maandag 6 oktober 2008

Van conferentie tot conferentie steeds voort… (1)

Was ik in Nederland een conferentiebeest, die lijn zet ik in Zuid-Afrika gewoon door. Op conferenties ontmoet je nieuwe mensen, hoor je interessante sprekers, doe je nieuwe inzichten op, wordt je soms in je hart geraakt, en is er mogelijk lekker eten. Allemaal niet onbelangrijk.
Van 19 tot 21 september woonden Jannet en ik de ‘groeikonferensie’ in Koppies bij. Het doel van groeiconferenties is dat de geestelijke groei van de aanwezigen bevorderd wordt. Met andere woorden: dat je dankzij de conferentie verder kunt groeien inzake de dingen van het geloof. Groeien in vertrouwen op God, groeien in geestelijk inzicht, in geestelijke vrucht (liefde, blijdschap, vrede, geduld), in gehoorzaam leven, en wat nog meer. Je zou het christelijke leven kunnen zien als een groeiproces van baby naar volwassene. Stilstaan in de groei kan biologisch gezien eigenlijk niet, maar soms is er sprake van groeistoornissen, of van scheefgroei. Zo is dat ook geestelijk. De uitdaging die de kerk onder andere heeft is deze: hoe bevorderen wij elkaars geestelijke groei, op een evenwichtige manier? Eén van de dingen waarover ik hier loop na te denken.
Het thema van de conferentie was: ‘die blydskap in de Here is my beskutting’ (n.a.v. Nehemia 8,10). Of het nu een Afrikaans verschijnsel is of niet, maar geen één van de sprekers heeft zich aan dit thema gehouden. Een enkele keer werd er aan gerefereerd. Les 1: Laat je niet lekker maken door een thema, want je krijgt vaak wat anders voorgeschoteld. Nu maakt dat niet heel veel uit. Een spreker zoekt toch datgene te brengen waar zijn hart ligt, en waar hij vertrouwd mee is.
Ds. Hans Griesel (aansprekende naam) trapte op vrijdagavond af door te spreken over het ‘bidt, zoekt en klopt’ van Mattheüs 7,7-12. Het was vooral een vermanende boodschap. We moeten God in ons gebed niet proberen te dwingen. We moeten niet onze eigen wil voorop zetten, maar zoeken naar Gods wil. Wat mij betreft geen onwaarheid, maar ik heb teveel preken gehoord die bij ruime, uitnodigende, veelbelovende teksten allerlei beperkingen indragen, en de ruimte eerder afsluiten dan openmaken. Nu kan onze manier van bidden verkeerd zijn ingesteld en moeten we onszelf van tijd tot tijd onderzoeken of dat zo is, maar maak Gods Woord alsjeblieft niet smaller dan het is.
Op zaterdagmorgen nam ds. Etienne Maritz de bal over door vanuit 2 Tim. 2,19-21 te spreken over de heiligmaking en gehoorzaamheid aan God. Leven met God is een wandelen in reinheid en gehoorzaamheid. Hij benadrukte dat gehoorzaam leven mogelijk is. God zelf heeft dat mogelijk gemaakt door Zijn Geest te geven door Wie wij de wet kunnen vervullen. Dat is de kern van het Nieuwe Verbond (zie Jer. 31,31-34), dat twee zegeningen kent: 1) onze zonden worden vergeven, 2) wij krijgen de Geest om God te gehoorzamen (zie ook Rom 8,4). Mieters belangrijk om dit te beseffen! God geeft ons de voorzieningen om naar Zijn wil te wandelen!
Ev. Joseph Chauky (die ons enige dagen daarvoor een bezoekje had gebracht) leidde ons ten aanval met een missionaire boodschap. Hij is een zwarte man, die ook vaak in blanke kerken voorgaat. Aan de hand van bijbelse personen maakte hij ons duidelijk dat God niet zoekt naar mensen die geschikt of geleerd zijn, maar die bereid zijn om uit te gaan om het Evangelie te brengen. U begrijpt: voor iemand met zes jaar theologische opleiding is dat natuurlijk hard te verteren…
Dr. Willie Marais liet ons alle hoeken van het bijbelse veld zien in de vierde ‘talk’. Deze man staat algemeen bekend als een legende, een fenomeen, een wonder, als de Billy Graham van Zuid-Afrika. Hij heeft al veel vrucht op zijn werk gehad. Is enorm intelligent, kent de hele Bijbel uit zijn hoofd, kan fantastisch preken, werd ons van tevoren verteld. Wij natuurlijk razend nieuwsgierig en vol verwachting. Ondanks zijn hoge leeftijd en matige gezondheid preekt deze man de oren van je hoofd. Hij had niet direct een centrale boodschap, maar diverse lessen. Ik geloof dat hij wel honderd Schriftplaatsen citeerde. ‘Zo zegt ook Jeremia in hoofdstuk .. vers .., en in Psalm 118 vers 5 staat hetzelfde, namelijk …, wat ook bevestigd wordt door Lukas in .. vers ..’ enzovoort. Sommige mensen verleidt dit om te zeggen dat hij enkel de Schrift laat spreken. Twee scherpe vermaningen hield hij ons voor: 1) we moeten niet meedoen aan dingen als loterijen, want daarmee dienen we de geluksgod, 2) we moeten de zondag weer heiligen, want die hebben we ‘heeltemaal’ ontheiligd. Dingen als boeken verkopen op zondag in de kerk moeten we niet meer doen. Wat schetst mijn verbazing toen de leider-ouderling na deze toespraak meteen zei dat ze dat voortaan niet meer zouden doen, ‘oom Willie’. Blijkbaar hebben ze hier nog echt respect voor mensen met autoriteit. Wat schetst mijn verwondering nogmaals toen ik tijdens een smakelijke warme middagmaaltijd een man uit Pretoria ons hoorde vertellen dat hij de preek als een stem van God had ervaren! ‘Wonderlik’ toch. Zijn wij, mondige Nederlanders, misschien iets kwijtgeraakt? Zijn wij te kritisch? Heeft de Schrift haar absolute gezag verloren? Of kun je een boodschap van een dienaar van God gerust naast je neerleggen als je op exegetische gronden niet met hem in kunt stemmen?
Ds. Danie Steyn controleerde de wedstrijd door het christelijke leven, ‘een goddelijk avontuur’, te gronden op het fundament: Christus. Hij sprak uit het Schriftgedeelte Kolossensen 2,6-7, wat mij zeer lief is. Groei is pas mogelijk als het levenshuis op de rots Christus is geplaatst. Alleen in Hem valt de groei te vinden.
Op zondag klonk het laatste fluitsignaal na de preken van oom Danie en oom Willie. Waar de eerste over sprak ben ik vergeten. De laatste sprak over de betrouwbaarheid van het Woord.
Terugkijkend na een paar weken is het nog steeds moeilijk te beoordelen wat we hebben geleerd. We hebben God niet op een bijzondere wijze ervaren, geen absoluut nieuwe dingen gehoord, niet direct nieuwe aanzetten gehad tot een ander leven. Als we iets hebben geleerd, dan is het wel dat wij toch anders denken dan de blanke Zuid-Afrikanen. Het morele besef is hier sterker en meer zwart-wit. De tegenstellingen worden meer absoluut gemaakt. Er is sprake van een licht tot zwaarder anti-intellectualisme. Je kunt beter zeggen dat je predikant bent (zo word ik geïntroduceerd, ondanks verwoede pogingen om duidelijk te maken dat ik dat nog niet ben) dan theoloog, want theologie op zichzelf wordt hier snel geassocieerd met de liberale theologie. Er is een sterk gevoel voor autoriteit. Men geeft hoog op van andere mensen, waar wij minder snel van onder de indruk zijn. Waar we onszelf op betrappen is de sluipende gedachte ze hier een beetje achterlopen op Nederland; dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ze hier zover zijn. Het kerkelijk klimaat is hier losser (de diensten zijn informeler dan we gewend zijn) en tegelijk conservatiever of hoe je het ook noemen moet. Er lijkt weinig openheid voor discussie te zijn, of om te zeggen dat je een preek niet zo geweldig vond. Maar is alles wat het lijkt?


Geen opmerkingen: