG-gemeente, wat net als de andere NG-gemeentes die we hebben gezien, een beetje levenloos was. Daarna maakten we een dienst mee in de kleurlingenkerk. Kleurlingen zijn halfbloedjes, tussen zwart en wit of Indisch en wit of Indisch en zwart of een andere combinatie. Ze praten hun eigen Afrikaans. Deze dienst was meer levendig. Inmiddels was het al middag. We zijn naar de oude haven van het stadje geweest, en wilden nog wat walvissen spotten, maar die waren allemaal al weggezwommen. Alleen een eenzaam spuitertje kwam soms uit het verre water omhoog. Gegrepen door het verhaal van Narnia, keken we het tweede deel, wat we op DVD bij ons hadden. ’s Avonds deden we een bijbelstudie onder leiding van BC, de pater familias, wat eigenlijk niet echt een bijbelstudie was, maar meer een uiteenzetting van wat hij had ondervonden over eenheid en autoriteit.

Het schiereiland en Kaapstad
De laatste paar dagen van ons samenzijn waren aangebroken. Maandagochtend wilden we vroeg weg, maar we moesten nog een band verwisselen en nieuwe lucht in alle banden pompen. Langs de kust reden we richting Kaapstad. Een mooie route! In Simonstown hebben we wat gedronken en lekker taart gegeten, en hebben Geerten en Marleen hun souvenirs gekocht. Een stukje verder op de route konden we de pinguins zien. We voelden ons een beetje bekocht dat je daarvoor ook alweer moest betalen, maar we zijn er toch maar ingegaan. Nu maar hopen dat dat geld ook daadwerkelijk voor het onderhoud van de pinguins wordt gebruikt. Eigenlijk was het maar een klein stukje waar de beesten op liepen, maar het was een leuk gezicht. Vooral als ze geluid maken. Het zou leuk zijn om ze op een film op te nemen en dan menselijke stemmen eronder te zetten, zo raar zijn ze wel. We reden verder langs de kust. Het motregen was overgegaan in echte regen, en in Houtbaai wilden we toch echt wat gaan eten. Helaas hadden meer mensen hetzelfde plan, en moest je bij het enige echte restaurant 40 minuten wachten om een tafeltje te krijgen. Wij liepen dus maar verder, en aten fish and chips in een ander tentje, waar we alsnog een beetje natspetterden. We ontmoetten nog een man die portretten tekende. Terwijl hij Marleen aan het natekenen was, vertelde hij wat over zijn eigen leven en we hebben hem het adres van de EO gegeven, omdat hij zijn eigen plaat wilde uitbrengen over de hele wereld. We zullen wel zien of we hem het opstapje naar roem hebben kunnen geven…
Toen we klaar waren met eten liepen we langs een boot die een bodem van glas had, waardoor je zeehonden en vissen kon zien. De laatste boot van die dag vertrok op dat moment en impulsief besloten we om mee te gaan. Eenmaal binnen bleek dat niet de hele bodem van glas was, maar slechts twee stukken van twee bij twee meter. Het was heerlijk om op het dek te staan en de deining van de golven te voelen, de motregen je gezicht te voelen natmaken en de wind die maakt dat je niet veel meer hoort. Na een minuut of tien kwamen we bij een eiland aan waar allemaal zeehonden op lagen. We draaiden er een beetje omheen, en voeren toen weer terug. De zeehonden waren speels, en sprongen op uit het water, maar net niet op het moment dat ik ze wilde fotograferen…
Uiteindelijk kwamen we in Kaapstad aan, waar we bleven slapen in een soort zondagsschool bij een kerk, waar ook een badkamer ingebouwd was. ’s Avonds reden we naar Victoria en Alfred Waterfront, keken een beetje in de winkeltjes en gingen gezellig boerenbridgen in een soort sjieke pub.
De een-na-laatste dag van het jaar. Het was na de grijsheid van de vorige dag nu heerlijk helder, en om 10 uur gingen we op weg naar de Tafelberg. Daar waren alleen al veel meer mensen! We parkeerden de auto maar aan het begin en liepen toen de rijen auto’s die boven wilden parkeren, voorbij. Eenmaal bij de kabelbaan aangekomen, liepen Marleen en ik doodleuk het einde van de rij binnen, maar we werden weggestuurd. Toen we beter keken, zagen we dat de rij meters en meters en meters lang aan de overkant van de weg verder ging! En als je dan eenmaal een kaartje had, moest je nog in de rij staan om met de kabelbaan mee te kunnen. We besloten dat we het de volgende dag nog een keer zouden proberen, en liepen weer terug naar onze auto. Onderweg probeerden we een paar mensen die rustig in de rij auto’s stonden te wachten, te overtuigen dat het geen zin had, maar volgens mij wilde iedereen het eerst met eigen ogen zien. Wij volgden plan B: naar Stellenbosch. Dat was ontzettend mooi. Spierwitte gebouwen met de mooie paarse Agapanthusbloemen en heldergroen gras, schoon en rustig. We bekeken het kerkje waar Andrew Murray gepreekt had en toen we een leeszaal wilden bekijken, werden we zomaar uitgenodigd om de slaapkamers van dat B&B te bekijken. Mooi en luxe, maar ook duur: zo’n 700 rand per nacht. We snuffelden in Oom Samie se winkel en een ander leuk winkeltje met kleurige doeken, tasjes, sieraden en jurkjes. We dronken wat op een terrasje onder de eikenbomen, een koel briesje maakte het gevoel van genieten helemaal compleet. Verder maar, op weg naar Franschhoek. We reden een mooie pas, en genoten van de vele wijnvelden. We probeerden nog een wijnboerderij te bezoeken, maar waren te laat. We konden nog wel foto’s nemen van het fantastische uitzicht. In Franschoek aten we een pizza in een restaurantje en bleven lang hangen door weer een spelletje boerenbridge. Pas laat waren we weer terug bij onze slaapplaats.

Oud & Nieuw
Oudjaarsdag! De laatste dag van onze toer. Om half acht waren we nu al bij de tafelberg, precies op het moment dat hij openging. Toch stond er nog een lange rij. Na een uur stonden we in de kabelbaan. Het is een grote kabine, waar zo’n 60 mensen in passen, en de bodem draait rond, zodat je het uitzicht van alle kanten kunt bekijken. In een paar minuten ben je 700 meter verder boven de grond! Op de tafelberg was het niet zo plat als je zou denken. Het uitzicht was ontzettend mooi. Het was helemaal helder, dus we konden ver kijken. Zowel foto’s als woorden omschrijven niet wat je dan voelt. We stonden op de berg die de scheepvaarders eeuwen geleden zagen als ze om Kaapstad heenvoeren. We stonden op de berg, bijna op het puntje van heel Afrika, als je naar de oceaan kijkt, en je zou verder kunnen kijken, zou je niets dan water, water, water kunnen zien. We beginnen met een wandeling naar het hoogste puntje van de tafelberg. Een best eindje, maar lekker om te lopen. Er groeien nog best wat bloemen en bosjes op de berg, en we zagen een hoop dasjes die tegen de berg op rondhuppelden. Op het hoogste punt deden we weer een spelletje boerenbridge, terwijl andere mensen moe van de klim maar voldaan op dat puntje aankwamen, zagen ze een stel jonge mensen aan het kaarten… De terugweg liepen we langs de andere kant van de tafelberg, zodat we uiteindelijk een heel rondje gelopen hadden. Dat was steil! Je kon bijna loodrecht naar beneden vallen. Gelukkig hebben we dat niet gedaan. We aten nog wat in het restaurantje daar en gingen weer naar beneden met de kabelbaan. Eerst maar eens terug naar onze zondagsschool om een beetje te slapen. ’s Avonds gingen we weer terug naar V&A Waterfront, aten een pannenkoek en dronken daarna nog wat, en besloten om weer weg te gaan. Er waren veel mensen die oud en nieuw wilden vieren temidden van andere mensen, er was veel muziek en de restaurantjes waren vol of gereserveerd, maar het voelde voor ons leeg. Wij besloten om de kerkdienst van de kerk waar we sliepen bij te wonen, die van 11 tot 12 uur duurde. 2009 was begonnen!
Op nieuwjaarsdag zwaaiden wij Geerten en Marleen uit op vliegveld Kaapstad en kregen nog een boete ook omdat we de auto niet alleen achter hadden moeten laten op een drop & go zone. Toen waren we nog maar met z’n tweeën in de auto! Wij gingen weer terug naar Hermanus, naar BC en Lucie Sadie. Vooral Jannet had die dag vreselijke heimwee, zo erg dat ze het lichamelijk voelde. Nog vijf- en-een-halve week, de laatste loodjes!

In Hermanus
Hermanus staat bekend om de vele walvissen die er te spotten zijn, maar ook al zijn we vaak wezen kijken, wij hebben er geeneen uit het water zien springen of driftig met staart zien slaan. We wisten eigenlijk niet helemaal wat de bedoeling was. BC en Lucie zijn aparte mensen, die in een apart, rommelig, huis leven. In januari is het nog vakantietijd, en het zendelingenwerk was nog niet echt begonnen. Wij sliepen vaak tot na tien uur uit, en vervolgens was het ritme van de hele dag zoek. Pas op maandag werd verteld wat er van ons verwacht werd. We reden naar hun zendingslocatie, Ertjiesvlei, waar een gebouw staat wat als kerk-zaal dienst doet, en een kleiner opslaggebouwtje. Jannet werd gevraagd of ze medisch onderzoek wilde doen naar de ziekte van BC, hemochromatose, en Gerrit of hij wilde nadenken over een plan voor gemeenteopbouw voor het volgende jaar. Ik zag mij opdracht in eerste instantie niet zo zitten, omdat de Zuid-Afrikanen in het algemeen cynisch zijn over wat dokters zeggen en zelf dokteren. Bovendien heeft BC het gevoel dat God hem zegt om geen aderlatingen te doen, wat ongeveer de enige behandeling voor de ziekte is. Maar toen bedacht ik dat het niet om mij ging maar om hem, en besloot ik te kijken wat ik kon doen. Ik heb van hem een hele medische voorgeschiedenis op papier gekregen en ging op de bekende medische zoeksites kijken wat er over de ziekte geschreven was, en of ik nog wat raad kon geven. Uiteindelijk heb ik er wat van geleerd, en was BC volgens mij ook wel tevreden. Gerrit heeft een paar keer met het echtpaar gepraat over hoe de gemeente nu werkt en nagedacht en een document gemaakt met aanbevelingen.
Verder in de twee weken hebben we nog een middag met kinderen uit de kleurlingenwijk gespeeld, Jan-Huigen-in-de-ton aangeleerd ;-) en zijn we twee middagen naar een bejaardenhuis geweest. Eén keer alleen Jannet, om te kijken of het veel verschilt met Nederland, en één keer samen, toen Gerrit een meditatie hield. Het hele medische voorzieningenstelsel is een stuk slechter dan in Nederland, en de oudere generatie bij ons moet maar boffen met veel disciplines die ze behandelen, zorgplannen, MDO’s, etc. De meditatie van Gerrit, over ruimte, vond aanklank en we hebben daarna nog wat thee gedronken bij één van de dames met een heel gezelschap, dat was gezellig!
Als we terugkijken op deze periode hebben we er een gemengd gevoel over, omdat we niet zoveel konden doen, en omdat de geestelijke sfeer wat bedrukkend was. We hebben een aantal keer bijbelstudie gedaan, wat niet altijd even fijn was, maar toch gaf het wel een extra diepte aan ons verblijf bij hen.

Een weekje vakantie
We reden op donderdag 15 januari naar een ander echtpaar, dat in een veiligheidsdorp woont op 18 km van Stellenbosch af. Wat een verschil! Hun huis was netjes, schoon en mooi en we hadden een eigen badkamer. Dit was echt een vakantieweek, er werd niets van ons verwacht. Omdat we nog steeds de audi hadden, zijn we er lekker opuit getrokken: nog een keer naar Stellenbosch, naar Wellington, Paarl, Gordon’s baai en Strand. We zochten er de geschiedenis op, zoals het taalmonument en de kerken en zalen van de tijd van Andrew Murray. We genoten van de omgevingen, hebben mooie passen gereden en nog een wijnboerderij bezocht. Lekker rondgelopen temidden van de druiven en uiteraard geproefd. We zijn nog niet zo volleerd dat we elke noten-, chocola en koffiesmaak eruit kunnen halen, maar gelukkig staat dat netjes op de beschrijving. Op zondag bezochten we een huisgemeente. Een mooi ideaal, maar het is een verzameling mensen die in een normale kerk niet kunnen aarden, dus allemaal een flinke eigen mening hebben. Het basisconcept is delen uit de bijbel met elkaar delen, maar het sloot niet op elkaar aan toen wij er waren, en het voelde een beetje alsof er een samenvatting van de stille tijd van de afgelopen week gegeven werd.

De Karoo
Vrijdag 23 januari was het tijd om de auto weer terug te brengen. Van Stellenbosch naar Bloemfontein is ongeveer 1000 km, en we besloten dat over twee dagen te verspreiden. Toch tijd zat. De eerste avond overnachtten we in Richmond, wat bekend staat als een dorpje dat vol is met boekenwinkeltjes. Dat sprak ons natuurlijk wel aan! Toen we daar echter aan het eind van de dag rondliepen, was er eigenlijk niet veel te zien, en konden we zelfs geen fatsoenlijke eetgelegenheid vinden. Omdat we niet konden koken op onze kamer in het B&B, kochten we bij de supermarkt een mengelmoes van voedsel. Op de terugweg kwamen we toch nog langs een restaurantje, maar hadden toen geen zin meer om naar binnen te gaan. We hebben lekker geslapen en na een ontbijtje waren we klaar voor een dag flink rijden! Eerst zo’n 350 km naar Bloemfontein, en dan met ds. Etienne Maritz weer terug de Karoo in naar Carnarvon, waar hij een aantal diensten zou houden.
De Karoo wordt een semi-woestijn genoemd, het is droog, kaal, warm (maar niet veel warmer dan bepaalde andere delen van het land), maar heeft geen zandduinen, is meer rotsachtig. Het heeft een bepaalde charme. Sommige mensen vinden er niets moois aan, anderen zijn er helemaal weg van. Voor ons is het mooi, maar na een paar uur heb je het ook wel gezien. We moesten het laatste stuk in het donker rijden, wat de meeste mensen in Zuid-Afrika vermijden omdat er slecht zicht is, gevaar van kaping en overval en dieren die zomaar de weg oversteken. Dit laatste hebben we inderdaad meegemaakt! Opeens sprong er een hertje de weg over, die de auto raakte. Het hertje was dood en de bumper van de auto had een deuk, maar gelukkig geen ernstige schade, op 100 km van het dichtstbijzijnde bewoonde gebied af in de nacht… We reden weer verder, en ontweken nog haasjes, een stekelvarken en een uil. Die laatste zat doodstil op de weg, en we moesten terugrijden om hem van de weg af te jagen. Uiteindelijk kwamen we veilig aan in Carnarvon.
We besteedden de week rustig, met ’s avonds de lezingen van Etienne en overdag wat wandelen, lezen en lekker slapen. Toen we weer weggingen overnachtten we in Douglas. We zwommen heerlijk in het zwembad in de tuin en gingen kijken naar een samenkompunt van twee grote rivieren. Het was loeiwarm. De volgende dag dan op weg naar Koppies, waar Etienne woont. Vandaaraf gingen we twee dagen later naar de bijbelschool.

Weer naar de bijbelschool
Op 1 februari reden we met een 14-plaatsenbus naar Nelspruit toe, een tocht van zo’n 5 uur. Op de een of andere manier ging het snel voorbij en konden we in de avond van Nelspruit naar de bijbelschool gebracht worden, nog zo’n 70 km. Gerrit zou lesgeven van maandag tot donderdag, over heiligmaking, en Jannet zou een overdracht doen van het bibliotheekwerk wat ze gedaan had en de administratie rondom de zendelingen, en op verzoek van de studenten ook weer een spreekuur houden. Het was een vreugde de studenten weer te zien, van beide kanten! Sommigen dachten zelfs dat we vanuit Nederland weer overgekomen waren om vijf dagen les te geven… Dat hebben we maar gauw de wereld uit geholpen. De lessen gingen erg goed, de studenten waren erg oplettend en genoten van het ‘universiteitsniveau’. De dagen gingen snel voorbij, en het echte afscheid brak dan toch echt aan. Veel studenten bidden of we niet terug moet komen, en dan voor een langere tijd, en de staf bidt dat ook, dat is wel raar. Wij willen helemaal niet terug, maar stel je voor dat hun gebed verhoord wordt…

Laatste weekend en thuiskomst
Vrijdagochtend vroeg reden we met het rectorsechtpaar mee naar Pretoria. We verbleven weer bij de familie Kelber, alleen waren zij er niet. We genoten van voorlopig de laatste zomerdagen voor ons door lekker te zwemmen in hun zwembad, en vooral Gerrit heeft tennis gespeeld op de wii. Op zondag verhuisden we weer, nu naar familie Carr. Na een laatste rustige zondag bracht Francois ons maandagavond naar het vliegveld.
We hadden een goede vlucht en kregen een leuk hartelijk welkom op Dusseldorf en bij ons thuis.

zaterdag 17 januari 2009

In de Kaap is het verschrikkelijk mooi

Even een update tussendoor: we zijn nu bij fam. Venter, vlakbij Stellenbosch. We kijken uit op de Tafelberg aan de ene kant, en de Heidelbergketen aan de andere kant. Vlakbij zijn allerlei wijngaarden. Vandaag hebben we er eentje bezocht en de wijn aldaar geproefd.
Er is hier goed internet bereikbaar, via een zgn. hotspot. Dat kost wel wat centjes, maar vooruit.
We doen het nu wat rustig aan met het programma, na de woeste en leuke reis met Geerten en Marleen. Volgende week hopen we via Bloemfontein naar Pretoria te gaan, alwaar we bij Francois en Dorothea Carr zullen verblijven. Waarschijnlijk gaat Gerrit dan een halve week met Francois op pad, naar een gemeente waar Francois een week over een geestelijk onderwerp zal spreken. De laatste week, 2 februari tot 7 februari, zullen we weer op de bijbelschool in Barberton zijn.
Het is hier mooi weer, zo'n 25 graden schat ik. Nee, het vriest hier niet. We zien er naar uit om weer naar Nederland te gaan. Vijf maanden is toch best lang hoor.
Voor degenen die het nog niet weten: één onzer cavia's (waarschijnlijk Lloyd) is wegens onbekende oorzaak overleden.

Rondreis deel 1

Hier dan eindelijk een nieuwe post. We hopen deel twee spoedig te kunnen leveren.

Van Pretoria naar Barberton

Zaterdag 13 december 2008 ontmoetten we Geerten en Marleen in Pretoria, namen afscheid van de familie Kelber, en gingen met een gehuurde auto samen met een Nederlandse familie die een huis op een groot stuk land in een natuurreservaat had, naar dat huis toe. We zouden daar tot maandagochtend blijven. Qua landschap was er niet veel te zien, maar wat dieren betreft des te meer! Net een week eerder was er een klein girafje geboren en samen met zijn papa en mama at hij aan de bomen enkele tientallen meters voor het huis. Heel apart om uit het raam te kijken, en een giraf in het vizier te hebben! Iets verder rondom liepen zebra’s, gnoes (wildebeesten) en elandantilopen. We hebben wat rondgereden, op de stenen in de rivier gezeten en een kerstpreek van prof. W.H. Velema geluisterd via de audio van de auto (tot iemand die verderop aan het vissen was vroeg of het wat zachter mocht), van de stenen afgevallen in het water (Jannet) en lekker rustig gelezen en gegeten. Marleen en Jannet hebben de eerste echte braai voorbereid door de barbecue aan te steken terwijl de heren een lekker stukje aan het mountainbiken waren. Maandag moesten we eerst terug naar Pretoria om de sleutel terug te brengen, en toen reden we naar Dullstroom waar het meest beroemde pannenkoekenhuis van Zuid-Afrika, Harrie’s Pancakes, zou staan. Het was regenachtig weer en we waren al bijna Dullstroom weer uit toen we het pannenkoekengebeuren ontdekten. Het stelde niet veel voor, eigenlijk. Onze zoveelste en Geerten en Marleens eerste ervaring met het (be)oordelingsvermogen van de Zuid-Afrikaners. Leerpunt: verwachtingen naar beneden bijstellen en zelf nadenken! We sliepen die avond in Waterval-Boven, in een huis zonder elektriciteit. Het was een vakantiehuis van het echtpaar waar we later de auto van zouden lenen. Omdat we de aanwijzingen niet helemaal begrepen hadden (of omdat het lekker onhandig was uitgelegd), stonden we eerst bij het verkeerde huis! Gelukkig had het geen alarm en toen de sleutel op geen enkele van de deuren paste, zijn we maar weer verder gereden, waarna we het huis snel vonden. De volgende dag waren we vroeg weg: om 7 uur! We bezochten de Sudwala grotten, waar je van alles in de stenen kunt zien, met een beetje verbeelding... De vindingrijke gids liet ons landen en dieren zien, maar we werden verder niet veel wijzer. Op een gegeven ogenblik deed ze het licht uit, en toen zag je echt geen hand voor ogen. Op reis naar Sabie stopten we bij de waterval MacMac, wel mooi, niet heel bijzonder en reden we naar Pilgrim’s Rest, wat een schattig klein oud mijnwerkersdorpje is volgens de gids. Wij vonden er eigenlijk niet veel aan, maar hebben er toch wat rondgelopen en wat gedronken. De uiteindelijke bestemming van de dag was Hazyview, vlakbij het Krugerpark, en we wilden de Panorama Route rijden daarnaartoe, maar de wolken hingen vreselijk laag, en er was geen enkel uitzicht te vieren. Dus hebben we die tocht maar afgebroken en het plan om nog naar Blydepoort Canyon en God’s Window te reizen opgegeven, wat een enkeling onder ons moeilijk te verkroppen vond. In Hazyview sliepen we met z’n vieren in een klein kamertje met twee stapelbedden in een backpackerslodge. Geerten pingelde lekker wat van de prijs af, wat de moeilijk verstaanbare Zuid-Afrikaan moeilijk te verwerken vond. We zijn daar twee nachten gebleven, en het was beregezellig. Woensdag stonden we werkelijk waar om 5 uur op, en waren we om half 6 al bij het Krugerpark. We hebben de leeuw, buffel, neushoorn en de olifant van de Big Five gezien, helaas geen luipaard. Drie keer kwamen we een kudde olifanten tegen die de weg overstaken, met veel kleine olifantjes. Soms moesten we zachtjes – enigszins zenuwachtig - achteruit rijden omdat zo’n groot beest wel heel dreigend op ons af kwam lopen. De eerste keer dat we zo’n kudde langzaam en majestueus aan zagen komen en over de weg zagen stappen was echt indrukwekkend. Vooral de kleintjes zorgden voor warme gevoelens. Maar ook de andere dieren waren mooi: veel bokkies (antilopes), zebra’s, schildpadjes, roofvogels, nijlpaarden en wilde varkens, mooi in hun lelijkheid. Om half 5 reden we de poort weer uit, en aten we haute cuisine in Hazyview. De volgende dag gingen we later weg, en zijn we minder lang gebleven. We reden een andere route, maar zagen eigenlijk geen groot wild en hebben dus maar genoten van de kleine dieren van de schepping en van de uitzichten. Andere mensen waren helemaal enthousiast over een grote groep leeuwen die ze gezien hadden, maar toen wij dezelfde route reden, zagen we helaas niets meer. We reden soms een half uur zonder iets te zien. Erg vermoeiend voor je ogen, en teleurstellend voor je geest. Gelukkig nog een neushoorn op het eind van de dag gespot, vlakbij de weg, en toen we het park bij Malelane Gate eruit gingen zagen we in de rivier diep onder ons nog een nijlpaard crawlen, af en toe snuivend bovenkomend.
We begaven ons met onze VW Polo Classic Sedan naar de bijbelschool in Barberton. Daar was het nu heel rustig: alle studenten behoudens eentje waren naar huis, en zouden pas halverwege januari weer terugkomen. We sliepen redelijk – het was niet erg schoon, eigenlijk ronduit smerig, in het huisje waar we waren gedropt – en stonden de volgende dag weer verkwikt op.

Via Swaziland naar Fouriesburg

Om acht uur vertrokken we op deze al vroeg warm aanvoelende dag naar de grens van Zuid-Afrika met Swaziland. Dat is een staatje dat helemaal omgeven is door Zuid-Afrika, en niet heel veel groter dan Drenthe. We bereikte grote hoogten op weg naar de grensovergang, en fijne uitzichten. De vegetatie ontwikkelde zich naar talrijke rijzige naaldbomen. Bij Josefsdal bereikte we een eenzame grenspost. Paspoortje laten zien, beetje betalen, stempeltje ontvangen, fotootje maken en weer doorrijden. De weg die voor de grens zo nu en dan tekenen van bearbeiding vertoonde werd nu een grondpad, waarover het vooralsnog comfortabel rijden was… op een behoorlijke kuil hier en daar na dan! De mensen staarden je hier iets langer aan en na, keken vriendelijker uit hun ogen, en in de centrumstraten van de dorpen was het gezellig druk. Een echte Afrika-ervaring dus! We doorsneden het land aan de westkant met als doel om bij Oshoek weer Zuid-Afrika binnen te trekken. Echter niet voordat we een klomp mensen hadden bezocht die langs de kant van de weg uit zeepstenen allerlei prachtige figuren zaten te toveren. Klaar terwijl u wacht, en niet duur! Maar helaas, de bagage wordt gelijk een kilo zwaarder met een paar van die beeldjes, en uit medelijden moet je ook maar geen dingen aanschaffen.
Bij de Oshoek grensovergang was het wat drukker, maar we kwamen er snel doorheen.
Via de lange N11, waar werkzaamheden waren zodat we er twee keer zo lang over deden wat door de magnifieke inhaalmanoeuvres die Jannet uit haar mouw toverde gelukkig niet langer werd, kwamen we door het gebied van de Slagvelden. Hier hadden Boeren en Engelsen rond de wisseling van de 19e met de 20e eeuw met elkaar de degens en andere wapens gekruist, en was het bloedig eraan toegegaan. Het is nogal wat om je voor te stellen wat er zich allemaal heeft afgespeeld op die vlakke velden, waar je geen weet van zou hebben als er niet af en toe een monument zou staan. Heel veel tijd om er bij stil te staan hadden we niet, want we moesten op de bonnefooi een Bed & Breakfast zoeken in Ladysmith, vlakbij de Drakensbergen. Daarin geslaagd en door een bezoek aan de Spur een volle maag rijker konden we een slaapje doen in merkwaardig ruikende kamers die wat aan de krappe kant waren.
Dat kon niet verhoeden dat we de volgende morgen, zaterdag 20 december, ons begaven naar het museum gewijd aan de belegering van Ladysmith door de Boeren. Een grote hoeveelheid foto’s, tekst en artefacten lieten ons de monumentale tijd van toen herbeleven. Uiteindelijk werd het beleg na 3 spannende maanden door de Engelsen van buiten ongedaan gemaakt, en behielden de Engelsen Ladysmith. In de stad zelf waren weinig Engelsen meer te zien. De supermarkt zag zwart van de mensen.
Met een slaperige Marleen achter het stuur maar een immer alerte ‘navigist’ (woord uitgevonden door Geerten) naast haar reden we langs de Drakensbergen. We konden het slechts van verre aanschouwen. Onze bestemming was immers het landgoed Avondzon, tussen Fouriesburg en Bethlehem, in de provincie Vrijstaat.
Onderweg doorkruisten we het Golden Gate National Park, waar indrukwekkende, steile rotsformaties ons gedurende het hele pad bezig hielden. Door een ambtenaar met een te hoge ambtsopvatting verhinderd om het kamp voor een wijle op te slaan bij een campingplaats, zagen we ons genoodzaakt verder te trekken. We besloten koers te zetten naar Clarens, een dorpje dat sterk werd aangeprezen door deze en gene. Je bent natuurlijk op je hoede… wat zal het zijn? Maar het was werkelijk een zeer lieflijk dorpje, mooi gelegen met uitzicht over de Vrijstaatse vlaktes en rotsen. In het dorpje waren volop winkeltjes, en ook kunstgalerijen waar we, verrassenderwijs, enige tijd mee zoet waren.
Oom Egbert en tante Dicky hebben een mooi landgoed, genaamd Avondzon. De ene helft van het jaar, tijdens de Nederlandse winter, verblijven ze hier, terwijl ze de Zuid-Afrikaanse wintertijd voor het Nederlandse zomerseizoen verwisselen. Altijd zomer! Oom Egbert boerde nog wat. Met koeien, die ook in de tuin mochten komen, en zo nu en dan een bloemetje meeaten. Jannet en Gerrit hadden wel behoefte aan wat rust, maar Geerten en Marleen wisten van geen ophouden. Ze dronken hun buikje vol met koffie, en lieten alle zegeningen van de familie van Floris over zich heen komen.
Er waren twee huisjes voor ons gereserveerd: eentje wat meer primitief, wat hoger gelegen en op zichzelf staand, ingeklemd tussen de rotsen, met twee eenpersoonsbedden; de ander bijna tegen het hoofdhuis aan, met wat meer voorzieningen, en een tweepersoonsbed. We stonden voor de Lotskeuze: welk huisje zou door wie betrokken worden? In een goede geest mochten we eruit komen: Gerrit en Jannet het rotshuisje, Geerten en Marleen het andere huisje. Eventueel zouden we de andere nacht kunnen ruilen van huisje. Geerten en Marleen hebben het geweten: de volgende morgen werden ze gewekt door de koeien, die bij gebrek aan hanen voor de muzikale wekker speelden. Jannet en Gerrit hebben het ook geweten: de volgende nacht beukte een subtropisch onweer op het gebied en de huisjes neer. Het was echt niet normaal meer. Flits na flits na flits, zo snel maak je het niet meer mee. En het kwam steeds dichterbij. Je keert het niet. En terwijl de harde regen en de donder het horen doen vergaan, zorgt de bliksem ervoor dat zien je vergaat. Nood leert bidden. Oom Egbert had ook nog eens gezegd, tijdens een mooie wandeling langs en over de rotsen, dat een onweersbui zomaar wel eens een rots los zou kunnen breken, die gevaarlijk overhelde. Tot overmaat van ramp stroomde het water langs de rotswanden, die tevens de wanden van het huisje waren, het huisje binnen, en moesten we onze spullen naar de hoger gelegen delen van de kamer verhuizen. Gelukkig kwam aan alles een eind, ook aan deze bui die we nog lang zullen heugen. De volgende morgen hoorden we dat het bij het hoofdhuis in de telefoonlijnen was ingeslagen, behoorlijk dichtbij ons dus. Ter compensatie van de schade hoefden we niet de volle prijs te betalen, wat we ook niet van plan waren geweest. Oom Egbert heeft ons nog originele rotstekeningen van de bosjesmannen laten zien en ons op een wandeling naar boven op de berg gevat. Vandaar kon je mooi zien hoever de landerijen zich uitstrekten. Hij vertelde ook over zijn zwarte werkers, en dat hij één van hen leert om zelf een stuk land te bewerken en dat hij hem helpt om een eigen huis te bouwen. Egbert heeft weer een andere visie op de blank/zwart kwestie. Ons oordeel wordt daardoor weer een beetje aan de andere kant bijgeschaafd, maar een eindoordeel zullen we ons wel niet kunnen vormen. Na de wandeling was het heerlijk om met kleren en al in een watertank, gedoopt als zwembad, te springen! Het water werd rechtstreeks uit de berg in de tank geleid en was heerlijk koel. We konden alleen maar rondjes zwemmen, en Geerten zorgde voor de nodige golven door telkens eruit te klimmen en erin te springen, eruit te klimmen en erin te springen…
We waren intussen al bij maandag 22 december aanbeland, waarop we van plan waren via Lesotho (spreek uit: Lesoethoe) naar Bloemfontein te rijden, een lange trip. We hoefden niet lang te rijden naar de grens met Lesotho en hadden ook geen problemen om weer de nodige stempels in ons paspoort te krijgen. Het is net als Swaziland een staatje in Zuid-Afrika, maar heeft een eigen karakter. Het oogt veel armer en primitiever dan Swaziland. Er waren veel herders/ veehouders die naast een kudde liepen en we zagen verscheidene mensen die zich vervoerden op een ezel of op een paard en wagen. De mensen die in de auto reden stoorden zich niet te veel aan de verkeersregels en zoefden overal gewoon tussendoor, ook als er eigenlijk geen ruimte was. Om de paar kilometer was er een politieblokkade (we zijn er een stuk of vijf tegengekomen) waar je dan in de rij moest staan en als je bij de politieman of –vrouw terecht was gekomen moest je je rijbewijs laten zien. Er werd meestal een goedkeurende blik op het Nederlandse en internationale rijbewijs van Geerten (die reed) geworpen, maar de laatste agent openbaarde dat ze geen idee had wat de rijbewijzen betekenden, maar dat we toch door konden rijden. Eén slimmerik probeerde zichzelf of de staat wat rijker te maken door te hopen dat hij een boete kon uitdelen door te vragen of we een gevarendriehoek in de auto hadden (welke buitenlander zou daaraan denken?) De uitleg van Geerten dat het helemaal onderin de auto lag, onder alle bagage was niet genoeg, maar toen Geerten de klep opendeed was het blijkbaar vermoeiender om te controleren of Geerten de waarheid sprak dan om hem maar te geloven. We mochten weer doorrijden. Ergens langs de weg hielden we nog halt, en zodra we de auto uit waren kwamen er kinderen vanuit verschillende richtingen naar ons toe die op veilige afstand begonnen te roepen om sweets en money. Toen we zonder hen veel aandacht gegeven te hebben weer wegreden, kregen we nog wat scheldwoorden als kadootje mee. Uiteindelijk weer de grens over, en richting Bloemfontein gereden. In Bloemfontein moesten we de gehuurde Polo, waar we inmiddels al aan gehecht waren, weer inleveren, maar eerst naar Piet de Wet, 20,5 km buiten de stad. We reden een rare, bruine lucht tegemoet, in een flinke wind, wat een zandstorm (of: met zand gevulde wind) bleek te zijn. De wind waait het zand van de boerderijen dan de lucht in, richting de stad. Zodra we bij Piet aangekomen waren stapte Geerten in zijn auto en Marleen in de gehuurde om laatstgenoemde weer terug te brengen en samen kwamen ze met de audi van Piet weer terug. Deze Audi mochten we lenen, voor onbepaalde tijd. We werden hartelijk verwelkomd en kregen een rondleiding op de plaats (boerderij). Ze hebben arabieren (paarden…) en schapen en dat vonden onze vrienden natuurlijk erg interessant! Wij ook wel, vooral omdat we een pasgeboren lammetje konden bewonderen, net een paar uur oud. Na de rondleiding, waar Jannet een natte voet opdeed, werden de voorbereidingen voor - hoe kan het ook anders - de braai getroffen, maar Piet was helemaal de tijd uit het oog verloren, waardoor we pas om kwart voor tien aan ons avondeten begonnen. We hebben heerlijk gesels (gepraat), zowel over het boerengedeelte als over het predikantengedeelte.